Prins Constantijn van Oranje waarschuwt dat Nederland en Europa terrein verliezen in kunstmatige intelligentie. In een recent interview zei hij dat China en de Verenigde Staten sneller investeren en opschalen. Hij koppelt die zorg aan de komst van de Europese AI-verordening (AI Act) en de gevolgen voor overheid en bedrijven. Ook maakte hij duidelijk dat hij prins Bernhard niet adviseerde over AI-investeringen.
Kloof met VS en China groeit
De Verenigde Staten en China zetten sneller stappen met grote datamodellen en nieuwe systemen. Bedrijven als OpenAI (GPT-4o), Google (Gemini) en Meta (Llama) brengen vaak en op grote schaal nieuwe functies uit. In China investeren Baidu (Ernie) en Alibaba (Qwen) fors met steun van de staat. Daardoor schuift het zwaartepunt van AI-ontwikkeling weg van Europa.
Europa heeft sterke spelers, maar minder schaal. Start-ups als Mistral AI uit Frankrijk en Aleph Alpha uit Duitsland boeken vooruitgang. Toch leunen veel Europese toepassingen op Amerikaanse cloudplatformen van Microsoft Azure, Amazon Web Services en Google Cloud. Dat maakt Europa kwetsbaar en minder autonoom.
De gevolgen raken ook Nederlandse bedrijven en instellingen. Toegang tot geavanceerde modellen en veilige infrastructuur bepaalt wie kan innoveren. Zonder eigen alternatieven groeit de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. Dat zet druk op prijs, privacy en publieke waarden.
Rekenkracht is knelpunt
Het trainen en draaien van grote modellen vraagt veel rekenkracht, vooral GPU’s. In Europa is een tekort aan moderne chips, zoals NVIDIA H100, en aan goedkopere, groene datacenters. Wachtlijsten en hoge prijzen remmen onderzoek en start-ups. EuroHPC bouwt met LUMI, JUPITER en Leonardo aan supercomputers, maar toegang voor AI-start-ups is nog beperkt.
In Nederland speelt SURF met supercomputer Snellius een rol voor wetenschap. Voor bedrijven blijft de praktijk vaak uitwijken naar Amerikaanse clouds. Dat is snel en schaalbaar, maar vergroot de afhankelijkheid en kan AVG-risico’s vergroten. Heldere afspraken over dataopslag en versleuteling zijn dan nodig.
Beleid kan dit verzachten met gedeelde GPU-clusters en compute-credits. Publiek-private fondsen kunnen de kosten van rekenkracht verlagen voor jonge bedrijven. Ook afspraken over energie en warmte-uitwisseling helpen datacenters verduurzamen. Zo blijft innovatie betaalbaar én Europees.
Kapitaal en talent knellen
Grote AI-bedrijven in de VS halen miljarden op bij Big Tech en fondsen. In Europa is groeikapitaal schaarser en versnipperd. Nederlandse pensioenfondsen investeren nog beperkt in deeptech-start-ups. Dat maakt het lastig om te concurreren op tempo en schaal.
Europese instrumenten bieden hulp, zoals het European Innovation Council-fonds en de European Investment Fund-garanties. Toch duurt besluitvorming vaak lang en zijn tickets kleiner. Snellere procedures en meer publiek-privaat geld kunnen het gat verkleinen. Heldere regels voor aandelenopties helpen om talent te binden.
Ook de strijd om experts is fel. Ontwikkelaars en onderzoekers vertrekken makkelijk naar beter betaalde teams in de VS. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat, inclusief visa en fiscale duidelijkheid, is essentieel. Samenwerking met universiteiten en labs, zoals TNO en ICAI, moet doorstroom versnellen.
Europese AI-verordening vraagt huiswerk
De AI Act deelt toepassingen in risicoklassen in en stelt eisen aan data, veiligheid en toezicht. Leveranciers van algemene AI-systemen (foundation models) krijgen extra plichten, zoals modeldocumentatie en energierapportage. Veel regels gaan stapsgewijs gelden tussen 2025 en 2026. Organisaties moeten nu al inventariseren welke algoritmen en datamodellen zij gebruiken.
Voor Nederlandse overheden en bedrijven betekent dit nieuwe processen. Dataminimalisatie, impactanalyses en logging sluiten aan op de AVG en aanbestedingsrecht. Inkoopteams moeten eisen voor transparantie en beveiliging opnemen in contracten. Reguliere audits en het algoritmeregister helpen daarbij.
Regulatory sandboxes kunnen risico’s beperken en innovatie toch mogelijk maken. Toezichthouders en kennisinstellingen kunnen sjablonen en checklists leveren. Duidelijke richtlijnen voorkomen dat kleine spelers vastlopen in papierwerk. Zo wordt naleving haalbaar zonder de vaart te verliezen.
Publieke sector moet versnellen
AI kan de dienstverlening van gemeenten, zorg en onderwijs verbeteren. Denk aan slimmere loketassistenten, snellere dossiervorming en beter toezicht op fouten. Maar zonder duidelijke kaders dreigen fouten en privacyproblemen. Praktische handleidingen en pilots verlagen die drempel.
Het Nederlandse algoritmeregister is een stap naar transparantie. Het helpt burgers te zien welke systemen worden ingezet. Encryptie, pseudonimisering en strikte toegangsrechten zijn nodig bij gevoelige data. Dat sluit aan op de AVG en verkleint juridische risico’s.
Aanbestedingen sturen de markt. Als overheden Europese cloud en open modellen meewegen, ontstaat keuze naast Big Tech. Projecten als GAIA-X en EuroHPC kunnen dan beter landen in de praktijk. Dat versterkt zowel soevereiniteit als innovatie.
Geen advies aan Bernhard
Prins Constantijn ging ook in op vragen over familie en beleggen. Hij zei dat hij prins Bernhard niet heeft geadviseerd over AI. Daarmee hield hij privé en werk gescheiden. De aandacht lag op het bouwen van een sterk Nederlands en Europees AI-ecosysteem.
De opmerking onderstreepte de maatschappelijke breedte van het AI-debat. Investeren in technologie raakt publieke waarden en economie. Heldere rollen en transparantie blijven daarom belangrijk. Dat geldt voor bestuur, bedrijfsleven en publieke instellingen.
Zijn boodschap bleef nuchter en praktisch: eerst voorwaarden op orde, dan tempo maken. Meer rekenkracht, kapitaal en talent zijn de basis. Heldere regels maken toepassingen veilig en uitlegbaar. Zo kan Europa de kloof met VS en China verkleinen.
“Ik denk dat hij beter belegt dan ik.”
