In Nederlandse scholen groeit de zorg over de schrijfvaardigheid van tieners en eerstejaars studenten. Steeds meer leerlingen gebruiken ChatGPT van OpenAI en soortgelijke systemen voor huiswerk en werkstukken. Dat leidt op dit moment in klaslokalen door het land tot aanpassingen in toetsen en regels. De discussie raakt ook aan privacy en de Europese AI-verordening en de gevolgen voor onderwijs.
Schrijfvaardigheid onder druk
Docenten zien vaker teksten die netjes ogen, maar weinig eigen stem of bronkritiek hebben. Leerlingen laten een algoritme de eerste versie schrijven en werken die daarna iets bij. Zo missen zij stappen als plannen, structureren en herschrijven.
Generatieve AI levert vlotte zinnen, maar maakt ook fouten en bedenkt soms feiten. Dat heet āhallucinerenā: het systeem vult ontbrekende kennis zelf in. Jongeren die dit klakkeloos overnemen, leren minder goed beoordelen wat klopt.
Ook in het hoger onderwijs klinkt zorg over basisvaardigheden, zoals argumenteren en samenvatten. Introductiecursussen schrijven zitten sneller vol, zeggen verschillende opleidingen. Tegelijk willen veel scholen AI niet verbieden, maar verstandig inzetten.
Scholen scherpen beleid aan
Veel scholen verplaatsen schrijfopdrachten naar de klas, soms handgeschreven. Mondelinge toelichtingen en procesbewijzen, zoals notities of versiegeschiedenis, worden belangrijker. Zo controleren docenten beter of een leerling het werk zelf kan uitleggen.
Kennisnet en SURF publiceren handreikingen voor verantwoord gebruik van generatieve AI in het onderwijs. Op het moment van schrijven werken veel instellingen aan eigen AI-richtlijnen. Daarin staat vaak wat mag, wat niet mag en hoe je AI-gebruik transparant maakt.
Leerlingen gebruiken naast ChatGPT ook Google Gemini en Microsoft Copilot. Steeds vaker vragen scholen om vermelding van gebruikte hulpmiddelen in het verslag. Dat maakt het leerproces zichtbaar en helpt bij beoordeling.
Detectie blijft onbetrouwbaar
Software die AI-teksten probeert te herkennen, zoals Turnitin AI Detection of GPTZero, geeft geen zekerheid. De foutmarge is hoog en leidt soms tot valse beschuldigingen. Scholen gebruiken zulke signalen daarom niet als enig bewijs.
Een zorgvuldige aanpak is hoor en wederhoor, met vragen over opzet, bronnen en keuzes. Studenten kunnen daarbij schetsen, bronnenlijsten en conceptversies laten zien. Dit past beter bij het leerdoel dan alleen een eindtekst controleren.
Er spelen ook privacyregels. De AVG vraagt om dataminimalisatie en duidelijke afspraken met leveranciers. Wie leerlinggegevens door een detectietool laat verwerken, heeft een verwerkersovereenkomst en goede beveiliging nodig.
Generatieve AI is software die op basis van grote hoeveelheden voorbeelddata nieuwe inhoud maakt, zoals alineaās, beelden of code.
Europese AI-verordening in klas
De Europese AI-verordening (AI Act) legt plichten op aan ontwikkelaars van generieke modellen, zoals GPT-4o en Gemini. Denk aan transparantie over beperkingen en technische documentatie. Voor scholen betekent dit dat leveranciers helderder moeten zijn over risicoās en prestaties.
Onderwijsinstellingen zijn vooral gebruikers en moeten zich aan de AVG houden. Dat is extra relevant bij minderjarigen en bij het aanmaken van accounts. Een Data Protection Impact Assessment (DPIA) kan nodig zijn als een school generatieve AI breed inzet.
Er zijn ook afspraken in Nederland, zoals het Convenant Digitale Onderwijsmiddelen en Privacy. Scholen letten op datadoorvoer naar landen buiten de EU en gebruiken standaardcontractbepalingen waar nodig. Dit alles bepaalt in praktijk de Europese AI-verordening gevolgen onderwijs.
Leren schrijven mƩt systemen
Didactisch werkt AI het beste als hulpmiddel, niet als vervanger. Laat leerlingen eerst een eigen opzet maken, en gebruik een model voor feedback op structuur of stijl. Zo blijft het denkwerk bij de leerling, en ondersteunt het systeem gerichte verbeteringen.
Goede opdrachten vragen om persoonlijke voorbeelden, lokale bronnen of eigen data. Dat is lastig te fabriceren voor een model en dwingt tot echt begrip. Mondelinge verdediging na inleveren houdt het proces eerlijk.
Leerlingen moeten ook valkuilen leren kennen, zoals verzonnen feiten en een te algemene toon. Controleer bronnen en noteer waar AI is gebruikt en waarvoor. Zo groeit zowel schrijfvaardigheid als digitale geletterdheid.
Wat nu verandert op school
Toetsen verschuiven naar de klas en naar procesbeoordeling. Docenten vragen vaker om reflecties en bronverantwoording. Scholen nemen AI op in lessen over studeren en informatievaardigheden.
Leveranciers voegen functies toe die transparantie beloven, maar niet alles is al betrouwbaar. Daarom bouwen instellingen aan duidelijke kaders, met ruimte voor innovatie. Op het moment van schrijven blijft de kern: zelf leren schrijven, met technologie als steun.
De inzet van ChatGPT, Gemini en Copilot blijft onderwerp van debat. Het doel is niet verbieden, maar verstandig gebruiken. Zo kan onderwijs recht doen aan zowel taal als technologie.
