De Autoriteit Financiële Markten (AFM) noemt de Nederlandse Uitvoeringswet AI-verordening uitvoerbaar, maar vraagt om aanpassingen voor effectief toezicht. De toezichthouder reageert op de komst van de Europese AI-verordening (AI Act), die ook de Europese AI-verordening gevolgen overheid en sector heeft. Het gaat om heldere taken, voldoende bevoegdheden en goede samenwerking tussen toezichthouders. Zo wil de AFM risico’s van algoritmen in de financiële sector beter beheersen en consumenten en beleggers beschermen.
Wet is uitvoerbaar
De Uitvoeringswet AI-verordening regelt hoe Nederland de Europese AI Act in praktijk brengt. De AFM vindt de opzet werkbaar en ziet dat de basis voor toezicht op aanbieders en gebruikers van AI-systemen aanwezig is. De wet wijst toezichthouders aan en maakt sancties en handhaving mogelijk. Dat geeft instellingen duidelijkheid over wat zij in Nederland kunnen verwachten.
Tegelijk ziet de AFM punten die verduidelijking vragen. Het gaat bijvoorbeeld om de afbakening van taken tussen algemene en sectorale toezichthouders. Ook vraagt de toezichthouder aandacht voor consistentie in definities en begrippen, zodat marktpartijen niet met tegenstrijdige eisen te maken krijgen. Dit helpt vooral bij grensoverschrijdende diensten en bij aanbieders die meerdere sectoren bedienen.
Voor de financiële sector speelt daarbij dat sommige toepassingen vrijwel zeker als hoog risico worden aangemerkt. Denk aan kredietbeoordeling, klantprofilering en handelsalgoritmen. Duidelijke criteria en voorbeelden in de toelichting van de wet kunnen onduidelijkheid beperken. Dat verkleint nalevingskosten en versnelt implementatie.
Heldere rolverdeling in toezicht
De AFM pleit voor een scherpe taakverdeling tussen toezichthouders zoals AFM, De Nederlandsche Bank (DNB), de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Eén herkenbaar loket en een coördinerende autoriteit moeten overlap en gaten in toezicht voorkomen. Dit is belangrijk, omdat AI-systemen vaak zowel financiële, mededingings- als privacyaspecten raken. Een duidelijke escalatieroute versnelt besluiten bij incidenten.
Ook de afstemming met Europese organen is cruciaal. De AI Act voorziet in een Europees AI Office en een netwerk van nationale autoriteiten. De AFM wil dat de Nederlandse wet de samenwerking en informatie-uitwisseling over de grens goed borgt. Zo kan Nederland tijdig ingrijpen als aanbieders in andere lidstaten ook diensten aan Nederlandse consumenten leveren.
Voor marktpartijen werkt een heldere rolverdeling naleving in de hand. Zij weten dan bij wie ze terechtkunnen met vragen over datamodellen, documentatie of meldplichten. Dit beperkt doublures met bestaande regels voor financiële markten en zorgt voor voorspelbaarheid. Het verlaagt bovendien de administratieve last voor kleinere spelers.
Sterke onderzoeksbevoegdheden nodig
De AFM vraagt om expliciete bevoegdheden om technische documentatie, datasets en logbestanden op te vragen. Toezichthouders moeten modellen kunnen testen en waar nodig onafhankelijke audits kunnen eisen. Dit is nodig om te beoordelen of aanbieders voldoen aan de eisen voor datakwaliteit, transparantie en menselijk toezicht. Het helpt ook om patronen van systeemfouten of bias in kaart te brengen.
Tegelijk moeten bedrijfsgeheimen en cybersecurity gewaarborgd blijven. De wet kan dat regelen met vertrouwelijke behandelingsplichten en veilige data-uitwisseling. Zo is inspectie mogelijk zonder onnodige risico’s voor intellectueel eigendom. Balans tussen openheid en bescherming is hier de kern.
De AFM wijst verder op aanbieders van buiten de EU die in Nederland actief zijn via financiële instellingen. De Uitvoeringswet moet duidelijk maken hoe zij onder toezicht kunnen vallen en wat er kan gebeuren bij niet-naleving. Heldere regels over vertegenwoordigers in de EU en snelle informatie-uitwisseling zijn daarbij essentieel. Dit voorkomt dat toezicht spaak loopt bij grensoverschrijdende ketens.
Sluit aan op bestaande regels
De financiële sector kent al regels voor algoritmen, zoals onder MiFID II en DORA. De AFM wil dat de Uitvoeringswet deze kaders aanvult in plaats van dupliceert. Eén set consistent toegelichte eisen vermindert de kans op tegenstrijdige verplichtingen. Dat maakt het voor instellingen overzichtelijker en efficiënter.
Praktisch betekent dit: dezelfde controles op modelrisico’s tellen mee voor zowel financiële regels als de AI Act. Denk aan documentatie, testplannen, incidentmeldingen en menselijk toezicht. Ook kan aansluiting bij bestaande IT- en operationele risico-processen verspilling voorkomen. Het principe “één keer goed, voor meerdere doelen” staat centraal.
De AFM vraagt daarbij om proportionaliteit. Grote instellingen hebben vaak uitgebreide modelrisk-teams, kleinere niet. De wet kan ruimte bieden voor risicogebaseerde toepassing en gefaseerde invoering. Zo blijft de drempel voor innovatie laag, zonder concessies te doen aan veiligheid en betrouwbaarheid.
Gevolgen voor overheid en sector
Voor de overheid betekent de implementatie keuzes over het aanwijzen en financieren van toezichthouders. Er is behoefte aan een coördinerende autoriteit, duidelijke meldkanalen en praktische richtsnoeren. Ook vergt het investeringen in AI-expertise en testfaciliteiten. Dit alles moet beschikbaar zijn voordat de strengste verplichtingen ingaan.
Voor financiële instellingen is de opdracht concreet. Breng alle AI-toepassingen in kaart, met doel, data, risico’s en controles. Zorg voor documentatie, menselijke review en monitoring van uitkomsten, inclusief bias-tests. En bereid meldprocessen voor bij ernstige incidenten of significante modelwijzigingen.
De AVG blijft onverminderd gelden bij verwerking van persoonsgegevens. Dataminimalisatie, transparantie en passende beveiliging zijn verplicht. Waar AI beslissingen ondersteunt die mensen raken, moet uitlegbaarheid op orde zijn. Dit voorkomt klachten en juridische risico’s.
High-risk AI-systemen zijn toepassingen die een significant risico vormen voor veiligheid, gezondheid of fundamentele rechten. Zij moeten voldoen aan strengere eisen voor datakwaliteit, documentatie, risicobeheer en menselijk toezicht.
Tijdpad en volgende stappen
De AI Act geldt al, maar de verplichtingen gelden in stappen. Verboden toepassingen volgen als eerste, daarna regels voor generieke modellen en later de eisen voor hoogrisico-systemen. Op het moment van schrijven werken EU en lidstaten aan uitwerking, aanwijzing van autoriteiten en praktische richtsnoeren. Nederland gebruikt de Uitvoeringswet om dit nationaal te organiseren.
De AFM ziet de wet als goede basis, mits de toezichtsinstrumenten scherp genoeg zijn. Met heldere rollen, voldoende gegevensrechten en afstemming op bestaande financiële regels kan toezicht effectief worden. Dat geeft bedrijven duidelijkheid en burgers bescherming. Het kabinet moet die keuzes nu concreet vastleggen.
Voor marktpartijen loont het om niet te wachten. Vroege aanpassing aan de AI Act vermindert implementatierisico’s en vertraging. Het maakt deelname aan Europese testen en sectorale pilots makkelijker. En het zorgt dat innovaties sneller verantwoord de markt bereiken.
