Nvidia heeft in het meest recente kwartaal zijn omzet ruwweg verdubbeld. Het Amerikaanse chipbedrijf profiteert van aanhoudende vraag naar rekenkracht voor kunstmatige intelligentie in datacenters wereldwijd. Europese klanten, waaronder cloudaanbieders en onderzoeksinstellingen, kopen extra GPUās en netwerkkaarten om modellen sneller te trainen en te gebruiken. Dit raakt ook beleid: de Europese AI-verordening heeft gevolgen voor overheid en bedrijven, die meer capaciteit willen maar aan strengere regels moeten voldoen.
AI-chips stuwen omzet
De groei komt vooral door verkoop van Nvidiaās H100- en H200-accelerators. Dit zijn grafische processors (GPUās) die speciaal zijn gemaakt om AI-berekeningen te versnellen. Grote cloudplatforms en ondernemingen bouwen hiermee nieuwe diensten voor tekst, beeld en spraak. De vraag is breed en gaat van trainingsclusters tot systemen voor dagelijks gebruik, zoals chatbots en code-assistenten.
Op het moment van schrijven meldt Nvidia dat het datacenterbusiness veruit het hardst groeit. De omzet verdubbelt jaar op jaar, terwijl andere segmenten zoals gaming en automotive stabieler groeien. De belangrijkste reden is dat generatieve AI veel gelijktijdige berekeningen vraagt. Dat past bij GPUās, die duizenden kleine berekeningen parallel uitvoeren.
Ook netwerkproducten dragen bij. Bedrijven kopen Infiniband- en Ethernet-oplossingen van Nvidia om duizenden chips aan elkaar te koppelen. Zonder snelle verbindingen ontstaan wachtrijen, en daalt de bezettingsgraad van dure rekenclusters. Daarom stijgt de vraag naar complete āstacksā: chips, netwerk en software in ƩƩn pakket.
AI-accelerator: een gespecialiseerde chip die heel veel kleine berekeningen tegelijk uitvoert, zodat een algoritme sneller kan trainen of antwoorden kan geven.
Datacenters trekken de kar
De grootste groei zit bij datacenters die modellen trainen en laten draaien. Training is het leerproces van een model, inferentie is het gebruiken ervan om antwoorden te geven. Beide taken vergen veel rekenkracht en geheugen. Daardoor kopen klanten niet alleen meer GPUās, maar ook meer opslag en koeling.
Nvidia levert naast hardware ook software, zoals CUDA en cuDNN. Deze programmaās helpen ontwikkelaars om modellen efficiĆ«nter te laten werken. Bedrijven kiezen vaak voor een combinatie van hardware en software die ze al kennen. Dat verkort de doorlooptijd van test naar productie.
Voor Europese partijen is beschikbaarheid dichtbij huis belangrijk. Universiteiten en overheden willen data volgens de AVG opslaan en verwerken. Daardoor groeit de vraag naar GPU-capaciteit bij Europese cloudproviders en nationale rekencentra. Die inzetten helpen ook om latency en datatransportkosten te beperken.
Overstap naar Blackwell
Nvidia bereidt de overstap voor naar de nieuwe Blackwell-architectuur, met chips als de B200 en de GB200 āGrace Blackwellā. Deze generatie belooft meer prestaties per watt, wat de energierekening kan drukken. Voor grote clusters is dat relevant, want energie en koeling zijn een groot deel van de kosten. Leveringen starten gefaseerd en lopen door in 2025.
De Blackwell-lijn moet vooral bij inferentie winst geven. Modellen worden groter, maar klanten willen lagere kosten per antwoord. Snellere geheugenverbindingen en betere interconnects helpen om meer tokens per seconde te halen. Dit is direct merkbaar in toepassingen als zoeken, vertalen en beeldgeneratie.
Ook in Europa maken HPC- en AI-centra keuzes voor de komende jaren. Het Duitse JUPITER-systeem bij Forschungszentrum Jülich draait op het moment van schrijven op Grace Hopper-architectuur en vormt een basis voor AI-onderzoek. ItaliĆ«ās Leonardo-supercomputer gebruikt eveneens Nvidia-GPUās voor rekenwerk. Nieuwe aankopen zullen mede afhangen van levertijden, energie-eisen en subsidievoorwaarden.
Europese AI-verordening gevolgen overheid
De Europese AI-verordening (AI Act) brengt strengere regels voor āhoog risicoā-toepassingen. Denk aan algoritmen in zorg, onderwijs of publieke diensten. Overheden en uitvoeringsorganisaties moeten documenteren, testen en toezicht organiseren. Dat vraagt meer reken- en testcapaciteit, wat de vraag naar GPU-clusters in de EU vergroot.
Daarnaast blijft de AVG gelden voor alle data die modellen trainen of verwerken. Dataminimalisatie, beveiliging en herleidbaarheid zijn verplicht. Europese clouds en onderzoekscentra bieden daarom vaker opties om data in de EU te houden. Voor leveranciers telt dat mee in aanbestedingen en impactanalyses.
De praktische kant is net zo belangrijk. Instellingen willen snel kunnen opschalen, maar ook grip houden op kosten en energiegebruik. Rapportageplichten uit de Europese energie-efficiƫntierichtlijn voor datacenters maken verbruik zichtbaar. Daardoor groeit de vraag naar hardware met betere prestaties per watt en naar warmteterugwinning.
Europese vraag en beperkingen
In Nederland en omringende landen remt netcongestie soms de groei van nieuwe rekenclusters. Gemeenten en provincies hanteren strengere regels voor grote datacenters. Operators kiezen daarom vaker voor gefaseerde uitrol en zuinigere koeling, zoals vloeistofkoeling. Dat sluit aan bij duurzaamheidsdoelen en kan vergunningsprocessen versnellen.
Europese cloudspelers zoals OVHcloud, Scaleway en Deutsche Telekom breiden GPU-diensten uit. Zij richten zich op sectoren met gevoelige data, zoals overheid en zorg. Contracten benadrukken vaak soevereine opslag en Europese support. Daarmee proberen ze zich te onderscheiden van Amerikaanse hyperscalers.
Onderzoeksnetwerken, zoals EuroHPC, kopen gezamenlijk rekenkracht in. Zo kunnen universiteiten en startups toegang krijgen tot moderne GPUās zonder zelf alles te bouwen. Programmaās bieden ook training en begeleiding. Dit moet de kloof verkleinen tussen koplopers en kleinere instellingen.
Concurrentie en leveringsrisicoās
Nvidia blijft marktleider, maar de concurrentie groeit. AMD levert MI300-chips die bij sommige clouds in gebruik zijn. Intel zet in op Gaudi-accelerators als prijs- en energie-alternatief. Ook bouwen hyperscalers eigen silicium, zoals AWS met Trainium en Inferentia.
Leveringsrisicoās blijven een thema. Nvidia is afhankelijk van toeleveranciers zoals TSMC voor productie en geavanceerde verpakking. Beperkingen in deze keten, bijvoorbeeld bij het CoWoS-proces, kunnen levertijden verlengen. Dat raakt planning en kosten van Europese projecten.
Geopolitiek speelt mee via exportregels en de wereldwijde chipketen. De EU Chips Act moet de weerbaarheid vergroten, terwijl bedrijven in Nederland en Belgiƫ, zoals ASML, een sleutelrol spelen in productieapparatuur. Voor afnemers telt vooral tijdige levering en voorspelbare prijzen. Daarom spreiden zij inkoop over meerdere leveranciers en generaties chips.
