Lenn, 11 jaar, heeft in België de wedstrijd Junior Journalist gewonnen met een verhaal over de ontvoering van Prinses Prullemie. Het gaat om een fictieverhaal dat de jury wist te raken door creativiteit en vaart. De prijs bekroont jong schrijftalent en nieuwsgierigheid. De winst valt in een tijd waarin scholen praten over AI-gebruik in de klas en de Europese AI-verordening gevolgen onderwijs krijgt.
Jeugdig talent valt op
De wedstrijd Junior Journalist richt zich op kinderen die graag schrijven en onderzoeken. Deelnemers leren een verhaal opbouwen en duidelijk vertellen. Dat past goed bij basisvaardigheden als lezen, analyseren en logisch denken. Een winnende bijdrage zet die vaardigheden scherp in de verf.
Het winnende stuk van Lenn is fantasie, maar het oefent vaardigheden die ook in nieuwsmedia tellen. Kinderen leren personages bouwen, feiten in de wereld plaatsen en spanning doseren. Ze merken dat een sterk begin en helder einde het verschil maken. Dat geldt voor fictie én voor journalistiek.
Wedstrijden als deze geven jonge schrijvers een podium en feedback. Die combinatie houdt motivatie hoog. Leerkrachten zien zo wat leerlingen zelfstandig kunnen. Dat is nuttige informatie voor vervolglessen en begeleiding.
Fictie traint nieuwsgevoel
Fictie lijkt ver van de krant, maar de onderliggende routine is gelijk. Je stelt vragen, schrapt ruis en kiest wat relevant is. Je controleert of alle onderdelen kloppen binnen het verhaal. En je let op toon en tempo, zodat de lezer meekomt.
Dat is belangrijk in een tijd met veel desinformatie online. Jongeren worden dagelijks geconfronteerd met berichten die echt lijken, maar gemaakt zijn om te sturen of te misleiden. Wie verhalen kan ontleden, trapt minder snel in nepnieuws. En wie helder schrijft, legt sneller uit waarom iets niet klopt.
Mediawijsheid is het vermogen om informatie te vinden, beoordelen en maken, en om veilig en bewust met media om te gaan.
Scholen in Nederland en België besteden hier steeds meer aandacht aan. Dat gebeurt in taal- en burgerschapslessen, maar ook in projecten in de bibliotheek. Een schrijfwedstrijd is een tastbaar doel voor die oefening. Succes motiveert, en feedback helpt groeien.
AI in het klaslokaal
Generatieve AI, zoals ChatGPT van OpenAI, Gemini van Google en Copilot van Microsoft, is ook in de klas aanwezig. Deze systemen kunnen tekst samenvatten of schrijfvoorstellen doen. Dat biedt kansen voor oefenen en herschrijven. Maar er zijn risico’s, zoals foutieve informatie en verlies van eigen stem.
Scholen maken daarom afspraken over het gebruik. Een veelgebruikte regel is: AI mag helpen bedenken, maar de leerling blijft eigenaar en controleert de inhoud. Leraren vragen vaak om tussenstappen te laten zien, zoals notities en schetsen. Zo blijft het leerproces zichtbaar.
Ook is transparantie belangrijk. Leerlingen die een AI-hulpmiddel gebruiken, geven dat aan in hun werk. Docenten kunnen dan beter beoordelen welke stappen zelf zijn gedaan. Dit past bij eerlijk werken en bij het leren van bronnen kritisch te lezen.
Europese AI-verordening in onderwijs
De Europese AI-verordening (AI Act) brengt nieuwe regels voor AI-systemen in Europa. AI die leerlingen beoordeelt of toegang tot onderwijs bepaalt, valt in een hoge risicoklasse. Leveranciers moeten dan extra eisen volgen, zoals testen, menselijk toezicht en duidelijke documentatie. Scholen moeten bij inkoop letten op deze conformiteit.
Algemene AI-chatbots vallen meestal niet onder hoog risico, maar wel onder transparantie-eisen. Fabrikanten moeten uitleg geven over mogelijkheden en beperkingen. Op het moment van schrijven gelden voor zogeheten general-purpose AI ook plichten rond veiligheidsmaatregelen en evaluaties. Dat helpt gebruikers beter te begrijpen wat het systeem wel en niet kan.
Voor het onderwijs betekent dit: kies hulpmiddelen die aan de EU-regels voldoen. Vraag om bewijs daarvan bij leveranciers. Zet AI in als ondersteuning, niet als beslisser over cijfers of selectie. En borg altijd de menselijke beoordeling.
AVG-regels voor scholen
Naast de AI Act geldt de AVG voor alle persoonsgegevens. Scholen mogen alleen noodzakelijke gegevens verwerken en moeten dataminimalisatie toepassen. Voor nieuwe systemen is een DPIA, een risicoanalyse op privacy, vaak verplicht. Ook zijn verwerkersovereenkomsten nodig met IT-leveranciers.
Bij minderjarigen weegt privacy extra zwaar. Opslag moet goed beveiligd zijn, bij voorkeur in de EU. Anonimiseren of pseudonimiseren beperkt risico’s. En ouders moeten helder geïnformeerd worden over doelen en bewaartermijnen.
Gebruik van AI-hulpmiddelen vraagt daarom om duidelijke afspraken. Denk aan uitschakelen van datameelezen voor trainingsdoeleinden waar mogelijk. En kies instellingen die geen leerlingdata naar buiten sturen. Zo blijft oefening veilig en verantwoord.
Beleid in NL en Vlaanderen
In Nederland worden op het moment van schrijven nieuwe kerndoelen voor digitale geletterdheid voorbereid. Daarin horen schrijven, bronkritiek en verantwoord technologiegebruik bij elkaar. De inzet is dat leerlingen zowel creatief als kritisch met media omgaan. Dat sluit aan bij de praktijk in de klas.
Vlaanderen versterkt mediawijsheid via het kenniscentrum Mediawijs en lokale initiatieven. Bibliotheken en scholen werken samen aan projecten rond leesplezier en kritisch denken. Wedstrijden en ateliers maken de resultaten zichtbaar. Kinderen ervaren zo dat oefenen loont.
Lenns zege past in die bredere beweging. Jong talent krijgt waardering, en de klas krijgt een voorbeeld. Creativiteit wordt gekoppeld aan zorgvuldig werken met informatie. Dat is precies wat het digitale tijdperk vraagt.
