De Britse econoom Martin Wolf waarschuwt dat de wereldhandel Trump’s tarieven overleefde, maar dat spanningen rond Iran nu de grenzen testen. Zijn analyse raakt ook Europa, waar havens, energie en techketens afhankelijk zijn van veilige zeeroutes. Dit heeft gevolgen voor AI-infrastructuur en chips, én voor de Europese AI-verordening (AI Act) en de gevolgen voor overheid en kritieke infrastructuur. Wolf is op het moment van schrijven hoofdcommentator economie bij de Financial Times.
Handel hield stand
De wereldhandel bleef overeind na de Amerikaanse importheffingen onder Donald Trump. Bedrijven verschooffen productie, zochten nieuwe toeleveranciers en spreidden risico’s. Het leidde tot meer regionalisering, maar geen breuk met globalisering. Europa bleef exporteren en importeren, met Rotterdam en Antwerpen als cruciale schakels.
Vooral in technologie pasten ketens zich snel aan. Fabrikanten splitsten lijnen op en kozen voor ‘friendshoring’, waarbij productie verschuift naar politiek stabielere partners. Daardoor bleven halfgeleiders, netwerkapparatuur en batterijmaterialen stromen. De prijs was hoger, maar leveringen stopten niet volledig.
Deze veerkracht schept geen garantie voor de toekomst. Een handelsschok door geopolitiek is lastiger op te vangen dan tarieven. Tarieven kun je omzeilen met herkomstwijziging of vrijstellingen. Veiligheidsrisico’s op zee raken alle routes tegelijk.
Iraanse spanningen raken routes
De spanningen in de Rode Zee en rond de Golf, waarbij Iran en gelieerde groepen worden genoemd, verstoren scheepvaart. Rederijen mijden risicogebieden en varen om, wat weken extra kost. Verzekeringen worden duurder en schema’s schuiven op. Dat werkt door in prijzen en levertijden richting Europa.
Voor Europa zijn dit niet alleen energievragen, maar ook technologievragen. Kunstmatige-intelligentie draait op servers, chips en voedingen die vaak per schip komen. Een omweg via Kaap de Goede Hoop vertraagt leveringen van datacentermateriaal. Ook grondstoffen voor elektronica en chemie lopen vertraging op.
Havens en spoor in Nederland en Duitsland vangen verschuivingen op, maar lopen voller. De planning van terminals in Rotterdam en Antwerpen moet vaker worden aangepast. Dat vergroot wachttijden aan de kade en in het achterland. Elke vertraging telt in ketens die op just-in-time zijn ontworpen.
De Straat van Hormuz is de nauwe doorgang tussen de Perzische Golf en de Golf van Oman. Ongeveer een vijfde van de wereldwijde olie passeert hier. Een blokkade zou onmiddellijk wereldwijde scheepvaart en energieprijzen raken.
Europese techketens kwetsbaar
De Europese halfgeleiderketen is sterk, maar wereldwijd verweven. ASML in Veldhoven werkt met honderden toeleveranciers in Europa, de VS en Azië. Veel onderdelen reizen per schip; luchtvracht is mogelijk, maar duur en beperkt. Elke hapering vergroot de kans op knelpunten in productie en service.
AI-hardware is extra gevoelig. NVIDIA H100/H200 en AMD MI300X accelerators komen via complexe ketens met veel Aziatische assemblage. Serverracks, koeling en stroomconversie worden vaak in Taiwan en Singapore gebouwd. Rerouting en capaciteitskrapte schuiven Europese opleveringen van cloudclusters weken naar achter.
Ook autochips en industriële sensoren raken. NXP, Infineon en STMicroelectronics leveren aan fabrieken die afhankelijk zijn van zeetransport. Eén vertraagde container kan een productielijn stilzetten. Veiligheidsvoorraden helpen, maar vergen kapitaal en ruimte.
Europese AI-verordening: gevolgen overheid
De Europese AI-verordening (AI Act) classificeert AI in kritieke infrastructuur als hoog risico. Dat vereist risicobeheer, transparantie en continuïteitsplannen. Leveringszekerheid van hardware en cloudcapaciteit hoort daarbij. Overheden die AI voor publieke diensten inzetten, moeten dit aantoonbaar borgen.
Daarnaast verplicht NIS2 aanbieders van essentiële diensten, zoals datacenters en telecom, tot striktere beveiliging en bedrijfscontinuïteit. Supplychain-risico’s, waaronder transport en single sourcing, vallen daaronder. Dit raakt ook provincies, gemeenten en zorginstellingen die op cloud en algoritmen leunen. Contracten moeten leveringsrisico’s en vervangingsopties afdekken.
Het bredere EU-beleid stuurt op ‘de-risking’, niet op ontkoppeling. Sancties tegen Iran en exportcontroles voor gevoelige technologie blijven instrumenten. Nederland scherpt exportvergunningen voor geavanceerde lithografie al aan. Dat toont hoe economie en veiligheid steeds vaker samen worden afgewogen.
Bedrijven bouwen buffers op
Bedrijven reageren met grotere voorraden en meerdere leveranciers. Cruciale onderdelen gaan tijdelijk per luchtvracht om projecten op schema te houden. Cloudproviders en hyperscalers versnellen bestellingen en spreiden leveringen over Europese regio’s. Ook wordt vaker lokaal geassembleerd om zeevertraging te dempen.
Logistiek past zich aan met alternatieve corridors. Spoorverbindingen via de Zijderoute bieden beperkt soelaas, maar kunnen kritieke zendingen versnellen. In Rotterdam en Antwerpen worden pieken gespreid met nachtvensters en betere data-uitwisseling. Digitale planningssystemen helpen wachttijden te verkorten.
Techkopers stellen andere eisen aan leveranciers. Ze vragen zicht op herkomst, risicomitigatie en omleidingsplannen. Contracten bevatten boeteclausules en flexibele levermomenten. In ruil krijgen leveranciers meerjarige volumes en betere voorfinanciering.
Scenario’s komende maanden
Het basisscenario is langere levertijden en hogere kosten, maar geen stilstand. AI-projecten in Europa schuiven dan weken op, niet maanden. Budgetten moeten ruimte laten voor duurdere logistiek. Communicatie met klanten en toezichthouders voorkomt verrassingen.
In een escalatiescenario, met bredere regionale oorlog of een blokkade, veranderen de spelregels. Energieprijzen schieten omhoog en scheepscapaciteit wordt schaars. Dan lopen Europese datacenters en chipfabrieken reëel uit op planning. Overheden moeten dan prioriteren wat kritisch is voor dienstverlening.
Bij de-escalatie normaliseren routes en tarieven geleidelijk. Toch blijft de trend naar de-risking en meer regionale productie. De les voor tech en AI blijft dezelfde. Veerkracht is geen bijzaak, maar een kern-eis in ontwerp en beleid.
