Premier Rob Jetten verzekerde de Tweede Kamer op 29 september dat er op zijn officiële socialemediakanalen “geen gebruik is gemaakt van AI”. Dat klopt niet, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. De AI-detector Pangram herkende vijf berichten op zijn officiële premier-accounts als door AI geschreven. Twee taalexperts kwamen tot dezelfde conclusie. Staatsrechtgeleerde Wim Voermans spreekt van een premier die “met zijn vingers tussen de deur zit”.
De onthulling is een nieuwe wending in een kwestie die al weken speelt. Eerder bleek uit onderzoek van dezelfde krant dat Jetten en D66 honderden socialemediaberichten door AI lieten schrijven. Het ging om minstens 232 berichten sinds juni 2025.
Van ‘alleen privé’ naar ook officieel
Na de eerste onthulling stelde FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen half september Kamervragen. Hij wilde onder meer weten of het AI-gebruik van de premier in strijd was met de richtlijnen van de overheid, en of Jetten AI-teksten voortaan zou labelen.
Jetten maakte in zijn antwoord een onderscheid tussen zijn privékanalen en zijn officiële kanalen als minister-president. Over zijn privéaccounts hoefde hij de Kamer volgens hem geen verantwoording af te leggen. Over de officiële accounts schreef hij dat er geen AI was gebruikt.
Precies die bewering is nu onderuitgehaald. De vijf berichten die Pangram aanwees, verschenen het afgelopen halfjaar op de officiële accounts en waren gemiddeld zo’n tweehonderd woorden lang. De twee experts die de Volkskrant raadpleegde, zagen de typische kenmerken van AI-tekst: steeds hetzelfde ritme en relatief veel woorden zonder inhoud.
Een van de berichten op het privéaccount van Jetten die volgens AI-detector Pangram door AI is geschreven.
Wat zeggen de RVD en Jetten?
De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), die de communicatie van de premier verzorgt, ontkent niet dat er AI is gebruikt. Wel deelt de dienst de conclusie niet dat de berichten ‘volledig’ door AI zijn geschreven. De RVD wijst op een nieuwe richtlijn: niet elk bericht hoeft te vermelden dat er AI is gebruikt, zolang een mens de tekst heeft gecontroleerd.
Jetten zelf deed eerder luchtig over zijn AI-gebruik. Tegen RTL Nieuws zei hij dat je er iets in stopt, er iets uit krijgt en het altijd zelf controleert.
Hoe betrouwbaar is zo’n AI-detector?
AI-detectors hebben een slechte naam, omdat ze geregeld menselijke teksten ten onrechte als AI aanmerken. Pangram scoort in onafhankelijk onderzoek opvallend beter dan de rest.
- Onderzoekers van de University of Chicago vergeleken commerciële detectors op bijna 2.000 menselijke teksten en AI-teksten van onder meer OpenAI, Anthropic en Google. Bij middellange en lange teksten maakte Pangram vrijwel geen fouten.
- Onderzoekers van Chicago en de University of Maryland maten dat Pangram ongeveer 1 op de 10.000 menselijke teksten ten onrechte als AI aanmerkt.
- Concurrenten als GPTZero en Originality.ai doen het goed bij lange teksten, maar hebben meer moeite met korte stukken. Een open-source detector zag in het onderzoek 30 tot 69 procent van de menselijke teksten ten onrechte aan voor AI.
Volgens experts die de Volkskrant sprak, is een vals alarm bij berichten van tweehonderd woorden onwaarschijnlijk. Wel geldt een kanttekening die de RVD zelf ook maakt: een detector stelt vast dat AI is gebruikt, niet hoeveel een mens daarna nog heeft aangepast. Juist als een AI-tekst flink is bewerkt, komt een detector vaker in de problemen. Meer over hoe je AI-tekst herkent, lees je in ons stuk over de bijna 13.000 terugkerende schrijfpatronen die onderzoekers vonden.
Politiek gevoelig
Een bewindspersoon is volgens artikel 68 van de Grondwet verplicht de Kamer juist en volledig te informeren. Onjuiste informatie geven is in Den Haag een van de zwaarste verwijten die een kabinetslid kan krijgen, ook als het onderwerp op zich klein lijkt.
Wie stellig ontkent dat er AI is gebruikt terwijl dat aantoonbaar wel zo is, heeft een probleem, zegt Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden. Dat valt volgens hem “politiek niet uit te leggen”.
Daar komt bij dat de overheid zelf regels heeft voor het gebruik van generatieve AI. Eerder bleek al dat D66 teksten van AI soms zonder aanpassingen overnam. En terwijl de overheid van anderen transparantie over AI vraagt, gaat het nu over de vraag of de premier daar zelf open over is geweest.
Na de detector komt het watermerk
Pangram herkent AI-tekst achteraf aan patronen in woordkeuze en ritme. Binnenkort hoeft dat speurwerk niet meer alleen achteraf. De Europese AI-verordening (AI Act) verplicht AI-aanbieders om wat hun systemen maken herkenbaar te markeren. Daarom gaat OpenAI ChatGPT- en Codex-teksten in de EU onzichtbaar watermerken. Het model kiest daarbij net iets andere woorden, zodat een detector later kan zien dat een tekst uit ChatGPT komt. Google zet al een stap verder en opende zijn SynthID-controle voor iedereen, zodat je zelf kunt checken of een foto, video of geluidsfragment met AI is gemaakt.
Waterdicht is het niet. Een watermerk verdwijnt als je een tekst herschrijft of vertaalt, werkt slecht bij korte teksten, en OpenAI stelt de detector voorlopig alleen beschikbaar aan onderzoekers. Een premier die een AI-tekst nog even aanpast voordat hij hem post, blijft zo dus grotendeels buiten beeld.
Opvallend is dat de AI Act ook een uitzondering kent die lijkt op de nieuwe RVD-richtlijn. Wie AI-tekst publiceert om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, moet dat in principe melden, tenzij een mens de tekst heeft gecontroleerd en iemand er redactioneel verantwoordelijk voor is. Daarmee verschuift de vraag van ‘is hier AI gebruikt?’ naar ‘wie staat ervoor in?’. Bij Jetten is het antwoord nu in elk geval duidelijk: de premier zelf, tegenover de Kamer.
Bronnen: de Volkskrant, (Jetten informeerde Kamer onjuist over AI-gebruik: ‘Dit is iemand die met zijn vingers tussen de deur zit’, 8 oktober 2026); Security.NL (Kamervragen, 16 september 2026); The Decoder (onderzoek University of Chicago naar AI-detectors); RTL Nieuws.
