Een advocaat uit Vlissingen wil dat zedenzaken voorrang krijgen in de strafketen. Hij ziet dat slachtoffers maanden tot jaren wachten en daardoor vertrouwen verliezen. Dat speelt in Zeeland en landelijk, en raakt het werk van politie en het Openbaar Ministerie. De discussie schuurt ook langs technologie en beleid, zoals de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en opsporing.
Advocaat wil snellere zedenzaken
De advocaat vraagt om prioriteit voor zaken over seksueel geweld bij politie en OM. Slachtoffers ervaren het lange wachten als extra leed naast het misdrijf zelf. De kern van zijn oproep: sneller starten, strakker plannen en beter communiceren. Dat moet voorkomen dat meldingen worden ingetrokken of dat bewijs veroudert.
De roep om tempo komt voort uit dossiers die blijven liggen door beperkte capaciteit. In zedenzaken is een zorgvuldige aanpak nodig, maar die mag niet leiden tot stilstand. Doorlooptijd is nu een systeemprobleem, geen individueel incident. De advocaat wil daarom structurele keuzes in de keten.
Versnellen kan beginnen bij intake en eerste verhoor. Duidelijke termijnen en vaste contactmomenten helpen slachtoffers om grip te houden. Ook snelle beslissingen over vervolging of seponeren geven duidelijkheid. Zo wordt recht zichtbaar en voorspelbaar voor betrokkenen.
Zedenzaken zijn strafzaken over seksueel geweld, zoals aanranding, verkrachting en online misbruik.
Capaciteit politie en OM knelt
De politie en het Openbaar Ministerie hebben op het moment van schrijven te maken met personeelstekorten. Zedenrecherche vergt specialistische kennis en tijdrovende verhoren. Ook de coördinatie met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kost capaciteit. Daardoor lopen wachttijden op bij elk stapje in het proces.
Rechtbanken plannen volle roosters, wat extra vertraging geeft. Zittingscapaciteit en tolken zijn schaarse middelen. Wanneer getuigen of deskundigen niet beschikbaar zijn, schuift een zaak verder op. Elk uitstel vergroot de belasting voor alle partijen.
Een prioritering voor zedenzaken dwingt tot herverdeling. Andere zaken kunnen dan later komen, wat een politieke en maatschappelijke keuze is. Transparante criteria zijn nodig om dat eerlijk te doen. Denk aan ernst van het feit, kwetsbaarheid van slachtoffers en risico op herhaling.
Digitale bewijslast vertraagt zaken
Steeds meer zedenzaken draaien om telefoons, chats en video’s. Het uitlezen en doorzoeken daarvan kost tijd, ook door versleuteling. Forensische software van leveranciers zoals Cellebrite of GrayKey helpt, maar vergt deskundigheid en waarborgen. Zo groeit zowel de werkdruk als de noodzaak tot kwaliteitscontrole.
Algoritmen kunnen het ordenen van datastromen versnellen. AI is software die leert van voorbeelden om patronen te herkennen. Denk aan automatische transcriptie van geluidsopnames of het opsporen van relevante trefwoorden. Toch blijft menselijke beoordeling nodig om context en betrouwbaarheid te wegen.
Bekende systemen als Microsoft PhotoDNA en Google’s CSAI Match herkennen kindermisbruikbeelden. Zulke tools beperken de zoekruimte, maar lossen de zaak niet op. Onderbouwing in het dossier moet steeds herleidbaar en toetsbaar blijven. Dat is cruciaal voor de rechter én voor de verdediging.
AI-opschaling met waarborgen
De Europese AI-verordening classificeert veel opsporingstoepassingen als hoog risico. Dat betekent eisen aan datakwaliteit, documentatie, logging en menselijk toezicht. Voor verboden toepassingen, zoals realtime gezichtsherkenning in publieke ruimte, gelden strikte uitzonderingen. Overheden moeten dit juridisch en praktisch borgen.
De AVG stelt daarnaast grenzen aan dataverwerking in strafzaken. Dataminimalisatie en doelbinding vragen om gerichte zoekslagen in plaats van brede datavissen. Encryptie en toegangscontrole zijn standaard, zeker bij intieme gegevens. Zo wordt privacy beschermd zonder het onderzoek te blokkeren.
Voor OM en politie betekent dit: investeren in uitlegbaarheid van systemen. Beslissingen die steunen op algoritmen moeten controleerbaar zijn. Training en audits beperken bias en fouten. Dit vergroot de kans dat digitale bevindingen standhouden in de rechtszaal.
Maatregelen op korte termijn
Gerichte prioritering bij intake kan direct tijdwinst geven. Bijvoorbeeld door een vast “spoorschema” voor zedenzaken bij politie en OM. Ook een dedicated zedenkamer bij de rechtbank kan planningsvoordelen bieden. Zulke keuzes vragen wel structurele capaciteit.
Snelle digitale triage versnelt zonder kwaliteit te schaden. Automatische transcriptie en slimme zoekfilters kunnen het dossier eerder compleet maken. Werk met standaardchecklists en kwaliteitsnormen per tool. Beperk hulpsystemen tot ondersteunend gebruik, met eindbeslissingen door mensen.
Voor slachtoffers is heldere communicatie cruciaal. Slachtofferhulp Nederland kan vaste contactpersonen bieden en verwachtingen managen. Tussentijdse updates verlagen stress en afhaken. Daarmee blijft de aangifte duurzaam overeind.
Impact voor slachtoffers en regio
In kleinere regio’s kan de druk extra voelbaar zijn. Minder specialisten betekent sneller wachttijden bij ziekte of piekdrukte. Regionale samenwerking tussen teams kan uitkomst bieden. Digitale uitwisseling van expertise helpt om gaten te vullen.
De EU-slachtofferrichtlijn verplicht tot tijdige en zorgvuldige behandeling. Nederland moet dat vertalen naar praktische termijnen en meetbare doelen. KPI’s over doorlooptijd en slachtoffertevredenheid maken voortgang zichtbaar. Dat ondersteunt ook budgetbeslissingen in Den Haag.
De oproep uit Vlissingen past in een bredere beweging. Strafketenpartners zoeken naar balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Met gerichte prioritering, digitale hulpmiddelen en juridische waarborgen kan dat samenkomen. Zo komt recht dichterbij voor wie lang wacht op een beslissing.
