Televisiepresentator Hélène Hendriks reageerde deze week in een Nederlandse tv-uitzending op een AI-gegenereerde foto van zichzelf. Ze lachte om het beeld en maakte er een grap over. De afbeelding dook online op en werd in de studio besproken. Het moment voedt de discussie over het labelen van deepfakes onder de Europese AI-verordening en wat dit betekent voor media en publiek.
Hendriks relativeert AI-beeld
Het portret toont hoe snel door algoritmen gemaakte foto’s van bekende Nederlanders rondgaan. In de uitzending werd de afbeelding getoond en kort besproken. Hendriks nam het luchtig op en wees op de overdreven stijl van het beeld. Daarmee liet ze zien dat niet elk AI-beeld direct voor verwarring zorgt.
De foto is met een beeldgenerator gemaakt, een type software dat op basis van tekst nieuwe plaatjes maakt. Zulke systemen worden getraind op grote verzamelingen bestaande foto’s. Het resultaat kan realistisch ogen, maar details verraden vaak het kunstmatige karakter. Denk aan onnatuurlijke verhoudingen of vreemde achtergronden.
Welke tool is gebruikt, is op het moment van schrijven niet bekend. Populaire voorbeelden zijn Midjourney (Midjourney, Inc.), DALL·E (OpenAI) en Stable Diffusion (Stability AI). Deze apps zijn laagdrempelig en leveren snel opvallende beelden. Daardoor komen AI-foto’s van publieke figuren steeds vaker in omloop.
“Ik lijk wel SM-meesteres!” — Hélène Hendriks, tijdens de uitzending over de AI-foto
Beeldgeneratoren zijn breed beschikbaar
Generatieve AI maakt nieuwe content uit tekstinvoer, bijvoorbeeld “maak een foto van [naam] in leren outfit”. Het model vult ontbrekende informatie zelf in en kiest stijlen op basis van zijn training. Dat werkt creatief en snel, maar stuurt soms de verkeerde kant op. Het systeem weet immers niets van context of toestemming.
Midjourney en DALL·E draaien in de cloud en zijn via chat of web te gebruiken. Stable Diffusion kan ook lokaal draaien en is uitbreidbaar met extra stijlen. De drempel is laag: een paar woorden volstaan voor een overtuigend beeld. Dat vergroot zowel de creatieve kansen als het risico op misleiding.
Herkenning van AI-foto’s blijft lastig voor het oog. Kenmerken zijn onlogische handen, sieraden die versmelten of textuurfouten in kleding. Sommige modellen overdrijven glans of vormen, wat een “gepolijst” maar onwerkelijk effect geeft. Zonder label ziet een kijker dit niet altijd direct.
Europese AI-verordening eist labels
De Europese AI-verordening (AI Act) introduceert transparantieplichten voor synthetische media. Deepfakes en door AI gegenereerde beelden moeten als zodanig herkenbaar zijn. Op het moment van schrijven geldt dat deze plichten naar verwachting vanaf 2026 gaan gelden. Dat raakt zowel platforms als makers en omroepen.
Voor Nederlandse redacties betekent dit duidelijker aanduiden wanneer een beeld door een model is gemaakt. In tv en online kan dat met een zichtbaar label of in de voice-over. Het doel is dat kijkers weten wat echt is en wat synthetisch. Zo wordt onnodige verwarring beperkt.
Daarnaast verplicht de Europese Digital Services Act (DSA) grote platforms om misleiding te beperken. Zij moeten risico’s rond gemanipuleerde beelden aanpakken en gebruikers beter informeren. Bedrijven testen watermerken en detectietools, maar die werken nog wisselend. Labels en context blijven daarom nodig.
Portretrecht en privacy spelen mee
In Nederland beschermt het portretrecht tegen ongewenst gebruik van iemands gezicht. Commercieel gebruik zonder toestemming kan onrechtmatig zijn. Ook kan een AI-beeld dat iemands eer of goede naam schaadt tot een juridische claim leiden. Dat geldt zeker bij seksuele of denigrerende uitbeelding.
De AVG, de Europese privacywet, ziet een gezicht als persoonsgegeven. Journalisten hebben uitzonderingen, maar moeten zorgvuldig blijven. Voor niet-journalistiek gebruik geldt: verwerk zo min mogelijk gegevens en vraag toestemming waar nodig. Dataminimalisatie en duidelijke informatie zijn verplicht.
Wie schade ondervindt van een AI-beeld kan de maker of het platform aanspreken. Platforms hebben meldknoppen en beleid tegen misleiding en haat. Bewijs vastleggen en context tonen helpt bij een melding. Juridisch advies kan nodig zijn als reputatieschade groot is.
Media moeten duidelijker duiden
Redacties kunnen AI-beelden meteen labelen als “gegenereerd door AI”. Leg kort uit welke tool is gebruikt, als dat bekend is. Bewaar de prompt en het originele bestand voor transparantie. Zo blijft het publiek beter geïnformeerd en controleerbaar wat is gedaan.
Combineer AI-beelden altijd met context: wat is echt, wat is nagemaakt, en waarom? Laat zien waar het beeld afwijkt van de werkelijkheid. Voeg waar mogelijk een bronkader toe met uitleg. Dat vergroot vertrouwen en beperkt verkeerde interpretaties.
Kijkers kunnen zelf alert zijn op details en herkomst. Let op onlogische handen, achtergronden en glans. Controleer of een beeld is gelabeld of door betrouwbare media is gedeeld. Twijfel je, zoek dan naar de herkomst of vraag om toelichting.

