Nederlandse techbedrijven, kennisinstellingen en beleidsmakers pleiten voor een AI Deltaplan. Het plan moet Nederland snel van toeschouwer tot grote speler in kunstmatige intelligentie maken. Het voorstel richt zich op rekenkracht, talent en toepassing in publieke diensten. Daarbij spelen de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en bedrijven een grote rol.
Coalitie vraagt AI Deltaplan
De oproep komt uit een brede coalitie van het bedrijfsleven, universiteiten en brancheorganisaties. Zij willen ƩƩn nationaal programma met duidelijke doelen, tijdlijnen en budgetten. Het plan moet versnippering verminderen en uitvoering versnellen.
Partijen noemen vaste bouwstenen: meer rekenkracht, betere data-infrastructuur en scholing. Ook vragen ze om praktische regels en ondersteuning bij de AI-verordening. Zo kan de weg van proef naar productie korter worden.
Bekende spelers zoals de Nederlandse AI Coalitie (NLAIC), AiNed, SURF, TNO en universiteiten worden logisch geachte partners. Zij hebben al netwerken, labs en testomgevingen. Een Deltaplan kan deze initiatieven bundelen en opschalen.
Doel is minder afhankelijkheid van niet-Europese platforms. En meer eigen ontwikkeling van modellen en toepassingen. Dat moet de concurrentiekracht en digitale autonomie van Nederland vergroten.
Geld voor rekenkracht en talent
Een groot knelpunt is rekenkracht voor het trainen en draaien van datamodellen. GPU-clusters zijn schaars en duur. Nationale capaciteit bij SURF kan worden uitgebreid en gekoppeld aan EuroHPC-supercomputers in de EU.
Het plan bepleit gerichte investeringen in energiezuinige datacenters en slimme planning. Dat verkleint de kosten en CO2-voetafdruk. Toegang voor mkb en onderzoekers moet laagdrempelig zijn.
Ook talent is een randvoorwaarde. Het onderwijs kan meer AI-minors, hbo-trajecten en om- en bijscholing bieden. Werkvergunningen en internationale werving vragen tegelijk om sneller beleid.
Daarnaast zijn domeinspecialisten nodig in zorg, recht en overheid. Zij vertalen eisen naar bruikbare algoritmen. Zo ontstaat daadwerkelijk inzetbare technologie.
Aansluiten bij AI-verordening
De Europese AI-verordening (AI Act) treedt gefaseerd in werking, op het moment van schrijven vanaf 2025 tot 2026 en verder. Organisaties moeten daarom nu starten met inventariseren, classificeren en documenteren. Vooral voor hoog-risico toepassingen gelden extra plichten, zoals risicobeheer en gegevenskwaliteit.
De AI-verordening deelt AI-toepassingen in risicoklassen in en stelt zwaardere eisen aan hoog risico, zoals systemen voor werving, krediet en essentiƫle publieke diensten.
Een Deltaplan kan een landelijk hulpmenu bieden: standaarden, modeldocumentatie en voorbeeldprocessen. Denk aan registraties, logging en menselijke controle. Dat helpt bij audits en markttoezicht.
De overheid moet nationale toezichthouders aanwijzen en testen mogelijk maken via āregulatory sandboxesā. Zo kunnen bedrijven veilig experimenteren met nieuwe systemen. Tegelijk blijft de AVG leidend voor privacy en dataminimalisatie.
Publieke sector versnelt adoptie
Het plan zet de overheid neer als launching customer. Inkoop kan innovatieve, veilige AI versnellen voor loketten, zorg en mobiliteit. Voorbeelden zijn automatische teksthulp, spraak-naar-tekst en slimme planningen.
Publieke projecten moeten voldoen aan transparantie en uitlegbaarheid. Dit betekent heldere beschrijvingen van het model en de data. En effectieve klachten- en bezwaarprocedures voor burgers.
Dataveiligheid blijft cruciaal. Versleuteling, pseudonimisering en strikte toegangsrechten zijn basis. Gegevensdeling kan via Europese dataspace-initiatieven, met duidelijke afspraken over gebruik.
Succesvolle pilots moeten doorstroom krijgen naar landelijk gebruik. Dat vraagt budget, beheer en training voor medewerkers. Zo verdwijnt kennis niet na de proef.
Open modellen en transparantie
De coalitie ziet kansen voor open modellen. Open broncode kan innovatie en hergebruik versnellen. Tegelijk moeten licenties en veiligheidsmaatregelen op orde zijn.
Europese spelers werken al aan alternatieven voor Big Tech. Denk aan projecten rond meertalige taalmodellen en domeinspecifieke AI in de industrie. Nederland kan daarin aanhaken met eigen data en expertise.
Documentatie is de nieuwe standaard. Modelkaarten en datasheets leggen keuzes en beperkingen uit in begrijpelijke taal. Dat biedt houvast voor gebruikers en toezichthouders.
Open aanpak werkt alleen met goede governance. Onafhankelijke evaluaties en rode-teams testen risicoās. Resultaten worden publiek gedeeld waar dat kan.
Gevolgen voor mkb en startups
Mkb en startups hebben concrete steun nodig. Vouchers, gedeelde rekenkracht en advies helpen bij een eerste AI-product. AiNed en regionale ontwikkelingsmaatschappijen kunnen dit stroomlijnen.
Kleine bedrijven worstelen vaak met compliance. Standaardpakketten voor technische en juridische eisen verlagen de drempel. Denk aan sjablonen voor risicobeoordeling en impactanalyses.
Testfaciliteiten bij hogescholen en kennisinstellingen maken valideren betaalbaar. Bedrijven kunnen er datasets, bias en prestaties checken. Zo wordt kwaliteit aantoonbaar.
Snellere procedures voor inkoop en pilots voorkomen dat innovatie vastloopt. Duidelijke exitcriteria en schaalpaden horen daarbij. Dat maakt investeren minder risicovol.
