Foto: Vitaly Gariev via Unsplash
Het kabinet wil in 2028 een publieke AI-omgeving voor scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs. Scholen kunnen daar verschillende AI-modellen en onderwijstoepassingen gebruiken in een betrouwbare omgeving. De reden is dat veel AI-tools van commerciële aanbieders komen en niet voor het onderwijs zijn gemaakt. Dat schrijft staatssecretaris Tielen in een brief aan de Tweede Kamer.
Voor de ontwikkeling is volgend jaar 10,7 miljoen euro beschikbaar, plus structureel 7,4 miljoen euro. Eind 2026 moet er een plan van aanpak liggen.
| Wat | Publieke AI-omgeving voor scholen en leraren |
| Voor wie | Primair en voortgezet onderwijs |
| Klaar | 2028 |
| Budget volgend jaar | 10,7 miljoen euro voor de ontwikkeling |
| Structureel budget | 7,4 miljoen euro |
| Plan van aanpak | Eind 2026 |
| Kern | AI-hub met gedeelde infrastructuur en een register van modellen |
Zicht op AI-tools
Scholen hebben volgens Tielen te weinig zicht op AI-tools van commerciële aanbieders. Ze weten vaak niet hoe die tools gegevens verwerken, hoe de modellen zich gedragen en welke voorwaarden de aanbieders stellen. Ook lukt het scholen moeilijk om de technische, juridische en onderwijskundige ontwikkelingen bij te houden.
Tielen wijst op de snelheid van die ontwikkelingen.
“AI verandert in hoog tempo de manier waarop leerlingen leren en leraren lesgeven.”
Tielen, staatssecretaris
Leren met AI
Leren met AI levert volgens Tielen niet vanzelf betere resultaten op. Uit onderzoek blijkt dat het effect afhangt van hoe leerlingen AI inzetten. Leerlingen die AI gebruiken om te leren en om de kwaliteit van AI-informatie te beoordelen, doen het beter.
Over leerlingen die AI hun opdrachten laten schrijven, is de staatssecretaris duidelijk.
“Leerlingen die AI gebruiken om teksten voor opdrachten te maken, scoren gemiddeld lager.”
Tielen, staatssecretaris
AI-hub
De kern van de nieuwe omgeving wordt een AI-hub. Die hub is een technisch schakelpunt: één centrale plek waarlangs scholen toegang krijgen tot de verschillende AI-modellen en toepassingen. Daaromheen komen gedeelde infrastructuur, een register van beschikbare modellen en maatregelen voor veilig en verantwoord gebruik. Scholen blijven zelf kiezen welke tools hun leraren en leerlingen gebruiken, ook als die van commerciële aanbieders komen.
