Wetenschappelijke tijdschriften en universiteiten zien dit jaar meer ingezonden artikelen binnenkomen. Steeds meer auteurs schrijven met generatieve AI, zoals OpenAI’s ChatGPT en Google’s Gemini. Het resultaat leest vaak vloeiend, maar is minder scherp en minder origineel. Dit speelt internationaal, ook in Europa en Nederland, en raakt aan regels uit de Europese AI-verordening en de AVG.
Inzendingen stijgen, stijl verzwakt
Redacties melden een duidelijke groei van het aantal manuscripten sinds de opkomst van chatbots. AI maakt het schrijven sneller en verlaagt de drempel, vooral voor niet-moedertaalsprekers. Tegelijk klinkt de tekst vaker generiek en vlak. Zinnen worden langer, formeler en minder precies.
De belangrijkste winst van AI is tempo, niet inhoud. Schrijfhulpen genereren standaardzinnen en vaste structuren. Dat helpt bij opzet en toon, maar drukt nuance weg. Kritische definities en afbakening verdwijnen soms uit het stuk.
Voor tijdschriften leidt dit tot extra redactie- en reviewwerk. De kern van de wetenschap is helderheid en controleerbaarheid. Als de stijl verslapt, kost valideren meer tijd. Dat remt de beoordelingscyclus en verhoogt de werkdruk.
ChatGPT kleurt academische taal
Modellen als GPT‑4 en Gemini 1.5 voorspellen het meest waarschijnlijke volgende woord. Dat levert nette, maar middelmatige formuleringen op. De tekst leest soepel, maar mist vaak specifieke termen en context. Daardoor ontstaat een herkenbare “AI-stijl”.
Een groot taalmodel (LLM) is een algoritme dat tekst genereert door patronen te leren uit enorme hoeveelheden voorbeeldzinnen.
Voor veel auteurs is dit juist een voordeel. De toon voelt professioneel en uniform. Maar vakgebieden hebben eigen conventies en precisie-eisen. Die verdwijnen wanneer het model de taal te veel gladstrijkt.
Ook de Engelse dominantie wordt groter. AI-hulpen zijn het sterkst in het Engels. Nederlandse en andere Europese talen krijgen minder passende suggesties. Dat vergroot stilistische ongelijkheid tussen disciplines en talen.
Peer review zucht onder druk
Beoordelaars zien vaker bronverwijzingen die niet bestaan of net niet kloppen. Dit zijn zogenoemde hallucinaties: verzinsels die eruitzien als feiten. Referenties lijken echt, met auteurs en jaartallen, maar blijken onvindbaar. Controleren kost tijd en frustreert de review.
Detectietools zoals Turnitin en iThenticate helpen deels, maar zijn niet sluitend. Ze geven vals-positieven bij goed redactiewerk. En ze missen AI-tekst die stevig is herschreven. Uitgevers waarschuwen daarom voor blind vertrouwen in detectie.
Grote uitgevers, waaronder Elsevier en Springer Nature, verplichten auteurs om AI-gebruik te melden. AI mag niet als co-auteur worden genoemd. Het eindresultaat moet door mensen worden getoetst en verantwoord. COPE-richtlijnen adviseren hetzelfde voor transparantie en integriteit.
AI-verordening dwingt transparantie
De Europese AI-verordening legt de komende jaren nieuwe plichten op aan aanbieders van generatieve AI. Denk aan transparantie over trainingsdata en het labelen van synthetische inhoud. Onderzoekers vallen niet direct onder hoge-risicoregels voor het schrijven van artikelen. Maar instellingen moeten wel zorgvuldig inkopen en gebruiken.
Voor Europese universiteiten en overheden betekent dit documentatie en risicobeoordeling. “Europese AI-verordening gevolgen overheid” raakt bijvoorbeeld aanbestedingen van AI-diensten. Contracten moeten afspraken bevatten over veiligheid, logging en updates. Dit voorkomt ongecontroleerd gebruik van modellen.
De AVG blijft leidend bij data-invoer in AI-tools. Manuscripten kunnen gevoelige of herleidbare gegevens bevatten. Dataminimalisatie en versleuteling zijn vereist, ook bij cloudvarianten. Publieke modellen zonder verwerkersovereenkomst zijn dan risicovol.
Nederlandse universiteiten scherpen regels
In Nederland vragen universiteiten auteurs en studenten om AI-gebruik expliciet te vermelden. Op het moment van schrijven werken faculteiten aan vak-specifieke richtlijnen. NWO adviseert transparantie bij aanvragen en publicaties. Het doel is eerlijkheid zonder nuttige hulpmiddelen te verbieden.
SURF ondersteunt instellingen met veilige AI-voorzieningen. Denk aan toegangsbeperkingen, loggingsbeleid en on-premise of EU-hosted modellen. Zo blijft onderzoeksdata binnen Europese waarborgen. Dit sluit aan bij de AVG en interne databeleid.
Veel opleidingen trainen onderzoekers in “AI-geletterdheid”. Dat gaat over wanneer AI mag en hoe je het verantwoord inzet. Ook leren auteurs prompts te bewaren als verantwoording. Zo is later na te gaan wat de bijdrage van het algoritme was.
Praktische richtlijnen voor auteurs
Gebruik AI voor taken met laag risico, zoals taalcontrole, samenvatten en volgorde van alinea’s. Vermijd inhoudelijke claims, analyse of bronverwijzingen door het model te laten schrijven. Controleer elke feitelijke bewering handmatig. Noteer welke tool en versie je hebt gebruikt.
Kies hulpmiddelen die privacy technisch op orde zijn. ChatGPT Enterprise, Azure OpenAI of EU-gehoste alternatieven slaan prompts niet op voor training. Stel waar mogelijk logging en versleuteling in. Deel geen ruwe data met persoonlijke of bedrijfsgevoelige informatie.
Volg de instructies van het tijdschrift of de conferentie. Meld AI-gebruik in de methode- of dankwoordsectie. Noem geen AI als auteur, en houd verantwoordelijkheid bij de mens. Dat verbetert de kwaliteit en voorkomt vertraging in peer review.
