Microsoft, Google en andere cloudbedrijven bouwen extra datacenters voor kunstmatige intelligentie in Nederland en Europa. Die groei jaagt het stroomgebruik omhoog en zet het elektriciteitsnet onder druk. Energiebedrijven en overheden vrezen dat groene stroom zo sneller opgaat dan we kunnen bijbouwen. Europese AI-verordening: gevolgen overheid en bedrijven zijn groot, maar lossen de piek in vraag niet meteen op.
AI jaagt stroomvraag op
Grote taalmodellen, zoals GPT-4 en Gemini, vragen veel rekenkracht. Het trainen van zulke modellen gebruikt tienduizenden chips tegelijk. Ook het dagelijks gebruik, het zogenaamde draaien van een model voor miljoenen vragen, kost veel energie. De vraag groeit mee met elke nieuwe AI-functie in zoekmachines en kantoorpakketten.
Elk verzoek aan een chatbot is een servertaak die stroom en koeling nodig heeft. Datacenters verbruiken niet alleen voor de chips, maar ook voor koeling en netwerkapparatuur. Zo stijgt het totale verbruik per locatie snel. Het gaat vaak om aansluitingen van tientallen tot honderden megawatt.
In Nederland zijn netbeheerders al langere tijd bezorgd over netcongestie. Dat is filevorming op het stroomnet door te veel gelijktijdige vraag. In delen van Noord-Holland, Flevoland en Groningen zijn nieuwe aansluitingen beperkt. Projecten moeten wachten of hun piekvraag verlagen.
De pieken komen niet altijd overeen met wanneer zon en wind veel leveren. Dan springen gascentrales bij. Dat maakt de stroommix tijdelijk minder groen. Daarmee komt de klimaatwinst onder druk te staan.
Groene stroom schuift op
Techbedrijven sluiten steeds vaker langlopende contracten voor wind- en zonnestroom. Zulke power purchase agreements (PPA’s) garanderen afname en prijs. Ze helpen nieuwe parken te bouwen, ook op de Noordzee. Maar de AI-vraag groeit sneller dan de groene productie erbij komt.
Er is ook een locatieprobleem. De stroom wordt op zee of in dunbevolkte regio’s opgewekt, terwijl veel datacenters in drukke netgebieden staan. Door netcongestie is transport lastig. Daardoor gebruiken datacenters soms alsnog grijze stroom op piekmomenten.
Nederland bouwt fors uit op zee en versterkt het net op land. Toch lopen kabels, stations en vergunningen achter op de vraag. De volgorde is nu: eerst extra capaciteit, dan meer verbruikers. Zolang dat omgekeerd gebeurt, schuift groene stroom op.
Klimaatdoelen voor 2030 en 2035 vragen juist snelle elektrificatie. Als AI de versnelling van datacenters aanjaagt, moeten we elders besparen of bijbouwen. Anders moeten fossiele centrales langer draaien. Dat vergroot de druk op beleid en planning.
Beleid schuift prioriteiten
Het kabinet concentreert zogeheten hyperscale datacenters in aangewezen gebieden. Gemeenten stellen strengere eisen aan efficiëntie en restwarmte. Zo wil de overheid stroompieken beperken en warmte beter benutten. Nieuwe vergunningen wegen dit zwaarder mee dan voorheen.
Netbeheerders passen congestiemanagement toe. Dat is een set afspraken om pieken te spreiden en capaciteit te delen. Datacenters kunnen korting krijgen als zij op drukke momenten tijdelijk minderen. Zulke flexcontracten worden op het moment van schrijven breder uitgerold.
Ook prijzen sturen gedrag. Hogere tarieven tijdens piekuren maken verbruik dan duurder. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) werkt aan regels die dit mogelijk maken. Daarmee krijgt schaarse netcapaciteit een duidelijker prijs.
De Europese AI-verordening raakt vooral risico’s en transparantie van algoritmen. Zij regelt geen energiegebruik, maar beïnvloedt inkoop door de overheid. Samen met de energieregels stuurt dit op veilig én zuinig gebruik van AI. Zo komen techniek en beleid bij elkaar.
Transparantie-eisen worden strenger
De Europese Energie-efficiëntierichtlijn verplicht datacenters vanaf 2024/2025 tot rapporteren. Locaties boven 500 kilowatt melden energie, koeling en waterverbruik in een EU-database. Dat maakt prestaties vergelijkbaar. En het helpt plannen waar het net versterkt moet worden.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) dwingt grote bedrijven hun stroomverbruik en uitstoot te rapporteren. Dat geldt ook voor cloud- en AI-aanbieders. Zo wordt duidelijker wat één AI-dienst kost aan energie. Overheden en bedrijven kunnen dan beter kiezen.
Wereldwijd kunnen datacenters, AI en crypto in 2026 tot rond 1.000 TWh per jaar verbruiken, ongeveer evenveel als Japan, aldus het Internationaal Energieagentschap (IEA).
Toch ontbreken nog eenduidige meetregels per model of dienst. Begrippen als PUE, de verhouding tussen totale energie en energie voor IT, zijn nuttig maar beperkt. Ze zeggen weinig over het moment van verbruik of de herkomst van stroom. Onafhankelijke audits en standaardmethodes zijn nodig.
Warmte en flexibiliteit helpen
Restwarmte uit datacenters kan naar warmtenetten of kassen. Dat verlaagt gasverbruik in wijken en glastuinbouw. De temperatuur is vaak laag, dus er zijn warmtepompen nodig. Toch kunnen projecten in Noord-Holland en Groningen laten zien dat het werkt.
Flexibiliteit vermindert pieken op het net. Het plannen van AI-training in nachten met veel wind helpt. Batterijen op het terrein vangen korte pieken op. Ook on-site zon kan een deel van de dagvraag dekken.
Efficiëntere chips en slimmere software verlagen het verbruik per taak. Denk aan kleinere modellen, quantization en betere koeling. Maar het totaalverbruik kan toch stijgen als het gebruik blijft groeien. Daarom zijn technische winst én harde randvoorwaarden nodig.
Europese fondsen en nationale regels kunnen sturen. Voorwaarden in vergunningen, zoals verplichte restwarmtebenutting, maken verschil. Ook aanbestedingen door overheden kunnen energie-eisen opnemen. Zo krijgt de AI-groei een eerlijker plek in het energiesysteem.
Nederland kiest de volgorde
De kern is simpel: eerst net en productie, dan nieuwe piekvraag. Dat geldt ook voor AI-datacenters. Zonder die volgorde blijft groene stroom dweilen met de kraan open. Met duidelijke prioriteiten wordt schaarste beheersbaar.
De komende jaren zijn beslissend voor ruimtelijke keuzes. Concentreren van hyperscalers vraagt om snelle netuitbreiding in die gebieden. Transparantie via EED en CSRD geeft zicht op echte impact. Dat maakt debat en besluitvorming eerlijker.
Voor gebruikers van AI in overheid en bedrijfsleven geldt hetzelfde. Kies waar mogelijk zuinige modellen en leg verbruik vast. Vraag leveranciers naar energieprofielen per dienst. Zo krijgt de Europese AI-verordening ook een praktische energie-invulling.
Als techniek, regels en planning samen optrekken, kan AI binnen de grenzen groeien. Dan helpt de sector mee aan de energietransitie in plaats van die te remmen. Dat is geen luxe, maar noodzaak. Zeker in een druk en digitaal Nederland.
