Grote technologiebedrijven pompen in 2024 recordbedragen in nieuwe datacenters. De bouw gaat snel in de VS en Europa, ook in Nederland en Belgiƫ. De vraag komt van generatieve AI zoals GPT-4o, Gemini en Claude en raakt aan de Europese AI-verordening gevolgen overheid. Beleggers en overheden vragen zich af of er te veel of juist te weinig capaciteit wordt neergezet.
Capex schiet omhoog door AI
Microsoft, Alphabet (Google), Amazon en Meta trekken dit jaar tientallen miljarden uit voor servers, chips en gebouwen. Ze willen voldoende rekencapaciteit voor training en gebruik van modellen. Het gaat om GPUās, speciale grafische chips die veel parallel kunnen rekenen. Zulke chips zijn schaars en duur, en vragen veel stroom en koeling.
De investeringen voeden diensten als OpenAIās GPT-4o op Azure, Googleās Gemini in Google Cloud en Anthropicās Claude 3 op AWS. Meta traint Llama 3 en levert het model via eigen en partnerinfrastructuur. Daarmee groeien zowel training (bouwen van een model) als inferentie (uitvoeren van taken door een model). Vooral inferentie kan snel oplopen als miljoenen gebruikers tegelijk vragen stellen.
Cloudbedrijven proberen de kosten te drukken met eigen chips en efficiĆ«ntere software. Google zet bijvoorbeeld de Tensor Processing Unit (TPU) in, en Amazon heeft Graviton- en Trainium-chips. Tegelijk testen grote klanten prijsmodellen, kortingen en āAI-creditsā om experimenten betaalbaar te houden. De vraag is of deze kortingen houdbaar zijn als de stroom- en chiprekening blijft stijgen.
Stroom en ruimte knellen
De groei botst in Europa op netcongestie, schaarste aan transformatoren en trage vergunningen. In Nederland melden regionale netbeheerders dat het elektriciteitsnet in meerdere gebieden āvolā zit. Netbeheerder TenneT werkt aan verzwaring, maar oplevering kost jaren. Daardoor schuiven projecten of worden kleiner dan gepland.
Datacenters gebruiken veel stroom en soms ook water voor koeling. Lokale overheden vragen daarom om strengere eisen rond energie-efficiƫntie, warmteterugwinning en gebruik van duurzame stroom. In en rond Amsterdam lopen al projecten om restwarmte van datacenters te benutten. Zulke koppelingen vergen echter extra leidingen en afspraken met warmtebedrijven.
De maatschappelijke afweging is zichtbaar in recente besluiten over hyperscales. In Zeewolde werd een gepland Meta-datacenter stopgezet, mede vanwege ruimtelijke en energievragen. In Belgiƫ woedt debat over uitbreiding op bestaande campussen. Gemeenten willen banen en digitale voorzieningen, maar vrezen stijgende druk op ruimte, water en netten.
Een datacenter is een gebouw met servers dat veel stroom, koeling en vaak ook water gebruikt. Het levert digitale diensten zoals opslaan, rekenen en AI.
Risico op overcapaciteit bestaat
Er is ook een scenario waarin er te veel wordt gebouwd. AI-modellen worden zuiniger, en kleinere modellen kunnen taken lokaal doen, bijvoorbeeld op een telefoon of laptop. Apple, Qualcomm en Intel verwerken al meer AI-opdrachten aan de rand, het zogeheten āedgeā-computing. Dat kan de vraag naar datacenterrekenkracht per gebruiker verlagen.
Bedrijven kijken bovendien scherper naar rendement. Veel pilots leveren nog wisselende productiviteitswinsten op. Juridische eisen rond AVG, dataminimalisatie en modeltransparantie vertragen opschaling. Als adoptie trager verloopt, kan dure capaciteit tijdelijk ongebruikt blijven.
Toch is een tekort in 2025ā2026 niet uitgesloten. AI schuift door naar zoeken, kantoorsoftware, klantenservice en softwareontwikkeling. Als deze integraties breed worden ingeschakeld, stijgt het aantal AI-verzoeken explosief. Dan is juist meer stroom, koeling en chipvoorraad nodig om wachttijden te voorkomen.
AI-verordening beĆÆnvloedt capaciteit
De Europese AI-verordening (AI Act) is op het moment van schrijven aangenomen en treedt gefaseerd in werking. Leveranciers van generatieve systemen moeten onder meer meer transparantie geven over het trainen van hun modellen. Overheden en gereguleerde sectoren zullen eerder kiezen voor Europese of soevereine cloudopties met extra controles. Dat vergt datacenters binnen de EU met strikte logging, toegangsbeheer en auditmogelijkheden.
De AVG dwingt tot dataminimalisatie, versleuteling en duidelijke verwerkersafspraken. Grote aanbieders spelen daarop in met de EU Data Boundary van Microsoft, de European Sovereign Cloud van AWS en soevereine diensten van Google met partners als T-Systems. Zulke voorzieningen vragen aparte regioās, key management en personele scheiding in Europa. Dit stimuleert extra investeringen dichtbij de gebruiker.
Daarnaast verplicht de Europese Energie-efficiƫntierichtlijn datacenters vanaf 500 kW om energie- en watercijfers te rapporteren. Transparantie over PUE (efficiƫntie), hergebruikte warmte en hernieuwbare inkoop wordt dus standaard. In Nederland gelden op het moment van schrijven strengere regels en aangewezen zones voor hyperscales, zoals Eemshaven en Maasvlakte. Dat bundelt groei, maar beperkt ook keuze in locaties.
Scenarioās voor de markt
Of er te veel of te weinig is geĆÆnvesteerd, hangt van enkele signalen af. Krapte blijkt uit lange levertijden voor GPUās zoals NVIDIA H100/B200 en uit hogere cloudprijzen of wachttijden voor AI-diensten. Overcapaciteit is zichtbaar bij leegstand, agressieve kortingen en stopgezette projecten. Beide situaties kunnen lokaal naast elkaar bestaan door netcongestie en vergunningen.
Voor Nederland ligt de sleutel in ruimtelijke ordening en netuitbreiding. Sneller bouwen van 380 kV-verbindingen, congestiemanagement en betere aansluiting op warmtenetten verkleinen de spanning. Langlopende stroomcontracten met wind en zon helpen datacenters voorspelbare kosten te krijgen. Zo kan groei samengaan met klimaatdoelen.
Voor overheden en zorginstellingen draait de keuze om veiligheid, naleving en kosten. De Europese AI-verordening gevolgen overheid betekent extra eisen aan logging, herkomst van data en inzet van hoog-risicosystemen. Inkoop zal vaker vragen om EU-hosting, modelkaarten en energierapportages. Dat maakt de vraag specifieker, maar niet per se kleiner.
