In Laarbeek schreef columnist Marie-Christine deze week over kunstmatige intelligentie. Haar stuk legt uit hoe AI ons dagelijks leven raakt en welke keuzes daarbij horen. De discussie draait om kansen, risico’s en verantwoordelijkheid, juist voor gemeenten, scholen en mkb. Dat is actueel door de Europese AI-verordening (AI Act) en de AVG, die gevolgen hebben voor overheid en onderwijs.
Lokale oproep tot nuchterheid
De column zet aan tot een nuchtere kijk op algoritmen in het dagelijks leven. Steeds meer inwoners gebruiken ChatGPT van OpenAI, Gemini van Google en Microsoft Copilot voor tekst, samenvattingen en plannen. Dat bespaart tijd, maar vraagt om duidelijke spelregels. Zeker als uitkomsten invloed hebben op werk, school of gemeentelijke diensten.
De kwaliteit van generatieve systemen wisselt. Modellen kunnen “hallucineren”: ze presenteren onjuiste informatie toch met zekerheid. Daarom blijft menselijk toezicht nodig, ook bij alledaagse taken als een brief aan de gemeente of een schoolopdracht. Transparantie over AI-gebruik helpt misverstanden voorkomen.
Hallucineren betekent dat een AI-systeem zelfverzekerd onjuiste of verzonnen informatie geeft.
Voor lokale organisaties is dit concreet. Een gemeente die AI inzet voor webteksten of antwoorden aan inwoners moet altijd controleren en bronverwijzingen eisen. Scholen doen er goed aan leerlingen te leren hoe je AI-uitvoer kritisch leest. Zo blijft de gebruiker eigenaar van de keuze, niet het model.
AVG stelt grenzen aan data
De AVG verplicht tot dataminimalisatie en duidelijke doelen. Dat betekent: geen persoonsgegevens, medische informatie of leerlingdossiers in publieke chatbots invoeren. Als verwerking toch nodig is, moet dat met passende waarborgen, zoals versleuteling en strikte toegangsrechten. Anonimiseren en pseudonimiseren verlagen risico’s.
Gemeenten, scholen en mkb hebben verwerkersovereenkomsten nodig met leveranciers als OpenAI, Microsoft en Google. Let op datacenters in de EU, bewaartermijnen en of prompts en uitkomsten worden gebruikt om modellen te trainen. Vraag om auditlogs en duidelijke bewaarbeleid. Leg in beleid vast wie welke tool waarvoor mag inzetten.
Nieuwe AI-toepassingen vragen vaak om een Data Protection Impact Assessment (DPIA). Dat brengt risico’s en maatregelen vooraf in kaart. De Autoriteit Persoonsgegevens benadrukt op het moment van schrijven dat DPIA’s nodig zijn bij nieuwe technologie en grootschalige verwerking. Dit voorkomt verrassingen achteraf en maakt keuzes uitlegbaar.
Europese AI-verordening komt dichtbij
De AI Act treedt gefaseerd in werking in 2025 en 2026. Verboden praktijken, zoals sociale scoring door overheden, verdwijnen als eerste. Hoog-risico-toepassingen krijgen strikte eisen voor documentatie, testen en toezicht. Dat raakt ook Nederlandse publieke diensten en leveranciers.
Voor gemeenten kan AI in werkprocessen als werving, beoordeling of toekenning van regelingen hoog risico zijn. Dan gelden plichten zoals risicobeheer, kwaliteitsdatasets en menselijke controle. Instellingen moeten kunnen uitleggen hoe het systeem tot een uitkomst kwam. Zonder deze waarborgen is inzet niet toegestaan.
Leveranciers van generatieve “algemene-doeleinden”-modellen, zoals OpenAI, Google en Meta, krijgen transparantie- en veiligheidsverplichtingen. Afnemers in de EU moeten duidelijk maken wanneer inhoud door AI is gemaakt. Bij communicatie naar inwoners helpt labeling misleiding te voorkomen en sluit het aan op de AI Act.
Onderwijs vraagt heldere regels
Leerlingen gebruiken ChatGPT en Gemini al voor samenvattingen en feedback. Scholen hebben daarom een AI-beleidskader nodig met simpele regels: wat mag, wat niet, en hoe je bronnen controleert. Werk ook met lesdoelen die proces en onderbouwing beoordelen, niet alleen de eindtekst. Zo blijft eigen werk centraal staan.
Detectietools die “AI-tekst” proberen te herkennen zijn onbetrouwbaar en kunnen onschuldige leerlingen schaden. Beter is het om werkwijzen te vragen, zoals conceptversies, bronvermelding en reflectie. Docenten kunnen AI inzetten als coach, maar toetsen blijven menselijk gecontroleerd. Transparantie naar ouders voorkomt onduidelijkheid.
Kennisnet en SURF bieden handreikingen voor veilig en zinvol gebruik van AI in het onderwijs. Denk aan afspraken over dataveiligheid, accounts en licenties. Gebruik bij voorkeur EU-hosted diensten of instellingen met duidelijke privacygaranties. Dat past bij AVG-eisen en de aankomende AI Act.
Praktische stappen voor Laarbeek
Begin klein met pilots die een duidelijk doel hebben, zoals snellere webteksten of betere klantvragen. Kies per use-case het juiste model: gesloten diensten als Copilot of Gemini met strenge contracten, of een open‑sourcemodel als Llama 3 van Meta op eigen infrastructuur. Weeg kosten, privacy en kwaliteit af. Evalueer na elke pilot met gebruikers.
Borg veiligheid met een DPIA, duidelijke rollen en mens‑in‑de‑lus. Log alle AI-interacties en bewaar instructies en versies van modellen. Stop geen gevoelige gegevens in prompts en filter uitkomsten op fouten voordat ze publiek gaan. Train medewerkers in kritisch lezen van AI-uitvoer.
Leg inkoopvoorwaarden vast: EU-datalocatie, geen hergebruik van klantdata voor training, transparantie over datasets, beveiliging en auditrechten. Vraag om evaluatierapporten en robuustheidstests. Zet waar mogelijk contentlabels in bij AI-gegenereerde teksten of beelden richting inwoners. Zo blijft innovatie verantwoord en uitlegbaar.
