Steeds meer mensen praten langdurig met chatbots zoals ChatGPT, Replika en Character.AI. Dat gebeurt in Nederland en elders in Europa, vaak laat op de dag en in stilte. Deze week klinkt de vraag luider of zoān digitale relatie invloed heeft op banden met echte mensen. De opkomst van AI-compagnons, inclusief stem en avatar, maakt die vraag urgent.
AI-compagnons winnen terrein
Apps als Replika en Character.AI zijn ontworpen voor gezelschap. Ze gebruiken taalmodellen, een systeem dat patronen in tekst leert, om menselijk te klinken. OpenAI breidt ChatGPT uit met voice-functies, wat gesprekken persoonlijker maakt. Zo ontstaat al snel het gevoel van begrip en nabijheid.
Gebruikers waarderen de constante beschikbaarheid en het gebrek aan oordeel. Het algoritme reageert snel, beleefd en aandachtig. Voor mensen die zich eenzaam voelen, kan dat steun geven. Vooral jongeren en nachtwerkers lijken hier gevoelig voor.
Tegelijk schuift de grens tussen hulpmiddel en gezelschap op. Chatbots vragen soms naar gevoelens of relaties, en geven advies. Dat voelt intiem, ook al weet de gebruiker dat het een datamodel is. De interactie lijkt op vriendschap, maar blijft technisch.
Echte nabijheid ontbreekt altijd
Een systeem kan luisteren en antwoorden, maar geen lichaamstaal lezen of aanraken. Daardoor mist het belangrijke signalen, zoals twijfel of ongemak. Dat kan verkeerd advies of overschat vertrouwen geven. Een digitale band is dus per definitie beperkt.
Ook het morele kompas van een model is niet stabiel. Filters wisselen per update en bedrijf. Wat gisteren troost bood, kan morgen afgezwakt of strenger zijn. Dat maakt emotionele afhankelijkheid riskant.
De interactie kent bovendien geen gedeelde geschiedenis in de echte wereld. Er zijn geen gezamenlijke vrienden, geen lastige momenten aan tafel, geen praktische zorg. Zo blijft de relatie simplistisch, hoe vloeiend het gesprek ook klinkt.
Parasociale relatie: een eenzijdige band met een mediafiguur of systeem, die voor de gebruiker als wederkerig kan voelen.
Impact op jonge gebruikers
Voor jongeren in Nederland kan een AI-compagnon veilig voelen. Het systeem geeft bevestiging, zonder schaamte of sociale spanning. Dat kan helpen bij het oefenen van gesprekken. Maar het kan ook echte sociale oefening uitstellen.
Er bestaat het risico dat verwachtingen van menselijk contact veranderen. Een algoritme onderbreekt niet, is altijd beschikbaar en past zich aan. Mensen doen dat niet. Dat verschil kan tot teleurstelling of druk in vriendschappen en relaties leiden.
Scholen en ouders hebben hier een rol. Kennisnet en SIVON adviseren al over verantwoord AI-gebruik in de klas, op het moment van schrijven. Mediawijsheid betekent ook praten over emotionele grenzen met systemen. Heldere afspraken en leeftijdsgrenzen helpen.
AVG en AI Act sturen bij
Europese regels leggen kaders voor dit soort apps. De AVG verplicht dataminimalisatie en duidelijke toestemming, vooral bij gevoelige gegevens zoals seksuele voorkeur of mentale gezondheid. Providers moeten versleuteling en beperkte bewaartermijnen toepassen. Dat geldt ook voor chatlogs met intieme details.
De Europese AI-verordening (AI Act) eist dat chatbots transparant zijn over hun niet-menselijke aard. Misleidende of manipulerende systemen die kwetsbaren schaden, zijn verboden. Emotieherkenning kent extra beperkingen, zeker in onderwijs en werk. Gefaseerde invoering loopt tot 2026, op het moment van schrijven.
Voor Nederlandse instellingen betekent dit nieuwe controlelijsten. Overheden, scholen en zorgaanbieders moeten risicoās beoordelen voor inzet van generatieve modellen. Ook moeten ze herleidbaarheid en menselijke eindverantwoordelijkheid borgen. Dat raakt direct aan AI-compagnons in begeleiding en jeugdhulp.
Privacy blijft zwakke plek
Veel AI-diensten gebruiken gesprekken om hun modellen te verbeteren. Dat kan hergebruik van gevoelige data betekenen. Gebruikers weten vaak niet waar hun data terechtkomt. Een helder uit-optmechanisme ontbreekt soms.
Dataminimalisatie is hier het praktische antwoord. Deel geen namen, adressen of medische details in een publiek model. Kies waar kan voor een stand-alone versie met lokale opslag. Controleer standaardinstellingen op training en delen.
Toezichthouders, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens, adviseren terughoudendheid met vertrouwelijke informatie in chatbots. Voor zorg en onderwijs zijn aparte verwerkersovereenkomsten nodig. Zonder dat is gebruik vaak niet rechtmatig. Boetes en reputatieschade liggen dan op de loer.
Ontwerpkeuzes kunnen helpen
Er zijn manieren om afhankelijkheid te beperken. Denk aan periodieke reminders dat de gebruiker met een systeem praat. Of aan tijds- en gesprekslimieten bij gevoelige themaās. Verwijzingen naar hulpinstanties moeten laagdrempelig zijn.
Productteams kunnen nudges toevoegen richting offline contact. Bijvoorbeeld een prompt die aanmoedigt een vriend te bellen na een zwaar gesprek. Ook kunnen ze duidelijke escalatieregels maken bij crisis-signalen. Zo blijft de chatbot hulpmiddel, geen vervanger.
Voor Nederland biedt dit een kans op normstelling. Publieke inkoop kan eisen stellen aan transparantie, logboekfuncties en leeftijdscontrole. Dat sluit aan bij de Europese AI Act en de AVG. Uiteindelijk staat de relatie tussen mensen centraal, niet die met het model.
