De wereldwijde vraag naar AI-chips stuwt de prijzen van geheugen omhoog. Fabrikanten als SK Hynix, Samsung en Micron verschuiven capaciteit naar High Bandwidth Memory (HBM) voor systemen van Nvidia en AMD. Daardoor wordt ook āgewoonā werkgeheugen duurder, zelfs oude modules uit het begin van deze eeuw. Nederlandse bedrijven en overheden merken dit op het moment van schrijven bij inkoop en onderhoud.
HBM drukt ander geheugen weg
HBM is speciaal geheugen met zeer hoge doorvoersnelheid voor AI-modellen. Het zit dicht op de processor, bijvoorbeeld in Nvidiaās H100, H200 en B200, en AMDās MI300. Door de run op deze chips is de levering van HBM en het verpakken ervan (geavanceerde montage) krap op het moment van schrijven.
SK Hynix leidt de HBM-markt, terwijl Samsung en Micron hun productie opvoeren. Voor HBM worden DRAM-wafers gebruikt en is extra assemblagecapaciteit nodig, zoals TSMCās CoWoS-techniek. Dat gaat ten koste van andere geheugentypen die uit dezelfde fabcapaciteit komen.
Het gevolg is een doorwerking naar standaard DRAM, zoals DDR4 en DDR5 in pcās en servers. Minder aanbod betekent hogere prijzen en langere levertijden. Ook reparatie en uitbreiding van bestaande systemen worden zo duurder.
High Bandwidth Memory (HBM) is gestapeld werkgeheugen vlak naast de processor. Het biedt veel hogere snelheid dan klassiek DDR-geheugen, maar is moeilijker en duurder te maken.
Ook oud geheugen wordt schaarser
Veel industriĆ«le systemen draaien nog op ouder geheugen, zoals DDR2 en DDR3 uit de jaren 2003ā2010. Die modules worden in kleine batches gemaakt en liggen vaak alleen nog bij gespecialiseerde distributeurs. Als fabrikanten capaciteit verschuiven, droogt dit niche-aanbod snel op.
Refurbishers en brokers melden stijgende prijzen en onzekere levertijden voor legacy-modules. Organisaties grijpen dan naar slooponderdelen of alternatieven, wat risicoās voor betrouwbaarheid kan geven. Voor onderhoudscontracten stijgen zo de kosten, soms onverwacht halverwege de looptijd.
Het raakt vooral sectoren met lange levenscycli, zoals productie, energie, zorg en mobiliteit. Een kapotte controller kan stilstand veroorzaken wanneer het juiste geheugen niet snel te vinden is. Voorraadbeheer en tijdige vervanging worden daarmee belangrijker.
Gevolgen voor Nederlandse IT
In Nederland hebben gemeenten, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen vaak gemengde omgevingen met oud en nieuw. Inkoop van geheugen voor reparaties en upgrades wordt duurder en trager. Dat botst met budgetten en SLAās in publieke IT-dienstverlening.
Wie AI-toepassingen on-premise wil draaien met oog voor de Europese AI-verordening (AI Act), moet rekening houden met hardwarekosten. Meer geheugen is nodig voor grotere modellen en data, ook bij inferentie. De totale kosten van eigendom schuiven daardoor omhoog.
Tegelijk stimuleert Europees beleid rond circulariteit en het āright to repairā het verlengen van levensduur. Dat vergt juist betrouwbare toegang tot onderdelen zoals geheugen. Het spanningsveld tussen duurzaamheid en schaarste wordt hier zichtbaar.
Hyperscalers trekken aan de markt
Hyperscalers als AWS, Microsoft en Google kopen op grote schaal AI-systemen in. Nieuwe Nvidia-platformen, zoals B200 en GB200 met HBM3E, vragen per systeem meer geheugen dan eerdere generaties. Dat legt extra druk op de keten van DRAM-wafers tot eindassemblage.
Ook Europese supercomputers onder EuroHPC voegen AI-capaciteit toe. Die vraag concurreert met commerciƫle cloud en enterprise. Leveranciers geven prioriteit aan langlopende contracten, waardoor losse marktvolumes krimpen.
De industrie investeert in extra HBM-lijnen en verpakkingscapaciteit, maar dat kost tijd. Tot die uitbreidingen draaien, blijft de markt krap en volatiel. Prijzen kunnen per kwartaal flink bewegen.
Beleid en vooruitzicht in Europa
De EU Chips Act steunt nieuwe productie en geavanceerde verpakking in Europa. Toch is DRAM- en HBM-productie nog vooral in Zuid-Korea, Taiwan en de VS geconcentreerd. Europa blijft daarmee afhankelijk van import, ondanks sterke toeleveranciers als ASML.
Voor overheden en vitale sectoren is leveringszekerheid een strategisch thema. Langere contracten, meer voorraad en interoperabiliteit verminderen risicoās. Dat past bij bredere Europese doelen voor digitale soevereiniteit.
Op korte termijn moeten organisaties rekening houden met hogere prijzen, ook voor oud geheugen. Op middellange termijn kan extra capaciteit de druk verlichten. Maar het AI-tijdperk maakt duidelijk dat geheugencapaciteit een knelpunt blijft in de digitale infrastructuur.
