Marktanalisten tippen tien AI-aandelen als ondergewaardeerd. Het gaat om chipmakers, cloudbedrijven en softwaremakers in de VS en Europa. Zij zouden profiteren van de groei van kunstmatige intelligentie, maar worden op de beurs nog voorzichtig gewaardeerd. Het nieuws speelt nu, terwijl bedrijven miljarden investeren in rekenkracht en datacenters.
Analisten zien kans bij AI
De kern van de analyse: de AI-keten groeit sneller dan de koersen van sommige toeleveranciers en softwarebedrijven. Bedrijven die grafische processors, netwerkchips en geheugen leveren, zien sterke vraag door modellen zoals OpenAI’s ChatGPT en Google’s Gemini. Ook makers van AI-software en infrastructuur profiteren van het trainen en gebruiken van modellen, een proces dat veel rekenkracht kost. Analisten denken dat de markt dit nog niet volledig in de prijzen heeft verwerkt.
De recente koersschommelingen helpen mee aan de onderwaardering. Na een sterke rally in 2023 en 2024 koelde de waardering van verschillende AI-gerelateerde aandelen af. Bedrijven met stabiele kasstromen en zicht op AI-omzet lijken hierdoor goedkoper geworden. Dat geeft ruimte voor herstel als investeringen in datacenters en AI-diensten doorzetten.
Ook de verschuiving van training naar gebruik (inference) kan omzet breder verdelen in de keten. Naast de bekendste chipfabrikanten profiteren dan ook serverbouwers, netwerkleveranciers en softwarebedrijven die AI uitbreiden naar kantoorwerk en industrie. Denk aan AI-functies in kantoorapps, ontwikkeltools en cybersecurity. Deze verspreiding maakt de vraag minder afhankelijk van enkele grote spelers.
Europese keten krijgt aandacht
Voor Europa is de toeleveringsketen cruciaal. ASML levert lithografiemachines die nodig zijn voor geavanceerde chips; zonder die machines stokt de productie stroomafwaarts. Europese halfgeleiderbedrijven zoals Infineon, STMicroelectronics en NXP leveren componenten voor datacenters en elektrische voedingen. Ook softwarepartijen zoals SAP en Europese cloudspelers kunnen meeliften op vraag naar veilige, lokale AI-diensten.
Nederland heeft een sterke positie in deze keten via ASML en een groeiend ecosysteem rond Eindhoven. Datacenters in Nederland en omringende landen breiden uit, mede door strengere Europese eisen aan datalokalisatie en privacy. Dit kan Europese aanbieders een voordeel geven bij overheids- en zorgtoepassingen. Voor beleggers kan die structurele vraag relevant zijn bij waarderingen.
Valuta, energieprijzen en exportregels blijven wel belangrijke factoren in Europa. Leveringsbeperkingen richting bepaalde landen kunnen de omzet van enkele leveranciers remmen. Tegelijk stimuleert Europese industriepolitiek meer lokale productie van chips en componenten. Dat kan de afhankelijkheid van import verkleinen en investeringen in de regio versnellen.
Waardering en kasstromen tellen
Onderwaardering draait vaak om verhouding tussen prijs en opbrengst, zoals koers-winst en vrije kasstroom. Bij AI-aandelen tellen ook brutomarges op hardware, terugkerende cloud-inkomsten en licenties voor AI-software. Bedrijven die nu investeren in capaciteit kunnen later profiteren van schaalvoordelen. De markt kan dit onderschatten, zeker als winsten met vertraging zichtbaar worden.
Datacenters vragen hoge investeringen in chips, netwerken en koeling. Die uitgaven drukken korte-termijnmarges, maar kunnen langere tijd omzet opleveren via AI-diensten. Voor softwarebedrijven is belangrijke vraag of AI-functies leiden tot hogere prijzen of meer klanten. Duidelijke prijspakketten en meetbare productiviteitseffecten helpen beleggers om waarderingen te onderbouwen.
Ondergewaardeerd betekent dat de beurskoers lager ligt dan de geschatte ‘eerlijke waarde’ op basis van winst, kasstroom en groei.
Transparante rapportage over AI-omzet en kosten is daarom belangrijk. Segmentcijfers over training, inference en licenties maken aannames toetsbaar. Bedrijven die dit helder doen, winnen vertrouwen bij Europese en Nederlandse institutionele beleggers. Dat kan het waarderingsgat met sectorgenoten verkleinen.
EU-regels sturen investeringen
De Europese AI-verordening (AI Act) deelt systemen in op risiconiveau en stelt eisen aan transparantie en veiligheid. Dat kan kosten verhogen voor aanbieders, maar geeft ook duidelijkheid voor klanten in overheid, zorg en onderwijs. Tools die ‘compliance by design’ bieden, hebben daardoor een streepje voor bij aanbestedingen. Op het moment van schrijven bereiden bedrijven zich voor op gefaseerde invoering van de regels.
De AVG blijft daarnaast leidend voor gegevensverwerking. Bedrijven moeten dataminimalisatie toepassen en waar nodig versleuteling inzetten. Voor generatieve systemen betekent dit extra aandacht voor trainingsdata en hergebruik van persoonlijke informatie. Leveranciers die dit goed regelen, hebben meer kans op langdurige contracten in Europa.
Ook energieverbruik van datacenters weegt mee bij vergunningen en maatschappelijke acceptatie. Groene stroom en warmteterugwinning kunnen als voorwaarden komen te gelden. Dit maakt de keuze van locatie en partners een strategische factor. Europese spelers die hierop voorsorteren, hebben mogelijk een duurzaam concurrentievoordeel.
Risico’s voor beleggers blijven
De AI-markt kent cycli en concentratierisico’s. Een handvol hyperscalers, zoals Microsoft, Amazon en Alphabet, bepaalt een groot deel van de vraag. Als zij investeringen pauzeren, voelt de hele keten dat. Verspreiding over subsectoren kan dit risico beperken, maar neemt het niet weg.
Geopolitiek speelt eveneens mee. Exportregels voor geavanceerde chips en onderdelen, waaronder beperkingen die ook ASML raken, kunnen leveringen vertragen. Daarnaast kunnen storingen in toeleveringsketens of tekorten aan onderdelen marges aantasten. Beleggers moeten hier rekening mee houden bij hun verwachtingen.
Waarderingen zijn bovendien gevoelig voor rentestanden. Hogere rentes drukken de huidige waarde van toekomstige winsten, vooral bij groeiaandelen. Duidelijke winstgroei en kasstroom helpen dit te compenseren. Zonder die onderbouwing kan een ‘AI-premie’ snel verdampen.
Gevolgen voor Nederland
Voor Nederlandse bedrijven en instellingen is de combinatie van AI-groei en regelgeving bepalend. Overheden en zorgorganisaties vragen om betrouwbare, privacyvriendelijke systemen, wat kansen biedt voor Europese aanbieders. Nederlandse toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens letten op AVG-naleving bij AI-projecten. Dat stimuleert oplossingen met dataminimalisatie en duidelijke auditsporen.
De energie- en ruimtevraag van datacenters is in Nederland onderwerp van debat. Gemeenten scherpen eisen aan voor locatie, duurzaamheid en restwarmte. Dit kan investeringen vertragen, maar ook sturen naar efficiëntere ontwerpen. Leveranciers die hieraan voldoen, hebben meer kans op lange-termijncontracten.
Voor beleggers betekent dit: kijk verder dan alleen chips of grote Amerikaanse namen. De Europese keten, van toeleveranciers tot software, kan profiteren van lokale vraag en regelgeving. Transparantie, naleving en energie-efficiëntie worden concurrentiefactoren. Dat kan de waardering van geselecteerde AI-aandelen in Europa en Nederland ondersteunen.
