De Amerikaanse klimaatactivist Erin Brockovich richt haar pijlen op AI-datacentra. Zij waarschuwt dat de groei van systemen als ChatGPT (OpenAI) en Gemini (Google) veel water en stroom vraagt. De discussie speelt vooral in de Verenigde Staten, maar raakt ook Europa. Brockovich wil sneller en strenger toezicht, omdat lokale gemeenschappen schaarste en overlast ervaren.
Brockovich focust op waterverbruik
Brockovich stelt dat datacentra grote hoeveelheden koelwater nodig hebben. Dat is extra gevoelig in droge en warme regioās. Zij vraagt om openheid per locatie, zodat bewoners en bestuurders risicoās beter kunnen inschatten. Het gaat haar om duidelijkheid: hoeveel water, wanneer en uit welke bron.
De inzet van kunstmatige intelligentie vergroot die vraag. Training van grote modellen, zoals GPT-4o, Gemini 1.5 en Llama 3, draait op rekenclusters die veel warmte produceren. Koeling met water is dan vaak goedkoper en stiller dan alleen luchtkoeling. Maar dat verplaatst de druk naar de waterketen van een regio.
Brockovich koppelt dit aan de snelheid van de AI-hype. Niet alleen het trainen, ook het dagelijks gebruik (inference: het draaien van het model voor gebruikers) groeit hard. Meerdere techbedrijven bouwen daarom nieuwe hyperscale-locaties. Haar punt: bouw niet sneller dan de omgeving aankan.
Cijfers tonen snelle groei
Openbare duurzaamheidsrapporten laten zien dat het waterverbruik van cloudbedrijven snel stijgt. Microsoft, de vaste partner van OpenAI, groeide sterk in AI-capaciteit. Google breidt tegelijk zijn cloud voor Gemini en andere diensten uit. Die trend raakt vooral regioās met krappe waterreserves.
De stijging komt bovenop een al hoog elektriciteitsgebruik. Datacentra draaien 24 uur per dag en koelen continu. AI-workloads maken die pieken hoger en langduriger. Daardoor lopen water- en stroomvraag vaak gelijk op.
Op het moment van schrijven meldde Microsoft over 2022 circa 34 procent meer waterverbruik, tot ongeveer 6,4 miljard liter. Google rapporteerde ongeveer 21 miljard liter in datzelfde jaar.
Techbedrijven beloven reductie
Grote spelers beloven beterschap. Microsoft, Google en Amazon Web Services willen in 2030 āwater positiveā zijn: zij voegen dan per saldo meer water toe aan het systeem dan zij onttrekken. Bedrijven investeren in hergebruik van gezuiverd afvalwater en in zuiniger koeling. Ook testen zij vloeistofkoeling, waarbij warme chips direct met koelvloeistof worden gekoeld.
Technische keuzes maken veel uit voor het verbruik. Luchtkoeling gebruikt minder water, maar vraagt meer stroom bij hoge temperaturen. āFree coolingā gebruikt buitenlucht of zeewater als dat kan, wat scheelt in beide. In koude of natte gebieden zijn die opties aantrekkelijker.
Warmte-terugwinning komt op in Europa. Datacenters leveren restwarmte aan warmtenetten of kassen. Dat vermindert verspilling en kan de lokale energierekening drukken. Het verandert echter weinig aan de behoefte aan schoon koelwater tijdens pieken.
Europese regels nog beperkt
De Europese AI-verordening (AI Act) richt zich vooral op veiligheid, transparantie en mensenrechten. Milieu-impact valt daar op het moment van schrijven slechts zijdelings onder. Daardoor lopen discussies over AI-risicoās en duurzaamheid nu nog langs elkaar heen. Lokale vergunningen en energieregels vangen het gat deels op.
De herziene Europese Energie-efficiƫntierichtlijn verplicht grote datacentra om energie- en (waar beschikbaar) watergegevens te rapporteren. Dit moet transparantie en vergelijkbaarheid verbeteren. Lidstaten werken aan een centrale database en drempelwaarden voor rapportage. Dat kan discussies zoals die van Brockovich feitelijker maken.
In Nederland gelden strengere eisen voor hyperscale-datacentra. Het Rijk beperkt locaties tot specifieke gebieden zoals Eemshaven en de Maasvlakte. Gemeenten en waterschappen toetsen via de Omgevingswet op water- en netcapaciteit. Het Meta-plan bij Zeewolde strandde eerder op ruimtelijke en maatschappelijke bezwaren.
Transparantie wordt doorslaggevend
Voor Nederlandse en Europese overheden telt nu meetbare informatie per site. Vergunningen vragen om een watervergunning en een plan voor droogteperiodes. Ook verwacht de AVG dat bedrijven dataminimalisatie toepassen; minder data kan indirect minder rekenwerk en koeling betekenen. Heldere cijfers helpen bij keuzes over schaarse ruimte, water en netcapaciteit.
Brockovichā interventie versterkt die roep om openheid. Gemeenschappen willen weten wat een datacentrum betekent voor drinkwater, natuur en industrie. Standaarden voor rapportage per locatie en per AI-workload kunnen uitkomst bieden. Dat maakt claims over āgroene AIā toetsbaar.
Voor AI-aanbieders zoals OpenAI, Google DeepMind, Anthropic en Meta wordt locatiekeuze strategischer. Koel klimaat, beschikbaar grijswater en aansluiting op warmtenetten tellen zwaarder mee. In Europa spelen daarnaast netcongestie en strengere ruimtelijke regels. Het tempo van AI-uitrol gaat daardoor afhangen van meer dan alleen chips en kapitaal.
