Foto: Pankaj Patel via Unsplash
Een functie in andermans app zien, je AI-agent vragen hoe die werkt en hem daarna laten nabouwen, zonder ooit de broncode te zien. Dat belooft REA, oftewel ‘Reverse Engineer Anything’. De open-source tool koppelt AI-agents als Claude Code (Anthropic), Codex (OpenAI), Cursor en Gemini CLI (Google) aan professionele kraakgereedschappen als Ghidra en IDA Pro. In een week tijd schoot REA van minder dan 10.000 naar ruim 110.000 sterren op GitHub. Ontwikkelaars zijn enthousiast, softwarebedrijven nerveus en juristen fronsen.
REA werd op 7 oktober gepubliceerd door een ontwikkelaar met de schuilnaam morluto en stond binnen een paar dagen bovenaan de trendlijst van GitHub. Op Hacker News leverde de lancering honderden reacties op. “Software is dood, lang leve software”, vatte het populaire X-account International Cyber Digest de stemming samen.
Wat doet REA precies?
Reverse engineering is het terugredeneren van een afgemaakt programma naar hoe het in elkaar zit. Dat bestaat al decennia, maar het is specialistisch werk. Je hebt dure tools nodig en moet urenlang machinecode lezen. REA laat een AI-agent dat werk doen.
Technisch is REA een MCP-server: een koppeling waarmee een AI-agent externe gereedschappen kan bedienen. Via REA kan een agent onder meer:
- programma’s decompileren, dus machinecode terugvertalen naar leesbare code, met tools als Ghidra (ooit ontwikkeld door de Amerikaanse inlichtingendienst NSA), IDA Pro en Hopper;
- apps van allerlei soorten ontleden: gewone Windows- en Mac-programma’s, Electron-apps, .NET-software, Android-apps, websites en zelfs firmware;
- gedrag volgen terwijl een programma draait, om te zien welke code bij welke functie hoort.
De werkwijze bestaat uit drie stappen: decompileren, het gedrag volgen tot een functie verklaard is, en de logica opnieuw bouwen in je eigen project. Het voorbeeld in de handleiding van REA spreekt boekdelen: laat je agent uitzoeken hoe de zoekfunctie in de Notities-app werkt, het bewijs tonen en een vergelijkbare functie voor jouw project bouwen. Installeren kost één commando. De analyse draait op je eigen computer en REA werkt met onder meer Claude Code, Codex, Cursor, Gemini CLI en Grok Build.
Van 10.000 naar 110.000 sterren in een week
De groei is uitzonderlijk, ook voor GitHub-begrippen. Op 6 oktober had REA nog minder dan 10.000 sterren. Op 10 en 11 oktober kwamen er volgens trackers elke dag zo’n 25.000 bij. De makers bedanken in hun handleiding inmiddels voor 110.000 sterren, en de teller op GitHub zelf staat nog hoger. Ook is het project al ruim 30.000 keer gekopieerd (geforkt) door andere ontwikkelaars.
Hoe snel dit soort tools de praktijk raken, bleek al meteen. Kort na de lancering verschenen browserversies van klassieke games als Half-Life en zelfs GTA V online. De GTA-versie ging op 6 oktober live en was binnen enkele uren weer offline. Volgens gamesite Destructoid zouden uitgevers als Rockstar, Activision en Bethesda juridische stappen hebben gezet tegen dit soort browserversies. Overigens is niet bij elk van die projecten duidelijk of REA zelf is gebruikt.
Experts: ‘Hype’
Niet iedereen is onder de indruk. Elias Bachaalany, medeauteur van het standaardwerk Practical Reverse Engineering en oud-medewerker van IDA-maker Hex-Rays, reageerde op een juichend bericht over REA met één woord: “Hype.”
De kritiek komt neer op drie punten:
1. De techniek is niet nieuw. Koppelingen tussen AI-agents en Ghidra of IDA Pro, zoals GhidraMCP en IDA Pro MCP, bestaan al sinds vorig jaar. REA bundelt ze vooral slim en maakt ze makkelijker te installeren.
2. Beschermde software blijft lastig. Programma’s die met zware versleuteling en verhulling (obfuscatie) zijn beschermd, zijn voor AI-agents nog moeilijk te kraken.
3. Meer tools is niet altijd beter. Duncan Ogilvie, maker van IDA Pro MCP en het bekende debugprogramma x64dbg, betwijfelt of een AI-model beter presteert als je het met tientallen tools tegelijk opzadelt.
Toch laat een ander voorbeeld zien waar het naartoe gaat. Reverse engineer Maurice Heumann liet tientallen agents van Claude Code en Codex tegelijk werken aan een schietspel. Ze reconstrueerden 99 procent van de functies in C++-code, waarvan 83 procent na compileren byte voor byte gelijk was aan het origineel. Heumann gebruikte daarvoor overigens niet REA, maar de officiële MCP-koppeling van Hex-Rays.
Mag dit zomaar?
Juridisch is REA een mijnenveld, en dat verschilt per land.
- In Europa mag je software alleen decompileren als dat nodig is om je eigen programma te laten samenwerken met dat andere programma (interoperabiliteit). Dat staat in de Europese Softwarerichtlijn en in Nederland in de Auteurswet. Een clausule in een licentie die dat verbiedt, is in de EU nietig. Maar decompileren om een functie te kunnen namaken, valt daar niet onder.
- In de VS zijn verboden op reverse engineering in licentievoorwaarden juist wel afdwingbaar, zo oordeelde een rechter in 2003 in de zaak Bowers v. Baystate.
- Clean room is een bekende manier om software legaal na te bouwen: het ene team analyseert, een ander team dat de code nooit heeft gezien, bouwt. REA laat één agent allebei doen. Op Hacker News werd dat al ‘het witwassen van intellectueel eigendom’ genoemd.
REA zelf legt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker. Volgens de makers is de tool bedoeld voor onderzoek, onderwijs, interoperabiliteit, het bewaren van oude software en het analyseren van programma’s die je bezit of mag onderzoeken. Cracks en gestolen licentiesleutels zijn uitdrukkelijk niet toegestaan.
Er is nog een minder bekend risico. De analyse draait lokaal, maar de codefragmenten die je agent bekijkt, gaan wel naar de AI-aanbieder achter die agent, zoals Anthropic, OpenAI of Google. Wie zo software onderzoekt waarover een geheimhoudingsverklaring is getekend, kan dus contractbreuk plegen zonder het door te hebben.
Wat betekent dit voor softwarebedrijven?
De drempel om andermans software te ontleden is in een week flink gedaald. Wat vroeger een specialist dagen kostte, kan nu iedereen met een laptop en een abonnement op een AI-agent proberen. Vooral apps die hun code op de computer van de gebruiker zetten, zoals Electron-apps (denk aan programma’s als Slack, Discord en Visual Studio Code), liggen open.
Het advies van experts is daarom eenvoudig: zet de echt waardevolle logica op je eigen server en niet in de app die je uitlevert. “Dat klopt, voor nu”, aldus Bachaalany. Wie op zijn beurt wil weten hoe AI-agents ook voor verdediging worden ingezet, kan kijken naar hoe Anthropic open-source software gratis scant op beveiligingslekken. Dezelfde vaardigheid die software kraakt, kan haar ook beter beschermen.
Bronnen: GitHub (morluto/rea, handleiding en gebruiksvoorwaarden); GeekPark via KuCoin News (12 oktober 2026); Startup Fortune (9 oktober 2026); International Cyber Digest op X; Destructoid; Europese Softwarerichtlijn 2009/24/EG.
