Japan trekt opnieuw geld en beleid uit om zijn halfgeleiderindustrie te versterken. Het ministerie van Economische Zaken en Industrie (METI) ondersteunt nieuwe fabrieken en onderzoek, met focus op chips voor kunstmatige intelligentie en auto’s. Projecten van TSMC, Micron en Rapidus krijgen voorrang, verspreid over Hokkaido, Hiroshima en Kumamoto. Het doel is leveringszekerheid en minder afhankelijkheid van import, met gevolgen voor de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en bedrijven.
Tokio kiest voor productie
De Japanse overheid ziet chips als strategische basis voor economie en nationale veiligheid. Na de tekorten tijdens de pandemie en spanningen rond China wil Tokio meer eigen productie. Dat moet ook de beschikbaarheid van rekenkracht voor AI-diensten verbeteren.
METI gebruikt subsidies, belastingvoordelen en publiek-private samenwerking. Het beleid richt zich op logische chips, geheugenchips en geavanceerde verpakkingstechniek. Deze combinatie is nodig voor datacenters, auto-industrie en 5G/6G-netwerken.
Japan koppelt het industriebeleid aan innovatie en scholing. Universiteiten en toeleveranciers krijgen budget voor talent en apparatuur. Zo moet de hele keten, van ontwerp tot productie, groeien.
Subsidies voor TSMC en Micron
TSMC produceert sinds 2024 in Kumamoto via JASM, een joint venture met Sony en Denso. Een tweede fabriek staat in de planning, met extra steun van METI. De locaties richten zich op middellange en geavanceerde nodes voor auto’s en AI-hardware.
Micron breidt in Hiroshima de productie van HBM uit. HBM is een type geheugenchip met hoge bandbreedte voor AI-servers. De overheid helpt met investeringen in apparatuur en energienet.
Ook Kioxia en Western Digital blijven belangrijk voor NAND-flash. Zo verstevigt Japan de geheugenhoek, terwijl TSMC logic levert. Samen verkleinen ze kwetsbaarheid in de aanvoer van AI-onderdelen.
HBM (High Bandwidth Memory) stapelt meerdere geheugendies op elkaar en verbindt die met een breed datapad, zodat AI-chips veel sneller data kunnen lezen en schrijven.
Rapidus mikt op 2 nm
De Japanse start-up Rapidus bouwt in Hokkaido aan een 2-nanometerfabriek. Een nanometer is een miljardste meter; kleinere nodes verlagen energieverbruik en verhogen prestaties. Rapidus werkt hiervoor samen met IBM en onderzoeksinstituut imec.
Het bedrijf wil een pilotlijn draaien rond 2025 en massaproductie starten tussen 2027 en 2028. Het project wordt gesteund door grote Japanse bedrijven, waaronder Toyota, Sony en NTT. Op het moment van schrijven ontvangt Rapidus meerjarige staatssteun voor onderzoek, apparatuur en opleiding.
De grootste uitdaging is personeels- en toeleveringscapaciteit. Voor 2 nm zijn EUV-lithografiemachines en ultrapure materialen nodig. De aanvoer en installatie daarvan kosten tijd en veel geld.
Europa hangt mee in keten
De Europese Unie en Japan verstrengelen hun chipketens. ASML uit Nederland levert EUV-lithografie, essentieel voor 2‑nm-productie. Duitsland en Frankrijk lokken tegelijk eigen fabrieken met het Europese Chips Act-kader.
Voor Nederland betekent dit kansen én schaarste. Toeleveranciers van ASML en materialen krijgen extra vraag, maar de strijd om technici wordt scherper. Ook exportregels spelen mee: Japan, Nederland en de VS beperken geavanceerde apparatuur naar China sinds 2023.
Voor AI-startups en overheden in Europa kan extra Japanse productie schommelingen dempen. Meer aanbod van HBM en logic drukt wachttijden voor GPU-servers. Dat helpt bij planning van publieke cloudprojecten en onderzoek.
Impact op AI en energie
Meer chipcapaciteit ondersteunt de groei van AI-modellen, van spraakassistenten tot medische beeldanalyse. 2‑nm-logic en HBM verlagen energie per berekening. Dat is nodig, want datacenters verbruiken snel meer stroom.
Japan investeert tegelijk in groene stroom en koeling rond nieuwe fabrieken. Fabrieken vragen continu, stabiel vermogen en veel water. Energie-efficiëntie en hergebruik van warmte worden daarom onderdeel van de plannen.
Voor Europese datacenters en cloudproviders is dit relevant. Lagere energie per chip kan de CO2-doelen helpen halen. Het biedt ook ruimte om AI-diensten uit te breiden zonder even hard te groeien in verbruik.
Risico’s en regels rond chips
Meer productie lost niet alle risico’s op. De keten blijft mondiaal, met kwetsbare onderdelen zoals gassen, fotolak en zeldzame metalen. Een storing of embargo kan nog steeds doorwerken.
Voor AI-toepassingen gelden in Europa extra verplichtingen uit de AI-verordening. Overheden en bedrijven moeten bij inkoop letten op transparantie, cybersecurity en energiegebruik. Dataminimalisatie en versleuteling blijven onder de AVG verplicht, ook als rekenkracht makkelijker beschikbaar komt.
Japanse investeringen maken het aanbod stabieler, maar vragen ook om afstemming met Europese normen. Certificering, exportcontroles en rapportage over duurzaamheid komen strenger samen. Wie AI-systemen bouwt, moet die eisen vanaf ontwerp tot operatie inplannen.
