Toezichthouders in Europa, de VS en het VK voeren de antitrustdruk op rond de AI-chipketen. Bedrijven als Nvidia, TSMC, ASML en grote cloudproviders krijgen vragen over marktmacht en toegang. De vraag naar rekenchips groeit snel door generatieve AI in sectoren als overheid en zorg. Dit raakt ook de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en markt, omdat toegang tot hardware bepaalt wie systemen kan bouwen.
Nvidia onder vergrootglas
Nvidia domineert op het moment van schrijven de markt voor AI-trainingschips met modellen als H100, H200 en B200. Het bedrijf koppelt hardware aan eigen netwerken (zoals NVLink) en een softwarestapel rond CUDA. CUDA is een programmeerlaag die code optimaliseert voor Nvidia-chips. Dit kan overstappen naar concurrerende systemen lastiger maken.
CUDA is een softwarelaag van Nvidia om GPU’s te programmeren; software die daarop is gebouwd werkt vaak niet direct op chips van andere leveranciers.
Europese en Britse mededingingsautoriteiten verkennen de impact van deze combinatie van hardware, software en diensten. Zij sturen bedrijven vragen over leveringsvoorwaarden, bundeling en preferente toegang voor grote klanten. In de VS hebben toezichthouders taken verdeeld om AI-markten te volgen, met speciale aandacht voor chiptoelevering. Het doel is te voorkomen dat één leverancier de markt structureel op slot zet.
De inzet is groot door schaarste en lange levertijden. Start-ups en onderzoeksinstellingen melden dat zij maanden wachten op GPU-capaciteit. Als grote afnemers prioriteit krijgen, kan dat de markt scheef trekken. Regulering wil juist een gelijk speelveld en keuzevrijheid bewaken.
TSMC en ASML bepalen tempo
TSMC produceert de meeste geavanceerde AI-chips en is een knooppunt in de keten. Het bedrijf levert ook geavanceerde verpakking, zoals CoWoS, waarbij chiponderdelen dicht bij elkaar worden geplaatst voor hogere snelheid. CoWoS is belangrijk voor AI-prestaties, maar de capaciteit is beperkt. Daardoor bepalen fabrieksplannen mede de snelheid van innovatie.
ASML in Veldhoven is de enige leverancier van EUV-machines, die nodig zijn voor de kleinste chipbanen. EUV staat voor extreem ultraviolet licht en maakt zeer fijne patronen op chips. Nederlandse exportregels hebben de levering van de meest geavanceerde apparatuur aan China ingeperkt. Dit beleid beïnvloedt indirect waar en door wie AI-chips gemaakt kunnen worden.
De EU Chips Act moet de Europese productie versterken, maar de eerste projecten richten zich vooral op minder geavanceerde nodes. In Duitsland bouwt TSMC met partners aan een fabriek voor 28/22 nanometer, geschikt voor auto- en industriechips. Voor topklasse AI-chips blijft Europa voorlopig afhankelijk van Azië en de VS. Dat vergroot het belang van open toegang en transparante toewijzing.
HBM-geheugen is knelpunt
Niet alleen rekenchips zijn schaars; geheugen remt ook de markt. HBM, voluit High Bandwidth Memory, is gestapeld geheugen dicht op de processor voor veel hogere doorvoer. Leveranciers zoals SK Hynix, Samsung en Micron kunnen de vraag nauwelijks bijbenen. Zonder voldoende HBM halen nieuwe AI-chips hun beloofde prestaties niet.
Langlopende capaciteitsspelingen met grote afnemers zetten druk op de rest van de markt. Als productie voor jaren is vastgelegd, krijgen kleinere spelers pas laat toegang. Toezichthouders kijken daarom naar de effecten van exclusieve afspraken en bundelkortingen. Het doel is te voorkomen dat schaarste structureel in het voordeel van enkelen werkt.
Voor Europa is het extra lastig omdat er geen grote HBM-producent in de regio is. Dat vergroot de afhankelijkheid van import en de kwetsbaarheid voor leveringsschokken. EuroHPC-projecten, die supercomputers voor onderzoek bouwen, lopen daardoor risico op vertraging. Tijdige en transparante allocatie is cruciaal voor universiteiten en publieke instellingen.
Clouds worden chipbouwers
Grote clouds ontwikkelen eigen AI-chips om minder afhankelijk te zijn van Nvidia. Amazon gebruikt Trainium en Inferentia, Google heeft TPU’s en Microsoft werkt met Maia en Cobalt. Deze verticale integratie kan prijzen drukken en innovatie versnellen. Maar het kan ook leiden tot nieuwe vormen van lock-in binnen één cloud.
De Europese Digital Markets Act (DMA) verplicht grote platformen tot eerlijk handelen en verbiedt zelfvoorkeursbehandeling. Dat raakt ook het aanbieden van eigen chips, software en diensten in dezelfde omgeving. De Data Act verplicht bovendien tot cloud-switching zonder buitensporige barrières, zoals hoge egress-kosten. Samen moeten deze regels overstappen en multicloud-strategieën makkelijker maken.
Voor Nederlandse en Europese overheden is dit praktisch relevant bij inkoop. Aanbestedingen kunnen eisen stellen aan portabiliteit van modellen en data. Dat verkleint het risico op gevangen zitten in één ecosysteem. Het vergroot tegelijk de onderhandelingspositie richting leveranciers.
Regels en opties voor EU
Mededingingsrecht biedt meerdere knoppen om aan te draaien. Artikel 102 VWEU kan misbruik van machtspositie aanpakken, zoals koppelverkopen of onbillijke voorwaarden. Sectoronderzoeken kunnen feiten boven tafel krijgen over prijzen, levertijden en toewijzingsregels. Dat helpt bepalen of structurele maatregelen nodig zijn.
De AI-verordening (AI Act) gaat over veiligheid en transparantie van systemen, niet over marktmacht. Toch raakt de uitvoering van de wet aan beschikbaarheid van rekenkracht, bijvoorbeeld voor conformiteitsbeoordeling. Zonder toegang tot chips en datacenters kunnen kleinere aanbieders moeilijk aan regels voldoen. Dat maakt eerlijke toegang ook een kwestie van publieke belangen.
Beleidsopties variëren van interoperabiliteit tot transparantie. Denk aan eisen voor open standaarden naast CUDA, zoals ondersteuning van alternatieve softwarestapels, en aan FRAND-achtige voorwaarden voor interconnects. Transparantie over wachtrijen, prijzen en allocatie kan preferente behandeling zichtbaar maken. Staatssteun kan gericht worden op verpakkingscapaciteit en energievoorziening voor Europese productie en datacenters.
