Een grote zakenbank zet een Japanse toeleverancier van chip-substraten hoger op de lijst. De reden: de vraag naar onderdelen voor AI- en serverchips groeit sneller dan gedacht. Het gaat om materialen die de verbinding maken tussen een chip en het moederbord. Die schakel blijkt bepalend voor de wereldwijde uitrol van kunstmatige intelligentie, ook in Europa.
Substraten vormen cruciale AI-schakel
AI-chips zijn niets zonder een geavanceerd substraat. Dit is een dunne, meerlagige drager waarop de chip wordt geplaatst. Het substraat verzorgt stroom, koeling en datalijnen met duizenden contactpunten. Bij foutjes valt de hele server uit of verliest hij snelheid.
Voor krachtige AI-servers gebruiken chipmakers zogenoemde ABF-substraten. Die zijn fijner en complexer dan de varianten voor telefoons of pcās. Ze zijn nodig voor GPUās en accelerators die grote datamodellen trainen. De productie vraagt uiterst schone fabrieken en veel proceskennis.
Wereldwijd kunnen maar enkele bedrijven deze lagen in volume maken. De sector kampte de afgelopen jaren met tekorten. Dat remde leveringen van AI-hardware. Nieuwe capaciteit kost tijd en miljarden.
āZonder geavanceerde substraten werkt een AI-chip niet. Ze vormen de stille ruggengraat van datacenters.ā
JPMorgan verwacht versnellende vraag
Analisten zien dat de bestellingen voor AI-servers blijven aantrekken. Fabrikanten van GPUās vergroten hun productie. Daardoor schuift meer waarde in de keten naar complexe onderdelen, zoals substraten. Een Japanse leverancier profiteert daarvan volgens de bank.
Het aangepaste advies betekent dat men betere prestaties verwacht dan de marktgemiddelde. De reden is structurele vraag naar high-end substraten voor datacenters. Niet alleen voor training, maar ook voor AI-inzet in productie. Denk aan zoekdiensten, industrie en zorg.
De bank wijst op zichtbare orderstromen bij grote chipklanten. Ook zien analisten langere contracten en nauwere technische samenwerking. Dat maakt omzet en bezetting voorspelbaarder. Het verkleint het typische cyclische risico in halfgeleiders.
Schaarste houdt marges op peil
Nieuwe substraatfabrieken zijn niet snel te bouwen. Elke uitbreiding vergt kwalificaties met klanten, wat maanden kan duren. Daardoor blijft de markt krap. Die krapte ondersteunt prijzen en marges.
Leveranciers zetten tegelijk in op yield, oftewel uitval verlagen. Een hoger bruikbaar rendement per wafer drukt kosten. Dat geld kan terug de fabriek in voor extra capaciteit. Zo ontstaat een voorzichtig groeipad zonder prijsoorlog.
Toch is overstretch een risico. Als te veel capaciteit tegelijk opengaat, draaien prijzen omlaag. Ook techniek kan verschuiven, zoals naar andere materialen of verpakkingsvormen. Dan moeten producenten weer bijsturen.
Europese impact op datacenterplannen
Europa bouwt zijn AI-infrastructuur snel uit. Grote HPC-projecten en cloudproviders plaatsen extra GPU-clusters. Als substraten schaars blijven, lopen levertijden op. Dat raakt implementaties in onderwijs, overheid en industrie.
De EU Chips Act zet ook in op geavanceerde verpakking in Europa. Maar de kern van de substraatketen zit nu in Japan en Taiwan. Dat maakt Europa afhankelijk van externe aanvoer. Een verstoring daar vertraagt projecten hier.
Nederland voelt dit direct via datacenters rond Amsterdam en Eemshaven. Levering van AI-servers bepaalt wanneer teams modellen kunnen trainen. Energie- en netaansluitingen zijn ƩƩn kant van het verhaal. Beschikbaarheid van cruciale onderdelen is de andere.
Nederlandse keten ziet kansen en gaten
ASML en ASM leveren apparatuur voor front-end processen, niet voor substraten. Toch profiteert de Nederlandse keten indirect. Als AI-servers groeien, stijgt de vraag naar chips, tools en testdiensten. Ook software en koeling profiteren.
Tegelijk blijft een zwakke plek zichtbaar. Europa maakt weinig high-end substraten. Dat beperkt grip op kosten en levertijd. Het vergroot strategische afhankelijkheid in de AI-keten.
Gerichte stimulering kan helpen. Denk aan pilotlijnen, materiaalonderzoek en kwalificatiecentra. Snelle vergunningen en energiezekerheid zijn randvoorwaarden. Zonder die basis komt productie hier niet van de grond.
Risicoās blijven voor sector en belegger
Klantenconcentratie is een punt. Enkele chipkopers bepalen de volumes. Als zij ontwerpen wijzigen of naar alternatieven gaan, kan omzet snel draaien. Contracten bieden niet altijd bescherming.
Technologie blijft in beweging. Chiplets, 2.5D- en 3D-verpakking veranderen eisen aan het substraat. Ook glas-substraten worden onderzocht als toekomstig alternatief. Leveranciers moeten dus blijven investeren.
Daarbovenop spelen geopolitiek en valuta mee. Exportregels en spanningen kunnen de keten verstoren. Schommelingen van yen, dollar en euro beĆÆnvloeden marges. Voorzichtig plannen en spreiding blijven nodig.
