Deze week dook online een door AI gemaakte video op waarin Donald Trump talkshowpresentator Stephen Colbert in een afvalcontainer gooit. De clip verscheen op sociale media in de Verenigde Staten en waaide snel over naar Europa. Het gaat om synthetische beelden die echt lijken, maar niet hebben plaatsgevonden. De video wakkert opnieuw zorgen aan over misleidende deepfakes in een verkiezingsjaar en het gebrek aan duidelijke waarschuwingen.
Deepfake gaat snel rond
De korte video toont een gewelddadige scène met echte personen, maar is volledig door een algoritme gegenereerd. Zulke systemen zetten tekst of beelden om in geloofwaardige video’s. De gebruikte tool is niet bekend, maar vergelijkbare software is publiek beschikbaar. Denk aan Runway Gen-3, Pika 1.0, Luma Dream Machine of videomodellen van grote techbedrijven.
De clip werd massaal gedeeld door meme-accounts en politieke volgers. Sommige posten hem als satire, anderen zonder toelichting. Zonder label is voor kijkers niet duidelijk dat het nep is. Dat vergroot het risico op misleiding en intimidatie.
De video past in een bredere trend van synthetische politieke content. Eerder gingen ook gemanipuleerde audio en foto’s rond in verkiezingscampagnes. De drempel om zulke beelden te maken is laag. Een thuiscomputer en een vrij beschikbare tool volstaan vaak al.
Waarom dit nu telt
Het is een verkiezingsjaar in de VS, met directe impact op de online nieuwsstroom in Europa en Nederland. In 2023 en 2024 doken in Europa al meerdere deepfakes op rond campagnes en publieke figuren. Zulke beelden verspreiden zich sneller dan correcties. Dat ondermijnt vertrouwen in media en politiek.
Generatieve video werkt met neurale netwerken die patronen leren uit grote datasets. Het resultaat lijkt echt, ook bij complexe bewegingen. Nieuwe modellen verkleinen typische fouten zoals vreemde handen of schokkerige overgangen. Daardoor wordt ontmaskeren lastiger voor het oog.
Tegelijk groeit de roep om herkenbare labels en watermerken. Er zijn standaarden in opkomst voor herkomstgegevens, zoals C2PA, gesteund door onder meer Adobe en Microsoft. Maar die zijn nog niet overal ingebouwd en labels kunnen verdwijnen bij herpublicatie. Zonder vaste ketenbewaking is de bron snel kwijt.
“Een deepfake is een synthetische foto, video of audio die met AI is gemaakt en echt lijkt.”
Europese regels eisen labels
De Europese AI-verordening (AI Act) bevat een plicht om deepfakes duidelijk als kunstmatig te markeren. Op het moment van schrijven treden de regels gefaseerd in werking. De labelverplichting voor synthetische content gaat na invoering stapsgewijs gelden voor makers en verspreiders. Uitzonderingen voor kunst, satire of journalistiek vragen dan nog steeds om passende waarborgen.
Daarnaast verplicht de Digital Services Act grote platforms om systeemrisico’s, zoals desinformatie door deepfakes, te beperken. Denk aan betere detectie, duidelijke meldknoppen en transparantie over moderatie. Europese toezichthouders kunnen bij herhaald falen ingrijpen. Boetes kunnen fors zijn bij structurele tekortkomingen.
Ook de AVG (privacywet) is relevant als iemands gezicht of stem wordt nagebootst. Dat zijn persoonsgegevens, waarvoor een rechtsgrond nodig is. Uitzonderingen bestaan, maar misleidende of schadelijke inzet kan strijdig zijn met de beginselen van zorgvuldigheid en doelbinding. Slachtoffers kunnen verwijdering of rectificatie vragen.
Platforms handhaven wisselend
Bedrijven als Meta, X, YouTube en TikTok hebben beleid voor synthetische of misleidende media. Sommige vereisen labels, andere voegen context of Community Notes toe. Toch is de uitvoering vaak ongelijk en traag. Handmatige beoordeling schiet tekort bij de volumes en nuance van politieke satire.
Voor Europese gebruikers gelden extra plichten voor Very Large Online Platforms onder de DSA. Zij moeten risicobeoordelingen doen rond verkiezingen en manipulatie. De Europese Commissie kan daarbij audits en stresstests vragen. Content zoals de Colbert-video kan zo onder EU-toezicht vallen als die op grote schaal rondgaat.
Technische oplossingen komen op, zoals C2PA-herkomstgegevens en AI-watermerken. Ook Google, Adobe en OpenAI werken aan detectietools en labels. Maar interoperabiliteit en adoptie door alle schakels ontbreken nog. Zonder brede toepassing blijven gaten in de keten bestaan.
Gevolgen voor media en publiek
Omroepen en redacties moeten aantoonbaar checken of beelden echt zijn. Dat vraagt training, tooling en een logboek van verificatiestappen. Publicatie van deepfakes kan, maar dan met duidelijk label en context. Zo voorkomen media dat satire of kunst wordt gelezen als feit.
Voor politici en publieke figuren stijgt het risico op reputatieschade. Snelle ontkrachting en een vaste communicatielijn helpen. Juridisch kunnen zij zich beroepen op portret- en privacyrechten wanneer misleiding of schade aantoonbaar is. Tegelijk blijft satire als uitingsvorm beschermd, mits niet misleidend gepresenteerd.
Ook Nederlandse instellingen krijgen hiermee te maken, bijvoorbeeld bij gemeenteraads- of Kamerverkiezingen. De AI Act en DSA bieden kaders, maar implementatie in processen is cruciaal. Overheden en partijen doen er goed aan een deepfake-protocol klaar te hebben. Denk aan contactpunten, verwijderverzoeken en duidelijke publieksinformatie.
Wat kijkers nu kunnen doen
Controleer de bron en zoek dezelfde scène bij betrouwbare media. Pauzeer de video en let op handen, ogen, schaduwen en onlogische bewegingen. Gebruik een omgekeerde beeldzoekactie op screenshots. Ontbreekt context of herkomst, wees dan extra kritisch.
Meld misleidende of ongelabelde synthetische content via de platformknop. Vraag om een label als duidelijkheid ontbreekt. Instellingen en bedrijven kunnen C2PA inschakelen om eigen content te tekenen. Dat maakt het makkelijker om echte bronnen van kopieën te onderscheiden.
Wie met AI-tools werkt, moet transparant zijn over bewerking. Zet er een zichtbaar label bij en, waar mogelijk, een onzichtbare watermerk. Zo blijft vertrouwen in beeldmateriaal behouden. En het helpt om discussie te voeren over de inhoud, niet over de vraag of iets echt is.
