Een hogeschool in Gelderland heeft fraude met kunstmatige intelligentie gevonden in afstudeeronderzoek. De opleiding controleert nu de hele lichting studenten die deze maand wil afstuderen. Aanleiding zijn signalen van ongeoorloofd gebruik van generatieve AI, zoals ChatGPT van OpenAI en Gemini van Google. Het doel is misleiding te voorkomen en de waarde van het diploma te beschermen.
Hogeschool screent hele lichting
De opleiding voert extra controles in bij scripties en praktijkonderzoek. Beoordelaars vragen ruwe data, notities en interviewopnames op om de herkomst te verifiƫren. Ook komen aanvullende mondelinge toelichtingen en verdedigingen, zodat studenten hun keuzes en methode kunnen uitleggen.
Het bestuur richt een tijdelijk controleteam in met examencommissieleden en methodologie-docenten. Zij letten op consistente schrijfstijl, juiste bronvermelding en controleerbare data. Waar nodig wordt de diplomering uitgesteld tot het onderzoek is geverifieerd.
Studenten krijgen heldere instructies over wat wel en niet mag met AI. Toegestaan gebruik, zoals spellingshulp of brainstormen, moet voortaan expliciet worden gedocumenteerd. Ongeoorloofd gebruik, zoals het genereren van volledige hoofdstukken of verzonnen data, geldt als fraude.
Fraude met generatieve AI
Generatieve AI is software die op basis van voorbeelden nieuwe tekst of data maakt. Bekende systemen zijn ChatGPT (OpenAI), Gemini (Google) en Copilot (Microsoft). Deze tools zijn nuttig, maar kunnen ook misleidend zijn als ze zonder bronvermelding of met verzonnen feiten worden ingezet.
In afstudeeronderzoek ligt het risico vooral bij gefingeerde interviews, kunstmatig gegenereerde datasets en onzichtbare herschrijving van tekst. Zulke uitkomsten zijn vaak niet reproduceerbaar of controleerbaar. Daarmee schenden ze de basis van onderzoek: transparantie en herleidbaarheid.
De Onderwijs- en Examenregeling (OER) van hogescholen staat AI-gebruik soms toe, maar alleen met duidelijke verantwoording. Studenten moeten aangeven welke tool is gebruikt, met welk doel en in welke mate. Zonder die verantwoording kan AI-gebruik als plagiaat of datavervalsing worden gezien.
Detectietools blijven onzeker
De hogeschool gebruikt detectietools als hulpmiddel, maar niet als eindbewijs. Diensten zoals Turnitin AI-detectie, GPTZero en Originality.ai geven een waarschijnlijkheidsscore voor AI-gegenereerde tekst. Die scores kennen foutmarges en kunnen ten onrechte menselijk werk als AI bestempelen.
Daarom combineert de opleiding technieken: dossieronderzoek, vergelijk van versies en gerichte mondelinge vragen. Ook wordt gekeken naar logbestanden, citatiestijl en de consistentie tussen methodesectie en resultaten. De mens beoordeelt, het systeem alarmeert.
āAI-detectie is geen bewijs, maar een signaal.ā
Experts raden af om sancties te baseren op ƩƩn automatische uitkomst. Een zorgvuldig proces met hoor en wederhoor blijft nodig. Dit sluit aan bij kwaliteitskaders van accreditatie-organisaties en bij richtlijnen van de Vereniging Hogescholen.
AI-verordening raakt onderwijscontrole
De Europese AI-verordening (AI Act) classificeert systemen die beslissen over toegang tot of beoordeling in het onderwijs als hoog risico. Dat betekent strengere eisen voor aanbieders en gebruikers, zoals risicobeheer, documentatie en menselijk toezicht. Op het moment van schrijven treden de relevante verplichtingen gefaseerd in werking rond 2025ā2026.
Als een hogeschool een AI-systeem inzet dat meeweegt in beoordeling of sancties, moet de leverancier straks voldoen aan de AI Act en een CE-markering hebben. De instelling zelf moet het gebruik registreren, personeel trainen en besluitvorming aantoonbaar door mensen laten dragen. Alleen waarschuwen mag, automatisch straffen niet.
Deze regels komen bovenop de bestaande academische integriteitskaders. Ze dwingen instellingen om transparant te zijn over welke algoritmen ze gebruiken en hoe uitkomsten worden geĆÆnterpreteerd. Dat helpt willekeur te voorkomen en versterkt het vertrouwen van studenten.
Studentenrechten en AVG-risicoās
Het controleren van scripties raakt ook de privacy. Onder de AVG moet de hogeschool dataminimalisatie toepassen en duidelijk maken welke gegevens worden verwerkt en waarom. Uploads naar externe AI- en detectiediensten vereisen een verwerkersovereenkomst en zorgvuldige opslag.
Onderzoeksdata kunnen persoonsgegevens of vertrouwelijke bedrijfsinformatie bevatten. Die mogen niet zonder noodzaak naar Amerikaanse cloudtools worden gestuurd. De Autoriteit Persoonsgegevens verwacht passende waarborgen, zoals pseudonimisering en versleuteling.
Studenten hebben recht op inzage en uitleg bij geautomatiseerde analyses. Besluiten met nadelige gevolgen, zoals uitstel van diplomering, moeten altijd door een mens worden genomen en gemotiveerd. Dat principe geldt ook als AI een rode vlag geeft.
Strenger toetsen en begeleiding
De hogeschool scherpt het onderwijsproces aan om fraude te voorkomen. Begeleiders vragen voortaan om werklogboeken, promptvoorbeelden en versiegeschiedenis als bijlage. Zo wordt zichtbaar welke stappen de student zelf heeft gezet en waar AI is ingezet.
Toetsen verschuiven deels naar mondelinge en praktijkgerichte vormen. Studenten moeten methodes kunnen uitleggen en keuzes kunnen verdedigen. Dit verkleint de kans dat een volledig door een model geschreven tekst onopgemerkt blijft.
Daarnaast komt er meer training in verantwoord AI-gebruik, inclusief bronvermelding en controle van feiten. Doel is niet om AI te verbieden, maar om eerlijk en toetsbaar gebruik mogelijk te maken. Zo blijft het diploma betekenisvol voor werkgevers en maatschappij.
