Acht op de tien Nederlanders kunnen door kunstmatige intelligentie gemaakte beelden, audio of teksten niet goed van echt onderscheiden. Dat blijkt uit nieuw onderzoek onder een brede groep volwassenen in Nederland. De uitkomst vergroot zorgen over misleiding en fraude, juist nu generatieve AI populair is. Dit raakt ook overheid en bedrijven, die onder de Europese AI-verordening en de AVG meer transparantie en zorgplicht krijgen.
Meesten herkennen deepfakes niet
Veel mensen hebben moeite om AI-gegenereerde inhoud te herkennen. Het gaat om foto’s, video’s, stemopnames en ook teksten die door datamodellen zijn gemaakt. De kwaliteit van die nepcontent is sterk verbeterd, waardoor kleine signalen bijna niet meer opvallen. Daardoor groeit het risico op verwarring en misinformatie.
Die onzekerheid speelt vooral op sociale media en in berichtapps, waar content snel rondgaat. Platforms verwijderen wel eens nepvideo’s, maar doen dat lang niet altijd op tijd. Gebruikers zien vaak de eerste, misleidende versie. Correcties bereiken daarna minder mensen.
Ook in het dagelijks contact kan dit gevolgen hebben. Bij identiteitsfraude via nagebootste stemmen of gezichten is de schade direct. Denk aan telefoontjes die klinken als een collega of familielid, gemaakt met een stemkloningsmodel. Zonder extra controle is zo’n nepsituatie moeilijk te doorzien.
8 op de 10 Nederlanders kan AI-content niet betrouwbaar van echt onderscheiden.
Snelle groei van generatieve AI
Generatieve AI maakt met een tekstprompt nieuwe inhoud, zoals beelden of audio. Modellen als ChatGPT (OpenAI), Gemini (Google), Midjourney en Stable Diffusion (Stability AI) leveren steeds realistischer resultaten. Met tools als ElevenLabs kun je bovendien iemands stem klonen. Die combinatie maakt deepfakes, oftewel nagemaakte media, overtuigender.
De term deepfake betekent: digitaal bewerkte of volledig synthetische media die echt lijken. De techniek gebruikt neurale netwerken, die patronen in grote datasets leren. Daardoor wordt een gezicht, stem of schrijfstijl nauwkeurig nagebootst. Dat geeft creatieve kansen, maar ook misbruik.
Techbedrijven werken aan veiligheid, zoals content credentials. Dat zijn digitale labels of watermerken die vastleggen hoe en waarmee iets is gemaakt. Standaarden als C2PA, gesteund door Adobe, Microsoft en andere partijen, helpen daarbij. Maar het gebruik is nog niet overal verplicht of consistent.
Fraude en desinformatie nemen toe
Criminelen gebruiken nagebootste stemmen voor spoedverzoeken of bankfraude. Een korte geluidsopname van internet kan al genoeg zijn voor een stemclone. Slachtoffers herkennen het vaak niet, zeker onder tijdsdruk. Dat verhoogt de kans op financiële of reputatieschade.
Ook desinformatie rond politiek en gezondheid krijgt met AI meer bereik. Realistische nepvideo’s of foto’s zetten mensen op het verkeerde been. Factcheckers en redacties lopen achter de feiten aan. Het kost tijd om te ontkrachten wat in seconden is gemaakt en gedeeld.
Publieke instellingen, zoals gemeenten en scholen, krijgen dit ook op hun bord. Medewerkers moeten leren om te verifiëren via een tweede kanaal, zoals terugbellen op een bekend nummer. Voorlichting aan burgers helpt, bijvoorbeeld met checklists voor broncontrole. Zo verklein je de impact als nepcontent opduikt.
EU-regels eisen transparantie
De Europese AI-verordening verplicht aanbieders om gemanipuleerde of gegenereerde media als zodanig te labelen. Dat geldt voor beeld, audio en video die een mens kunnen misleiden. Voor overheden en bedrijven betekent dit: processen aanpassen en duidelijk melden wanneer AI is gebruikt. Dit sluit aan op de AVG, die dataminimalisatie en goede beveiliging eist.
Grote platforms vallen daarnaast onder de Digital Services Act. Zij moeten systemische risico’s, zoals desinformatie door algoritmen, beperken. Dat vraagt om betere detectie, transparante aanbevelingen en sneller ingrijpen bij nepcontent. Toezicht en audits maken deel uit van deze verplichtingen.
Lidstaten wijzen voor de AI-verordening nationale toezichthouders aan. De precieze taakverdeling per land is op het moment van schrijven nog in ontwikkeling. In Nederland houdt de Autoriteit Persoonsgegevens toezicht op de AVG. Samenwerking tussen toezichthouders wordt belangrijk, omdat risico’s technisch en juridisch samenkomen.
Praktische stappen voor Nederland
Organisaties kunnen nu al content credentials invoeren, waar mogelijk via C2PA. Dat maakt herkomstcontrole makkelijker, ook voor archieven en nieuwsredacties. Zet daarnaast beleid klaar voor het omgaan met AI-media, inclusief een meldpunt voor nepcontent. Zo wordt sneller en consistent gereageerd.
Voor communicatie met burgers is extra verificatie verstandig. Laat gevoelige verzoeken nooit alleen via e-mail of chat afhandelen. Gebruik een tweede kanaal en leg dit uit aan klanten en medewerkers. Tweefactorauthenticatie en terugbelcodes verkleinen de kans op misbruik.
Tot slot helpt mediawijsheid, in het onderwijs en op de werkvloer. Leg uit hoe deepfakes werken en welke signalen je kunt checken, zoals lichtval, lip- en stemsync en bronverwijzingen. Combineer dat met simpele regels: vertrouw niet op één screenshot of clip, en controleer de herkomst. Zo verklein je de schade, ook als AI-media nog beter worden.

