Grote smartphonemerken als Apple, Samsung en Google balanceren tussen dure AI-chips, dalende leveringen en nieuwe concurrentie van Meta. In Europa en Nederland speelt ook de Europese AI-verordening: gevolgen overheid en markt worden zichtbaar. De vraag is of de telefoon in 2026 het hart van het AI-tijdperk blijft, of terrein verliest aan brillen en andere draagbare apparaten. Fabrikanten en chipmakers reageren nu met nieuwe ontwerpen en prijsstrategieƫn.
Chips maken telefoons duurder
De nieuwste telefoonchips bevatten aparte rekenkernen voor kunstmatige intelligentie. Denk aan Appleās Aāserie met Neural Engine, Qualcommās Snapdragon 8ālijn en MediaTek Dimensity. Deze onderdelen zijn duur, onder meer door productie op geavanceerde processen bij TSMC. Fabrikanten zien daardoor hun marges krimpen en prijsdruk toenemen.
AI-functies zoals offline vertalen, samenvatten en beeldbewerking vragen veel rekenkracht. Merken voegen daarom grotere NPUs toe, een chipdeel dat AI-berekeningen versnelt. Dat verhoogt niet alleen de materiaalkosten, maar ook het energieverbruik. Batterij, koeling en behuizing moeten mee veranderen.
Voor Europa leidt dit tot hogere adviesprijzen, zeker in het topsegment. Consumenten verschuiven naar midrange-toestellen met āgenoegā AI. Premiummodellen blijven vitrines voor nieuwe snufjes, maar verkopen minder in volume. Dat drukt de totale markt.
Leveringen blijven wisselvallig
Wereldwijde smartphoneleveringen zijn grillig na jaren van daling en traag herstel. Veel mensen houden hun toestel langer. In Europa speelt ook het beleid voor reparatie en updates. Dat verlengt de levensduur en remt vervanging.
De EU stimuleert hergebruik en reparatie via ecodesign en het recht op reparatie. De batterijverordening verplicht eenvoudiger vervanging in de komende jaren. Dat is goed voor milieu en portemonnee. Voor fabrikanten betekent het echter langere softwareondersteuning en dus hogere kosten.
Providers in Nederland en Belgiƫ subsidiƫren minder agressief dan voorheen. Daardoor vallen prijsstijgingen harder op. De markt voor refurbished groeit, mede door AVG-zorgen rond data en het wissen van toestellen. Nieuwe verkoopgolven ontstaan vooral rond duidelijke AI-vernieuwingen.
Meta jaagt draagbare assistenten
Meta zet vol in op assistenten buiten de telefoon. De RayāBan Meta-bril koppelt camera en microfoons aan Meta AI, dat draait op Llamaāmodellen. Spraak en beeld komen samen in ƩƩn interface. Die gebruiksvorm concurreert met het scherm van de smartphone.
Ook andere spelers experimenteren. Google bouwt Gemini in Android en test functies in Maps, Fotoās en de Recorder-app. Samsung levert Galaxy AI als laag bovenop Android. Apple werkt aan Apple Intelligence, dat op het moment van schrijven niet overal in de EU beschikbaar is door regels uit de Digital Markets Act.
De vraag is waar de rekenlast plaatsvindt: op het apparaat, in de cloud of een mix. Draagbare apparaten gebruiken vaak de telefoon als rekendoos en netwerkbrug. Daardoor blijft de smartphone nu nog centraal. Maar als brillen krachtiger en lichter worden, kan de rol verschuiven.
On-device AI kent grenzen
AI op het toestel heeft voordelen voor snelheid en privacy. Googleās Gemini Nano en Samsung Galaxy AI draaien deels lokaal. Apple benadrukt ādevice en private cloudā als routes. Toch blijft de rekenruimte beperkt door warmte en batterij.
Een NPU is een speciaal onderdeel van de chip dat AI-berekeningen lokaal versnelt, zodat taken als spraak en beeldherkenning zonder internet kunnen werken.
Grote taalmodellen willen veel geheugen en stroom. Fabrikanten lossen dit op met kleinere modellen, slimmere compressie en taken verdelen met de cloud. Dat werkt, maar leidt soms tot wisselende kwaliteit tussen offline en online.
Voor Europese gebruikers is dat relevant door de AVG. Minder dataverkeer naar de cloud betekent minder risico op datalekken en eenvoudiger toestemming. Tegelijk moeten bedrijven duidelijk aangeven wat lokaal en wat online gebeurt. Transparantieplicht is hier niet optioneel.
Europese AI-verordening gevolgen overheid
De AI-verordening (AI Act) treedt op het moment van schrijven gefaseerd in werking tussen 2025 en 2026. Generatieve assistenten vallen onder laag tot beperkt risico. Ze krijgen plichten voor transparantie, bijvoorbeeld bij synthetische media. Fabrikanten moeten documentatie en evaluaties bijhouden.
Voor overheden in Nederland en Belgiƫ betekent dit scherpere inkoop en gebruik van AI in apps en diensten. Risicobeoordeling, uitlegbaarheid en klachtenprocedures worden standaard. Als een gemeente een AI-assistent in een publieksapp integreert, moet die voldoen aan de AI Act en de AVG. Dat raakt ook leveranciersketens van telefoons en besturingssystemen.
De DMA dwingt platforms tot meer keuzevrijheid. Dat beĆÆnvloedt welke assistent standaard is op een telefoon. Apple en Google moeten ruimte geven aan alternatieven, inclusief toegang tot interfaces en standaarden. Dit kan concurrentie op AI-assistenten aanjagen en lock-in verminderen.
Telefoon blijft besturend middelpunt
Op korte termijn overleeft de smartphone het AI-tijdperk, maar de rol verandert. Het toestel wordt het besturend middelpunt voor brillen, oordoppen en sensoren. Rekenwerk verdeelt zich tussen NPU op het apparaat en modellen in de cloud. Dat vraagt slimme energie- en dataplanning.
In Europa sturen regelgeving en duurzamere ontwerpen het tempo van vernieuwing. Minder snelle vervangingsgolven dwingen merken om waarde te leveren via software-updates. Operators rollen 5Gānetwerken verder uit, wat helpt bij het verdelen van AI-taken met lage vertraging. Samen maakt dat het ecosysteem robuuster, maar minder gericht op jaarlijkse hardware-sprints.
De echte vraag is of een nieuw soort interface het scherm kan vervangen. Meta en anderen proberen dat met brillen. Zolang die apparaten leunen op de telefoon voor rekenkracht, blijft de smartphone de spil. Pas als draagbare AI echt zelfstandig wordt, verandert het speelveld fundamenteel.
