Premier Rob Jetten (op het moment van schrijven) zegt dat AI-teksten zijn geloofwaardigheid niet aantasten. In Den Haag liet hij weten dat elke tekst door mensen wordt beoordeeld en aangepast. Hij reageerde deze week op vragen over het gebruik van generatieve AI in politieke communicatie. De inzet van systemen zoals ChatGPT en Gemini groeit, en roept vragen op over transparantie en vertrouwen.
Jetten: mensen beslissen
Generatieve AI is software die zelf tekst of beeld maakt op basis van voorbeelden. Jetten benadrukt dat zulke conceptteksten in zijn omgeving alleen een startpunt zijn. Het laatste woord ligt bij communicatieadviseurs en bij hemzelf.
Hij noemt menselijke controle nodig om toon, context en feiten te bewaken. Dat voorkomt fouten en onnauwkeurigheden in drukke nieuwsuren. Ook blijft zo de politieke verantwoordelijkheid helder.
Jetten zegt dat AI hem kan helpen met structuur en korte samenvattingen. Maar de politieke boodschap blijft mensenwerk. Hij wil daarmee zorgen wegnemen over echtheid en eerlijkheid.
āHet is altijd ook mensenwerk,ā zei Jetten over het gebruik van AI-teksten in zijn communicatie.
Kabinet belooft transparantie
De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) werken met handreikingen voor generatieve AI. Die adviseren om altijd een mens te laten redigeren en geen gevoelige persoonsgegevens te delen. Ook vragen ze om duidelijk te maken wanneer AI is gebruikt bij publieke uitingen.
Transparantie kan in de vorm van een korte toelichting of label. Dat helpt burgers de herkomst van een tekst te begrijpen. Het sluit aan bij bredere afspraken binnen de overheid over openheid.
Het kabinet wijst erop dat communicatie via sociale media extra risicoās kent. Berichten gaan snel rond en worden vaak buiten context gedeeld. Een helder label of toelichting kan misverstanden beperken.
Europese AI-verordening gevolgen
De Europese AI-verordening (AI Act) verplicht tot extra openheid bij deepfakes en AI-gegenereerde content. Makers moeten duidelijk maken dat het om door AI gecreƫerde beelden, audio of tekst gaat. Dat geldt ook voor overheidscommunicatie.
Generatieve modellen zoals ChatGPT (OpenAI), Gemini (Google), Copilot (Microsoft) en Llama (Meta) vallen onder regels voor zogeheten āgeneral-purpose AIā. Leveranciers krijgen zorgplichten rond veiligheid, documentatie en misbruik. Overheden die zulke systemen gebruiken moeten die plichten meenemen in hun inkoop.
Voor burgers betekent dit meer zicht op de herkomst van informatie. Voor instellingen betekent het processen inrichten voor labels, logging en toetsing. De regels treden gefaseerd in werking; details worden per lidstaat verder ingevuld.
Risicoās van misleiding
De grootste zorg is misinformatie, zoals valse citaten of bewerkte videoās van politici. Deepfakes kunnen vertrouwen ondermijnen in verkiezingstijd en bij crises. Juist daarom hameren toezichthouders op herkenbare labels en snelle correcties.
Technische middelen zoals watermerken en herkomstlabels (bijvoorbeeld C2PA) helpen, maar zijn niet waterdicht. Herpublicatie zonder label blijft een zwak punt. Menselijke verificatie blijft nodig bij gevoelige onderwerpen.
Ook eenvoudige fouten zijn een risico. Taalmodellen kunnen hallucineren: dan presenteren ze onjuiste informatie als feit. Een eindredactie door mensen moet dat eruit filteren voordat iets live gaat.
Gevolgen voor burgers
Wie overheidsinformatie leest, mag vaker korte toelichtingen verwachten over het gebruik van AI. Dat maakt duidelijk wat een algoritme heeft voorgesteld en wat een mens heeft beslist. Het helpt ook bij het melden van fouten.
De AVG blijft gelden bij elke inzet van AI. Dataminimalisatie en versleuteling zijn verplicht bij persoonsgegevens. Overheden moeten dus zorgvuldig omgaan met invoer in externe AI-tools.
Burgers houden het recht op inzage en correctie van hun gegevens. Bij klachten kunnen zij terecht bij de instantie zelf en bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Duidelijke contactpunten en procedures zijn deel van goed AI-gebruik.
Beleid mist nog details
Er is nog onduidelijkheid over praktische standaarden, zoals hoe prompts en versies worden vastgelegd. Ook is niet altijd openbaar welke modellen of leveranciers een instantie gebruikt. Dat maakt publieke controle lastiger.
De aanwijzing van nationale toezichthouders onder de AI Act wordt verder uitgewerkt. In Nederland is de rolverdeling tussen bestaande autoriteiten nog onderwerp van besluitvorming. Heldere taken en sancties moeten het toezicht versterken.
Tot die tijd ligt de lat bij interne governance. Denk aan modelkeuze, risicoanalyses en duidelijke labels bij publicaties. Jettens boodschap past daarbij: AI mag helpen, maar mensen blijven verantwoordelijk.
