Beleggingsstrategen in België en Nederland stellen op het moment van schrijven dat de AI-rally op de beurs nog geen bubbel is. De koersen van Nvidia, Microsoft en ook ASML zijn hard gestegen, maar de winst en vraag naar rekenkracht trekken mee. Dit raakt ook Europa, waar de Europese AI-verordening gevolgen overheid en bedrijven bezighoudt. De vraag is of de huidige waarderingen houdbaar blijven als de investeringsgolf in datacenters aanhoudt.
Rally steunt op winstgroei
De kern van de stijging is dat bedrijven meer verdienen aan kunstmatige intelligentie. Chipmakers en cloudproviders zien hogere omzet door training en gebruik van grote taalmodellen. Zo’n model (LLM) is software die patronen in tekst leert om antwoorden te genereren.
De vraag komt niet alleen uit de techsector. Banken, zorginstellingen en industrie automatiseren klantenservice, documentverwerking en ontwerp. Dat levert terugkerende inkomsten op via abonnementen en cloudgebruik.
Beursexperts wijzen erop dat de omzet uit AI inmiddels zichtbaar is in kwartaalcijfers. Niet alle projecten zijn winstgevend, maar de grootste spelers rapporteren stevige groei. Dat onderscheidt deze periode van eerdere hypegolven.
Chips en cloud verdienen
Nvidia en AMD leveren de rekeneenheden die AI-systemen versnellen. Microsoft Azure, Google Cloud en Amazon Web Services verhuren die rekenkracht aan klanten. OpenAI’s GPT-4, Google’s Gemini en Meta’s Llama drijven het gebruik op.
Aan de hardwarekant gaat het om accelerators, netwerken en geheugen, die samen de kosten bepalen. Hoe efficiënter de chips, hoe sneller modellen draaien en hoe lager de prijs per taak. Dat maakt AI-diensten voor meer bedrijven haalbaar.
De winstmarges liggen op dit moment vooral bij chips en cloud. Software rond AI groeit mee, maar de verdiensten daar zijn wisselend. Licentiemodellen en datakosten spelen daarbij een grote rol.
Europa profiteert via ASML
Europa verdient mee via toeleveranciers. ASML uit Veldhoven levert lithografiemachines die nodig zijn voor de nieuwste chips. Ook ASMI en BE Semiconductor leveren cruciale onderdelen en processen.
De Nederlandse en Belgische beurs hebben daardoor een indirecte AI-blootstelling. Als chipproductie aantrekt, profiteren deze bedrijven van hogere bestellingen. Dat vertaalt zich in werkgelegenheid en export.
Er zijn ook remmende factoren, zoals exportregels naar bepaalde landen. Toch blijft de kernvraag of de investeringscyclus in datacenters doorzet. Zolang dat het geval is, blijft de orderstroom naar Europese toeleveranciers sterk.
Europese AI-verordening weegt mee
De AI-verordening van de EU werkt met risicoklassen, van minimaal tot hoog. Toepassingen in sectoren als zorg en bankieren vallen vaak in hoog risico en krijgen extra eisen. Dat kan de uitrol vertragen, maar verhoogt ook vertrouwen.
Voor publieke diensten en bedrijven betekent dit documentatie, test- en toezichtplichten. Onder de AVG blijven dataminimalisatie en beveiliging verplicht, bijvoorbeeld versleuteling en beperkingen op hergebruik van data. Kosten voor naleving tellen mee in businesscases voor AI.
Hardwareleveranciers zoals ASML vallen minder direct onder deze regels, maar klanten wel. Daardoor kan vraag verschuiven tussen toepassingen of landen. Voor beleggers is dit een structurele factor, niet een tijdelijke ruis.
Een bubbel is een periode waarin prijzen snel stijgen en losraken van de winst en cashflow die bedrijven echt maken.
Niet alle aandelen gelijk
De winnaars tot nu toe zitten in chips, toelevering en grote cloudplatforms. Bij veel kleinere softwarebedrijven is het verdienmodel rond AI nog onduidelijk. Meeliften op het thema zonder omzetgroei vergroot het risico.
Ook binnen hardware is er verschil. Producenten met unieke technologie en schaarse capaciteit hebben meer prijskracht. Wie vooral prijsconcurrentie kent, ziet eerder druk op marges.
Voor Europese beleggers is spreiding belangrijk. Een mandje van halfgeleider-toeleveranciers, cloudgerelateerde spelers en bewezen software kan schokken dempen. Losse “verhalen-aandelen” maken de portefeuille juist volatieler.
Vooruitzicht blijft volatiel
AI-investeringen zijn kapitaalintensief en cyclisch. Een pas op de plaats bij hyperscalers kan tijdelijk wegen op chiporders. Ook hogere rentes zetten waarderingen van groeiaandelen onder druk.
Daar staat tegenover dat productiviteitswinst de adoptie kan versnellen. Als bedrijven kosten verlagen met algoritmen, groeit de wil om door te investeren. Dat ondersteunt een langere vraaggolf.
Per saldo zien marktdeskundigen nog geen klassieke bubbel, maar wel hoge verwachtingen. Cijferseizoenen worden daardoor scherper beoordeeld. Wie teleurstelt, wordt hard afgestraft; wie levert, wordt beloond.
