In een Nederlandse krant verscheen onlangs een scherpe column over schrijven met kunstmatige intelligentie. De auteur vraagt zich af of ChatGPT of Google Gemini een echte column kunnen maken, of vooral weigeren en gladde zinnen geven. De discussie leeft in Nederlandse redacties en opleidingen, en raakt ook Europese regels. De kernvraag: helpt AI schrijvers, of vervlakt het juist hun stem?
AI schrijft veilig, vlak
Systemen als ChatGPT van OpenAI, Gemini van Google en Claude van Anthropic zijn getraind om risicoās te vermijden. Ze weigeren soms opdrachten die gevoelig lijken, of leveren zeer neutrale tekst. Dat beschermt tegen misbruik en fouten, maar knipt ook scherpe randen weg. Voor columns, satire of persoonlijke observaties voelt dat vaak te netjes en afstandelijk.
Deze modellen hebben zogenoemde veiligheidsfilters. Dat zijn regels die uitkomsten blokkeren bij gevoelige themaās, of de toon dempen. Voor nieuws en beleidsteksten is dat nuttig. Voor opinie en stijlstukken kan het de eigen stem van een schrijver wegdrukken.
Metaās Llama-modellen en open-source varianten bieden soms meer vrijheid. Toch bouwen makers ook daar beschermlagen in. Uitgevers die zoān model gebruiken, zetten er vaak extra controle bovenop, met menselijke eindredactie als laatste stap.
Generatieve AI is software die, op basis van heel veel voorbeelden, het volgende woord of beelddeel voorspelt om nieuw materiaal te maken.
Redacties testen beperkte inzet
Nederlandse redacties onderzoeken hoe algoritmen kunnen helpen zonder de journalist te vervangen. Veelgebruikte taken zijn transcripties, samenvattingen, vertalingen en eerste opzetten voor feitelijke stukken. Daar bespaart de techniek tijd, terwijl de inhoudelijke keuzes bij mensen blijven. Voor meningen en columns blijft een menselijke auteur de norm.
Uitgevers stellen interne richtlijnen op over controle, transparantie en brongebruik. Een veelgehoorde regel is: AI mag voorbereiden, de journalist beslist. Sommige redacties houden logboeken bij van prompts en uitkomsten. Zo is later te controleren wat door een systeem is voorgesteld en wat door de schrijver is aangepast.
Ook onderwijsinstellingen passen zich aan. Opleidingen journalistiek leren studenten hoe ze prompts scherp formuleren en AI-uitkomsten checken op feiten en toon. Tegelijk blijft schrijven in eigen stijl een vaardigheid die je alleen door veel oefening ontwikkelt.
Europese AI-verordening gevolgen overheid
De Europese AI-verordening (AI Act) legt nieuwe regels op aan aanbieders en gebruikers van AI. Op het moment van schrijven treedt die gefaseerd in werking vanaf 2025. Voor zogeheten general-purpose AI, zoals grote taalmodellen, komen transparantieplichten. Denk aan informatie over trainingsdata, prestaties en beperkingen.
Publieke instellingen in Nederland, zoals gemeenten en ministeries, krijgen te maken met extra zorgplichten. Dat raakt ook communicatie en klantencontact waar AI-teksten worden ingezet. Etikettering van synthetische content en menselijke eindcontrole worden belangrijker. Voor burgers moet helder zijn wat door een systeem is geschreven.
Media vallen niet als sector apart onder een risicoklasse, maar hun gebruik van AI kan wel invloed hebben op vertrouwen en informatiekwaliteit. Redacties die AI-inzet beschrijven in hun colofon of stijlboek, winnen aan duidelijkheid. Dat sluit aan bij het doel van de AI Act: verantwoord gebruik en minder ondoorzichtigheid.
Auteursrecht en dataopt-out
Het Europese auteursrecht biedt een uitzondering voor text-and-data mining, maar makers mogen een opt-out instellen. Uitgevers en auteurs in Nederland gebruiken robots.txt of specifieke licenties om scraping te beperken. Wie een eigen model traint op beschermde teksten, moet dus controleren of hergebruik is toegestaan. Dat geldt ook voor interne archieven.
De AI-verordening verplicht aanbieders van grote modellen tot meer openheid over de gebruikte data. Dat helpt juristen en rechthebbenden bij controle en eventuele licentieafspraken. In de praktijk blijft het lastig om exacte bronnen te achterhalen bij gigantische datasets. Transparantie samenvattingen zijn een begin, maar nog geen volledige oplossing.
Belangenorganisaties zoals de Auteursbond en de NVJ vragen om eerlijke vergoedingen en duidelijke toestemming bij trainingsdata. Uitgevers experimenteren met collectieve licenties en watermerken. Die afspraken moeten misbruik beperken zonder innovatie te blokkeren.
Stijl nabootsen vraagt data
Om een herkenbare schrijfstem te benaderen, hebben modellen veel voorbeelden nodig. Dat kan via fine-tuning: het bijscholen van een model op eigen teksten. Die techniek werkt, maar roept vragen op. Van wie zijn de stijlkenmerken, en hoeveel is daarvan juridisch beschermd?
Voor redacties en overheid gelden de AVG-regels bij het verwerken van persoonsgegevens in trainingsdata. Dataminimalisatie betekent: alleen verwerken wat nodig is. Versleuteling en veilige opslag zijn verplicht. Anonimiseren is lastig bij persoonlijke columns, die juist van details leven.
Organisaties kiezen daarom soms voor modellen die op Europese servers draaien, of voor on-premise varianten. Zo blijft kopij binnen de eigen beveiligde omgeving. Leveranciers zoals OpenAI (via Azure), Google en Europese aanbieders bieden opties om klantdata niet te hergebruiken voor training. Het beleid moet dit expliciet vastleggen.
Lezers willen herkenbare stem
Columns draaien om persoonlijk perspectief, ironie en risico nemen in taal. Dat is precies waar systemen vaak terugschrikken of afvlakken. De uitkomst voelt correct, maar kleurloos. Voor journalistiek is dat een beperking, geen oplossing.
Transparantie richting lezers helpt. Als een stuk deels is voorbereid met AI, vermeld dan hoe en waar een mens het heeft bijgestuurd. Dat voorkomt verwarring over verantwoordelijkheid en maakt discussie over kwaliteit mogelijk. Uiteindelijk telt wie de keuze maakt voor elke zin.
De bredere inzet van AI in media vraagt dus twee sporen: efficiƫnter werken waar het kan, en vasthouden aan menselijke creativiteit waar het moet. De Europese regels zetten kaders, maar de redactionele keuzes bepalen de toon. Daarmee blijft de pen, voorlopig, in mensenhanden.
