Alphabet en Meta strijden om dominantie in kunstmatige intelligentie. Op de Amerikaanse beurs wint Alphabet terrein, terwijl Meta terrein verliest. Dat komt door het verschil in verdienmodel, investeringen en Europese regels zoals de AI-verordening en de AVG. Het effect is ook voelbaar voor Nederlandse bedrijven en overheden die AI-systemen willen inzetten.
Alphabet verzilvert AI
Alphabet zet AI direct om in omzet via Search, YouTube en Workspace. Het model Gemini voedt functies in de zoekmachine en in Gmail en Docs. Zo verdient het bedrijf aan advertenties, abonnementen en API-gebruik tegelijk. Beleggers zien daardoor snel en meetbaar resultaat.
Google Cloud profiteert van meer AI-werk bij klanten. Bedrijven bouwen en draaien datamodellen via Vertex AI, een platform voor het trainen en gebruiken van algoritmen. Dat geeft extra omzet uit rekenkracht, data-opslag en AI-diensten. De koppeling met BigQuery en beveiliging verlaagt de overstapkosten.
Ook in advertenties levert AI tastbare winst op. Campagnes in Search en YouTube worden geoptimaliseerd door systemen die automatisch doelgroepen en biedingen bijsturen. Dat geeft hogere effectiviteit zonder extra handwerk. Adverteerders blijven dan eerder binnen het Google-ecosysteem.
Metaās investeringen drukken waardering
Meta verhoogt zijn investeringen in datacenters en chips om grote taalmodellen te trainen. Dat zijn algoritmen die tekst en beelden begrijpen en genereren. De kosten zijn hoog, terwijl de opbrengsten nog onzeker zijn. Dat drukt de winstgevendheid op korte termijn.
Llama 3 is krachtig en populair bij ontwikkelaars, maar levert Meta weinig directe inkomsten op. Het model is grotendeels open beschikbaar, wat inkomsten uit licenties beperkt. De advertentietools, zoals Advantage+, worden beter door AI. Toch is de financiƫle impact kleiner dan de investeringsgolf.
Daarnaast blijft Reality Labs verlieslatend. Naast AI kost ook metaverse-hardware veel kapitaal en managementaandacht. Samen maakt dat de kasstroom gevoeliger voor vertragingen in AI-opbrengsten. Beleggers rekenen Meta daarom strenger af dan Alphabet.
Meta rekende op het moment van schrijven met 35 tot 40 miljard dollar investeringen in 2024, vooral voor AI-infrastructuur en datacenters.
AI-verordening remt Meta af
In Europa botst Meta sneller op privacyregels. Onder de AVG geldt dataminimalisatie en een duidelijke rechtsgrond voor het trainen van modellen. Meta stelde training op Europese gebruikersdata uit na ingrijpen van de Ierse privacytoezichthouder. Daardoor komt nieuwe functionaliteit later naar de EU.
De Europese AI-verordening vraagt extra transparantie voor generatieve systemen. Denk aan documentatie, risicoanalyses en watermerken voor synthetische media. Overheden moeten straks toetsen op risicoās en herleidbaarheid in inkooptrajecten. Dit vergroot de āEuropese AI-verordening gevolgen overheidā en maakt leverancierskeuze belangrijker.
Alphabet leunt meer op eigen data uit Search en YouTube, wat juridisch beter te sturen is. Toch moet ook Google aan de AI Act en de AVG voldoen. Uitrol van functies zoals AI-overviews loopt in de EU daarom voorzichtiger. Dat verkleint het compliance-risico, maar kan tempo kosten.
Cloud geeft Google voorsprong
Google Cloud biedt een compleet AI-platform met rekenkracht, opslag en beveiliging. TPUs, gespecialiseerde AI-chips, versnellen training en gebruik van modellen. Klanten kunnen kiezen tussen Gemini-modellen of eigen datamodellen op Vertex AI. Dat maakt Google een one-stop-shop voor bedrijven.
Voor Europese klanten zijn datalocatie en versleuteling doorslaggevend. Google biedt EU-regioās en zogeheten sovereign-oplossingen met extra controle. Dat helpt bij AVG-eisen zoals doelbinding en toegangsbescherming. Sectoren als zorg, overheid en onderwijs profiteren zo van duidelijke kaders.
Meta heeft geen publieke cloud om als product te verkopen. De infrastructuur ondersteunt vooral eigen apps en AI-systemen. Daardoor mist Meta een tweede inkomstenstroom waar Alphabet wƩl op verdient. Het maakt de businesscase van Meta gevoeliger voor advertentietrends.
Open modellen, onduidelijke opbrengst
Meta kiest voor open modellen met Llama 3. Open gewichten betekenen dat ontwikkelaars het systeem lokaal kunnen draaien en aanpassen. Europese start-ups zien dat als voordeel voor AVG-conforme oplossingen. Zij houden data in eigen beheer en beperken doorgifte.
Het verdienmodel voor open modellen is echter diffuus. Meta verdient indirect via gebruik van zijn apps en advertentienetwerk. Er zijn licenties en betaalde APIās, maar de grens tussen gratis en betaald is smal. Dat maakt de opbrengsten lastiger te voorspellen voor beleggers.
Alphabet kiest voor een meer gesloten aanpak met Gemini. Het bedrijf rekent via Workspace, Cloud-APIās en premium-abonnementen. Voor overheden en grote bedrijven in de EU sluit dat aan op bestaande raamcontracten en compliance-eisen. De route naar omzet is zo korter en duidelijker.
Wat dit betekent voor Europa
Voor Europese organisaties draait de keuze om controle, kosten en regels. Wie strikte AVG-eisen heeft, kan profiteren van open modellen on-premises. Wie schaal en ondersteuning wil, kiest vaker voor cloud-APIās met duidelijke SLAās. De AI-verordening zal deze splitsing waarschijnlijk versterken.
Voor beleggers is de les nuchter. AI-investeringen tellen pas mee als ze snel omzet en kasstroom opleveren. Alphabet laat dat nu al zien via advertenties en cloud. Bij Meta is de belofte groot, maar de kassa rinkelt nog te weinig.
Nederlandse bedrijven en overheden doen er goed aan contractueel zekerheid te eisen. Denk aan datalocatie in de EU, modeldocumentatie en exit-mogelijkheden. Zo blijven zij wendbaar als regels of technologie veranderen. En voorkomen zij lock-in bij ƩƩn leverancier of modeltype.
