Een adviseur bij de People’s Bank of China (PBOC) zegt dat het monetaire beleidskader van China niet verandert door de opkomst van kunstmatige intelligentie. De uitspraak kwam deze week in China, waar de impact van algoritmen op groei en prijzen werd besproken. De kern blijft prijsstabiliteit en gezonde kredietverlening. In Europa speelt hetzelfde debat, met de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en centrale banken.
Kader blijft ongewijzigd
De PBOC houdt vast aan haar doelen: stabiele prijzen en een goed functionerende kredietmarkt. Kunstmatige intelligentie ā software die leert van data om taken uit te voeren ā verandert hier volgens de adviseur niets aan. De bank ziet AI als een factor in de economie, niet als reden voor een nieuw beleidsdoel.
Het bestaande raamwerk stuurt via rentes, liquiditeit en communicatie. Dat blijft volgens de PBOC voldoende om schokken op te vangen die door AI kunnen ontstaan. Het gaat dus om bijsturen, niet om het herschrijven van de regels.
De boodschap is nuchter: technologie mag groot zijn, het mandaat is groter. De centrale bank wil voorkomen dat kortetermijntrends tot structurele beleidswijzigingen leiden. Zo blijft het beleid voorspelbaar voor banken en bedrijven.
AI verschuift inflatie
AI kan de productiviteit verhogen en daarmee kosten verlagen. Dat kan op termijn tot lagere inflatie leiden, maar de effecten verschillen per sector. In diensten kan AI juist vraag en lonen opstuwen, wat prijzen drukt of verhoogt afhankelijk van de markt.
Voor centrale banken betekent dit dat zij nieuwe prijsdynamiek moeten volgen. Het meetprobleem is groot: productiviteitswinsten komen vaak laat in de statistieken. Daardoor is beleid eerder gebaat bij geduld dan bij snelle ingrepen.
De zogeheten neutrale rente ā het rentepeil dat de economie niet afremt en niet stimuleert ā kan door AI langzaam meeschuiven. Maar zulke bewegingen zijn geleidelijk en onzeker. Een stabiel kader helpt om die trend te volgen zonder overreactie.
De neutrale rente is het rentepeil waarbij de economie in evenwicht is: groei op trend, inflatie rond doel, geen extra stimulans nodig.
Instrumenten blijven leidend
De PBOC kan met bestaande instrumenten bijsturen. Denk aan de beleidsrente, openmarktoperaties en de reserveverplichting voor banken (het deel van spaargeld dat zij moeten aanhouden). Zo kan de bank liquiditeit geven of juist krap zetten als dat nodig is.
China gebruikt daarnaast de Medium-term Lending Facility (MLF), een lening aan banken voor middellange termijn. De Loan Prime Rate (LPR), de referentierente voor leningen aan bedrijven en huishoudens, is gekoppeld aan die MLF. Door kleine stappen in MLF of LPR kan de PBOC gericht koelen of steunen.
Gerichte kredietsteun voor technologie- en AI-projecten blijft mogelijk, maar valt binnen het bestaande raamwerk. Dat beperkt het risico op bubbels of scheefgroei. Transparantie over de voorwaarden moet misbruik tegengaan.
Europese regels raken beleid
Voor Europa is de boodschap herkenbaar: ook de Europese Centrale Bank kijkt naar technologie bij haar inflatieanalyse. Tegelijk gelden hier strikte regels voor data en AI. De AVG stelt eisen als dataminimalisatie en versleuteling, wat invloed heeft op hoe bedrijven datamodellen bouwen en prijzen bepalen.
De Europese AI-verordening (AI Act) plaatst bepaalde systemen in risicoklassen, met extra plichten bij hoog risico. Voor de overheid en toezichthouders zijn de āEuropese AI-verordening gevolgen overheidā concreet: zij moeten systemen toetsen, documenteren en uitlegbaar maken. Dat kan de snelheid van adoptie bepalen en zo indirect de productiviteit en inflatie beĆÆnvloeden.
In Nederland volgen DNB en het CPB de technologie-effecten op groei, lonen en inflatie op het moment van schrijven. Lokale keuzes over gegevensgebruik in zorg, onderwijs en mobiliteit zijn relevant voor productiviteit. Daarmee hebben Europese regels en nationale uitvoering een macro-economisch staartje.
Meetbaarheid blijft zwakke plek
De grootste uitdaging is het meten van AI-winst in echte cijfers. Veel baten zijn kwalitatief, zoals snellere dienstverlening of minder fouten. Die komen vertraagd in het bruto binnenlands product en de inflatiecijfers.
Betere statistieken over digitale kapitaalgoederen, datakwaliteit en software-investeringen zijn nodig. Ook moeten energie- en chipkosten worden meegewogen, omdat ze kortstondig prijsdruk kunnen geven. Zonder die verbeteringen is het risico op misinterpretatie groot.
Privacyregels vragen om zuinig datagebruik en duidelijke doelen. Dat helpt vertrouwen, maar kan pilots vertragen als processen niet op orde zijn. Heldere richtlijnen en audits maken verantwoord opschalen mogelijk.
Wat dit betekent nu
Voor bedrijven en banken in China is de boodschap: verwacht geen nieuw monetair kompas, maar wel fijnslijpen van rentes en liquiditeit. Investeringen in AI blijven gewenst, maar de kredietkraan gaat niet onbeperkt open. Voor spaarders en leners betekent dit stabielere verwachtingen over de LPR.
Voor Europese lezers is de parallel duidelijk. De ECB verandert haar mandaat niet door AI, maar volgt de effecten via data en projecties. Ondertussen sturen de AI Act en de AVG de manier waarop algoritmen worden ingezet in markten en bij de overheid.
De combinatie van voorzichtig monetair beleid en duidelijke digitale regels moet schokken dempen. Dat vraagt om betere data en transparantie van modellen. Zo blijft het beleid wendbaar, zonder het kader te verlaten.
