De organisatie van de zeventiende George van Raemdonckkartoenale in Vlaanderen sluit kunstmatige intelligentie uit. Inzendingen die met generatieve systemen zijn gemaakt, worden niet geaccepteerd. Het verbod geldt voor de komende editie van de internationale cartoonwedstrijd. De keuze is bedoeld als ode aan handwerk en vakmanschap, en om een eerlijk speelveld te houden voor tekenaars.
AI-werk uitgesloten
De wedstrijd accepteert geen beelden die met generatieve AI zijn gemaakt. Generatieve AI is software die op basis van tekst of ruwe schetsen een nieuw beeld creëert. De regel is eenvoudig: alleen werk dat zichtbaar door mensenhand is getekend of geschilderd, mag meedoen.
De maatregel richt zich op populaire tekst-naar-beeldsystemen. Denk aan Midjourney, DALL·E van OpenAI en Stable Diffusion van Stability AI. Deze tools kunnen binnen seconden afbeeldingen maken die sterk lijken op handgemaakte cartoons.
De organisatie kiest hiermee voor duidelijkheid naar inzenders en jury. Er is geen grijs gebied over de herkomst van het beeld. De kern van de wedstrijd blijft: idee, lijnvoering en techniek van de tekenaar.
Motief: eerlijke concurrentie
Het verbod moet gelijke kansen waarborgen voor kunstenaars die met pen, potlood of verf werken. AI-beeldmodellen kunnen snel en goedkoop varianten genereren. Dat kan het beoordelingsveld scheef trekken, omdat tijd en vakmanschap anders wegen dan prompts en modelinstellingen.
De keuze past bij een bredere discussie in de cultuursector. Waar ligt de grens tussen digitale hulpmiddelen en AI die het beeld zelf maakt? De wedstrijd legt die grens nu expliciet bij het creatieve maakproces van de mens.
“Ode aan handwerk en vakmanschap”
De ondertitel maakt het doel zichtbaar: het werk van tekenaars staat centraal. Het gaat om techniek, stijl en originaliteit die uit menselijke oefening komen. Zo blijft de prijs een erkenning van ambacht en eigen handschrift.
Controle blijft lastig
Handhaving van een AI-verbod is in de praktijk niet eenvoudig. Er is op dit moment geen sluitende test die altijd aantoont dat een beeld met een algoritme is gemaakt. Veel jury’s werken daarom met inzendvoorwaarden en verklaringen op eer.
Sommige aanbieders voegen een watermerk of metadata toe aan AI-beelden. Zulke sporen kunnen echter verdwijnen bij opslaan, knippen of schalen. Ook kunnen hybride workflows het spoor vertroebelen, bijvoorbeeld als een schets later met AI is opgewerkt.
Transparantie van makers helpt, maar neemt risico’s niet weg. De organisatie kan extra controles doen bij twijfel, zoals het opvragen van schetsen of werkstappen. Dat kost tijd, maar verhoogt de geloofwaardigheid van de uitslag.
Aansluiting op EU-regels
De keuze sluit aan bij de Europese AI-verordening (AI Act), die transparantie rond synthetische media vraagt. Wie “deepfakes” publiceert, moet dat volgens de wet markeren of labelen. De wedstrijd gaat verder door AI-beelden geheel te weren.
Op het moment van schrijven treden delen van de AI Act gefaseerd in werking tussen 2025 en 2026. Organisaties die beelden publiceren, krijgen dan duidelijke plichten rond herkenbaarheid en risicobeheersing. Voor cultuurinstellingen maakt dat de behoefte aan heldere inzendregels groter.
Ook de AVG blijft relevant wanneer inzenders persoonsgegevens delen, zoals naam en portfolio. Dat vraagt om dataminimalisatie en veilige opslag. Heldere privacyvoorwaarden bij inschrijving zijn daarom nodig.
Relevantie voor Nederland en België
De stap kan richting geven aan andere wedstrijden in Nederland en België. Musea, festivals en kunstacademies zoeken naar werkbare grenzen voor AI. Een expliciet AI-verbod is een duidelijk signaal, maar niet de enige optie.
Alternatieven zijn aparte categorieën voor AI-hybride werk of verplichte labeling. Dat past bij de Europese lijn: herkenbaar maken wat door een model is gegenereerd. Voor publieksvertrouwen kan die nuance soms beter werken dan een totaalverbod.
Voor overheden en gesubsidieerde instellingen speelt nog een vraag: wat betekenen de Europese AI-verordening en transparantie-eisen voor prijsvragen en tentoonstellingen? Duidelijke reglementen, bewaartermijnen en klachtenprocedures helpen. Zo blijft de uitvoering rechtmatig én begrijpelijk voor deelnemers.
Gevolgen voor makers
Voor cartoonisten is het kader nu helder: wie meedoet, werkt zonder generatieve modellen. Dat geeft zekerheid over de beoordelingscriteria. Tegelijk vraagt het om extra communicatie naar makers die juist met AI experimenteren.
De ban hoeft creatieve vernieuwing niet te remmen. Digitale tools zonder generatieve functies, zoals tekenapps of beeldbewerking, kunnen nog steeds waardevol zijn. Belangrijk is dat het instrument het beeld niet autonoom creëert.
De markt blijft intussen bewegen. AI-modellen worden sneller en toegankelijker, maar ook vaker gelabeld. Strakke regels per wedstrijd helpen om verwachtingen te managen en discussies te beperken.
