Meerdere Nederlandse kabinetsleden gebruiken generatieve AI bij hun communicatie. Minister Rob Jetten zette het in voor berichten op sociale media. Andere bewindspersonen lieten zelfs hele speeches door een algoritme schrijven. Dat gebeurt in Den Haag, recent en met gevolgen voor overheid en publiek onder de Europese AI-verordening.
Kabinetsgebruik varieert per taak
Kabinetsleden gebruiken kunstmatige intelligentie voor verschillende schrijftaken. Het gaat om brainstormen, herschrijven en het vinden van de juiste toon. Jetten paste het toe bij posts op sociale media. Sommige collega’s lieten een volledige toespraak door een systeem opstellen.
De gebruikte systemen zijn vaak chatbots die tekst genereren op basis van voorbeelddata. Voorbeelden zijn ChatGPT van OpenAI, Gemini van Google en Microsoft Copilot. Zulke modellen voorspellen woord voor woord een nieuwe tekst. Dat werkt snel, maar de inhoud blijft een voorstel dat gecontroleerd moet worden.
De redenen voor inzet zijn meestal tijdwinst en variatie in formulering. Een model kan in seconden meerdere versies geven. Dat helpt om de kernboodschap aan te scherpen. Eindredactie en feitcontrole blijven nodig voordat tekst publiek gaat.
Generatieve AI is software die nieuwe tekst, beeld of audio maakt op basis van patronen uit grote hoeveelheden trainingsdata.
Volledige speeches roepen vragen
Als een hele speech door een model wordt geschreven, schuurt het bij authenticiteit. Wie spreekt er dan: de minister of het algoritme? Ook kan de stijl generiek en inwisselbaar worden. Dat is onhandig in debatten waar nuance telt.
Er is bovendien risico op “hallucinaties”, waarbij het systeem onjuiste feiten verzint. Zulke fouten zijn lastig te zien als de tekst vloeiend leest. Zonder strakke broncontrole kan misinformatie in beleidsteksten sluipen. Dat schaadt vertrouwen in overheid en politiek.
Bias is een tweede zorg. Modellen leren van publieke teksten en nemen daarbij vooroordelen over. Dat kan de toon, woordkeuze en voorbeelden kleuren. Een menselijke eindredacteur moet dit actief corrigeren.
Transparantie en AI-verordening
Openheid over AI-assistentie bij toespraken is op het moment van schrijven geen wettelijke plicht. Toch past transparantie bij publieke verantwoording. Een simpele toelichting of label kan het publiek helpen de herkomst te duiden. Dat vergroot vertrouwen, zeker bij belangrijke beleidsaankondigingen.
De Europese AI-verordening (AI Act) zet nieuwe kaders waar ook overheden mee te maken krijgen. De wet verplicht onder meer duidelijke labeling bij synthetische media en chatbots die met mensen interacteren. Leveranciers van algemene AI-modellen krijgen extra eisen rond veiligheid en documentatie. Voor de overheid volgt daaruit de plicht om zorgvuldige inkoop en inzet te borgen.
Nationale regels blijven daarnaast gelden. De Autoriteit Persoonsgegevens wijst op dataminimalisatie en het vermijden van vertrouwelijke informatie in publieke AI-diensten. Ook moet duidelijk zijn welke data het systeem verwerkt en waar die worden opgeslagen. Zonder deze waarborgen is gebruik in de overheid onwenselijk.
AVG en veilige alternatieven
Bij speechschrijven met AI kunnen persoonsgegevens of gevoelige beleidsinformatie in prompts belanden. De AVG eist dan een rechtmatige grondslag, dataminimalisatie en passende beveiliging. Onnodige gegevens horen niet in het systeem. Anonimiseren en versleutelen verkleinen risico’s.
Publieke chatbots sturen data soms buiten de EU of gebruiken input om modellen te trainen. Dat kan problematisch zijn voor overheidsteksten. Bedrijfsversies bieden vaak EU-datagebieden en een “no training”-optie. Die instellingen moeten aantoonbaar aan staan en periodiek worden getoetst.
Overheden in Europa testen daarom enterprise-oplossingen zoals Microsoft Copilot voor Microsoft 365 of interne chatbots op Europese cloudinfrastructuur. Loggen en auditen maken dan zichtbaar wie welke tekst genereerde. Ook afspraken over bewaartermijnen en verwijdering zijn nodig. Zo blijft de informatiehuishouding onder controle.
Rijk werkt aan richtlijnen
De Rijksoverheid werkt aan handreikingen voor generatieve AI in het publieke domein. Bestaande instrumenten, zoals het Algoritmekader en de IAMA-toets, bieden al houvast. Ze helpen risico’s, grondrechten en uitlegbaarheid te beoordelen. Voor communicatieteksten komt daar een redactiekader bij kijken.
Inkoop en contracten moeten aansluiten op de AI Act en de AVG. Denk aan eisen voor modeldocumentatie, herkomst van trainingsdata en incidentrespons. Ook is scholing nodig voor speechschrijvers en woordvoerders. Zij moeten weten wat AI goed kan, en waar het fout gaat.
De komende jaren treden delen van de AI-verordening gefaseerd in werking. Dat geeft tijd om processen, tooling en governance op orde te brengen. Heldere verslaglegging over wanneer AI is gebruikt helpt daarbij. Zo blijft de democratische verantwoordelijkheid bij de mens, niet bij het model.
