Hollywood gebruikt steeds minder echte dieren op de set. Filmstudioās en VFX-bedrijven zoals WÄtÄ FX, MPC en Framestore zetten nu digitale dieren in, vaak aangestuurd door AI. Dat gebeurt in de VS en steeds vaker in Europese coproducties. Reden: veiligheid, kosten en nieuwe regels zoals de Europese AI-verordening over transparantie.
Digitale dieren winnen terrein
De laatste jaren kiezen studioās vaker voor volledig digitale dieren. Producties als The Lion King (2019) en The Jungle Book (2016) lieten al zien dat realistische dieren zonder opnames met echte dieren kunnen. Ook recentere films, zoals Beast en Guardians of the Galaxy, gebruiken VFX in plaats van echte roofdieren of wilde soorten. De keuze verschuift van dressuur naar digitale animatie en algoritmen.
Grote VFX-huizen hebben hiervoor volwassen werkprocessen. WÄtÄ FX, Industrial Light & Magic (ILM), MPC en Framestore bouwen diermodellen met levensechte vacht, spieren en gedrag. Kunstmatige intelligentie helpt bij simulatie, detail en beweging. Daardoor worden digitale shots consistenter en sneller te plannen.
Die praktijk sijpelt door naar Europa. Streamers en omroepen vragen al vroeg in het proces om VFX-plannen, ook bij kleinere films. Nederlandse producenten betrekken een VFX-supervisor eerder bij scĆØnes met dieren. Dat verkleint risicoās en beperkt dure heropnames.
Kosten en planning sturen keuze
Werken met echte dieren betekent trainers, verzekeringen en strenge veiligheidsregels. Dieren zijn onvoorspelbaar, waardoor een draaidag kan uitlopen. Dat maakt planning moeilijk en duur. Digitale dieren zijn beter te timen en blijven ābraafā binnen het storyboard.
De kosten verschuiven van de set naar de postproductie. Een digitaal leeuwmodel kost veel in aanmaak, maar kan daarna vaker worden hergebruikt. VFX-studioās onderhouden bibliotheken met herbruikbare onderdelen, zoals vacht, skelet en animatie-rigs. Dat drukt de kosten per shot na de eerste investering.
AI-versnellers verkorten de doorlooptijd verder. Unityās Ziva VFX en ZivaRT simuleren spieren en huid, waarbij een neuraal netwerk de zware berekeningen kan versnellen. Dat voorkomt iteraties met lange rekentijden. Voor Europese producties met krappe schemaās is die tijdwinst aantrekkelijk.
Dierenwelzijn weegt zwaarder mee
Een digitale aanpak voorkomt stress en risicoās voor dieren. Incidenten uit het verleden zetten ethiek blijvend op de agenda. Producenten willen reputatieschade en juridische problemen vermijden. Digitale alternatieven maken dat eenvoudiger.
In de VS beoordelen organisaties de setveiligheid voor dieren. Het bekende label benadrukt dat er niet is geschaad. Dat vergroot het vertrouwen bij publiek en platforms. Toch verschuift de lat: geen dier op de set is nog veiliger dan elke controle.
āNo Animals Were Harmedā is het keurmerk van American Humane dat aangeeft dat dierenwelzijn op de set is gecontroleerd en geborgd.
Europa kent strikte regels voor dieroptredens. In Nederland schrijft de Wet dieren toezicht en vergunningen voor, met controle door de NVWA. Omroepen hanteren eigen richtlijnen om risicoās te vermijden. Daardoor wijken makers sneller uit naar VFX, zeker bij stunts of wilde soorten.
AI-tools leveren meer realisme
AI en fysische simulatie vullen elkaar aan. Ziva VFX (Unity) modelleert spieren en huid; ZivaRT maakt daarvan een snel AI-gestuurd model voor realtime gebruik. WÄtÄ FX en ILM combineren animatie met machine learning voor vacht, blik en microbewegingen. Zo oogt gedrag geloofwaardig, ook in close-ups.
Nieuwe technieken helpen in voorbereiding en afwerking. Neural radiance fields (NeRF) zetten fotoās om in een 3D-weergave; dat versnelt referenties en previz. Diffusiemodellen, een type generatieve AI, kunnen massaās vogels of vissen geloofwaardig toevoegen op de achtergrond. De artistieke regie blijft leidend, de algoritmen leveren snelheid en detail.
Toch zijn er beperkingen. Interactie op korte afstand blijft lastig, bijvoorbeeld aanraking tussen mens en dier. Dat vraagt soms om animatronics of een hybride aanpak. Ook is er veel handwerk nodig om ogen, ademhaling en gewicht overtuigend te maken.
EU-regels sturen transparantie
De Europese AI-verordening (AI Act), op het moment van schrijven aangenomen maar nog gefaseerd van kracht, bevat transparantieplichten voor synthetische media en deepfakes. Wie AI-gegenereerde of gemanipuleerde beelden publiceert die kunnen misleiden, moet dat duidelijk maken. Voor film en tv betekent dit dat distributeurs mogelijk een label of disclaimer toevoegen. Nationale invulling en uitzonderingen voor artistieke expressie spelen daarbij een rol.
Aanbieders van generatieve basisĀmodellen moeten een samenvatting van trainingsdata publiceren. Studioās die zulke modellen inschakelen, moeten contractueel borgen dat leveranciers voldoen. Dat raakt ook Europese coproducties en streamers die materiaal inkopen. Juridische due diligence rond AI wordt onderdeel van de postproductie.
Privacy via de AVG blijft relevant als menselijke prestaties worden vastgelegd. Motion capture van acteurs voor dierbewegingen is persoonsĀgegeven en vraagt doelbinding en minimale opslag. Versleuteling en beperkte toegang horen daarbij. Zo voorkomen makers dat creatieve data onnodig rondzwerft.
Per saldo verschuift de filmpraktijk naar digitale dieren, gedreven door veiligheid, planning en nieuwe AI-mogelijkheden. VFX-huizen en tools als Ziva VFX verlagen de drempel, terwijl Europese regels zorgen voor duidelijke spelregels. Voor Nederlandse en Europese makers ligt de winst in controle en compliance. Het publiek krijgt tegelijk geloofwaardige dieren zonder onnodig dierenleed.
