Steeds vaker nemen software‑programma’s het gebruik van cryptoplatforms over. Automatische handelaren, bots en AI‑agenten voeren zelfstandig transacties uit, dag en nacht en wereldwijd. Deze verschuiving versnelt in 2026 door goedkopere netwerken en slimmere wallets. Dat maakt crypto aantrekkelijk voor taken die snelheid en kleine betalingen vragen.
Software regelt crypto-transacties
Een groeiend deel van de activiteit op blockchains komt van software in plaats van mensen. Denk aan bots die orders plaatsen, leningen beheren en liquidaties uitvoeren. Dit gebeurt al op grote platforms zoals Uniswap en Aave. De software werkt continu, zonder pauze of emoties.
Een software‑agent is een programma dat zelfstandig doelen nastreeft en acties uitvoert. In crypto kan zo’n agent een order indienen, een prijs vergelijken of een betaling plannen. De agent gebruikt daarvoor een eigen wallet met digitale sleutels. Zo kan hij zonder tussenkomst van een mens handelen.
Waarom crypto? De infrastructuur is open, programmeerbaar en wereldwijd beschikbaar. Betaalinstructies zijn openbaar en controleerbaar. Ook zijn er veel bouwstenen die elkaar direct kunnen aanroepen. Dat maakt snelle, geautomatiseerde ketens van acties mogelijk.
Definitie: een software‑agent is zelfstandige software die waarneemt, beslist en handelt om een doel te bereiken, vaak met beperkte menselijke sturing.
Wallets worden programmeerbaar
Op Ethereum maakt de standaard ERC‑4337 “account abstraction” mogelijk. Dat betekent dat een wallet niet alleen sleutels bewaart, maar ook eigen logica kan hebben. Diensten als Safe en Argent bieden zulke slimme accounts al. Zij ondersteunen functies als limieten, tijdsloten en sociale herstelopties.
Voor agents zijn tijdelijke “session keys” en uitgavenplafonds belangrijk. Daarmee kan een bot taken uitvoeren zonder de hoofdsleutel te gebruiken. Paymasters kunnen bovendien transactiekosten voorfinancieren. Dat maakt het systeem stabieler en veiliger voor doorlopende taken.
Lagere kosten helpen ook. Snelle netwerken zoals Solana en Ethereum‑laag‑2’s (bijvoorbeeld Arbitrum en Base) bieden goedkope transacties. Dat is nodig voor microbetalingen en veel kleine acties per dag. Zo blijft een agent betaalbaar in gebruik.
Ontwikkelaars koppelen agenten aan wallets via bekende bouwstenen. Denk aan WalletConnect, de Safe Core SDK en de Coinbase Smart Wallet. Grote AI‑platforms als OpenAI leveren geen eigen crypto‑wallet, maar zijn wel te verbinden via zulke tools. Zo kunnen chat‑ of taakagenten veilig on‑chain betalen.
Toezicht onder AI-verordening en AVG
De Europese AI‑verordening (AI Act) stelt regels naar risiconiveau. Veel handelsbots vallen waarschijnlijk in de categorie “beperkt risico”. Maar zodra systemen mensen beïnvloeden of krediet‑ of risicobeslissingen nemen, kan “hoog risico” gelden. Dan zijn extra eisen van kracht, zoals documentatie, toezicht en risicobeheer.
De AVG (privacywet) speelt mee als een agent persoonsgegevens verwerkt. Dat kan gebeuren bij koppelingen met exchanges of betaalkanalen met klantgegevens. Dan gelden dataminimalisatie, encryptie en duidelijke doelen. Ook moeten organisaties uitleggen hoe automatische beslissingen tot stand komen.
Voor cryptodienstverleners geldt in de EU ook anti‑witwaswetgeving en de “Travel Rule”. Die verplicht aanbieders om verzender‑ en ontvangergegevens mee te sturen bij overboekingen. Bij machine‑wallets moeten aanbieders kunnen aantonen wie de uiteindelijke eigenaar of beheerder is. Operators blijven dus verantwoordelijk, ook als een agent handelt.
In Nederland houden De Nederlandsche Bank en de AFM toezicht op cryptodiensten, op het moment van schrijven. Bedrijven die agent‑wallets aanbieden, moeten klantonderzoek, sanctiescreening en transactiemonitoring inrichten. Logbestanden en toegangsbeheer zijn daarbij cruciaal. Zo blijft herleidbaar wie wat heeft gedaan.
Nieuwe markten voor microbetalingen
Agenten kunnen per handeling kleine bedragen betalen voor data, API‑toegang of rekenkracht. Lage kosten maken “pay‑per‑use” haalbaar. Dit past bij automatische taken zoals prijsfeeds raadplegen of een model aanroepen. Voor media en software kan dat nieuwe verdienmodellen opleveren.
Er ontstaan ook marktplaatsen voor rekenkracht die AI‑agenten kunnen gebruiken. Netwerken als Akash en Render bieden toegang tot GPU’s buiten de grote clouds om. Dat verlaagt de instap voor intensieve taken zoals AI‑inference. Betaling kan direct on‑chain geregeld worden.
Voor data geldt iets soortgelijks met protocollen als Ocean Protocol. Een agent kan datasets vinden, toegang kopen en het gebruik cryptografisch laten controleren. Dat beperkt lekken en ongeoorloofd delen. De combinatie met slimme contracten maakt afrekenen automatisch.
In Europa liggen hier kansen voor overheid en onderwijs. Denk aan machine‑to‑machine‑betalingen in energie en mobiliteit. Een laadpaal of warmtepomp kan zelfstandig tarieven vergelijken en betalen. Publieke instellingen moeten dan wel de AI‑verordening en de AVG borgen.
Technische en juridische knelpunten
Beveiliging blijft de grootste zorg. Sleutelbeheer, afhankelijkheden in software en misleiding van AI‑modellen (zoals prompt‑injectie) kunnen geld kosten. Bescherming vraagt om multi‑sig, hardware‑modules en strikte limieten. Ook is continue monitoring nodig met duidelijke alarmen.
Marktdynamiek is een tweede risico. Bots concurreren om snelheid en kunnen transactiekosten opdrijven. MEV‑praktijken (waarde onttrekken uit volgorde van transacties) benadelen trage gebruikers. Maatregelen als betere orderflow‑bescherming en veilingen kunnen dit beperken.
Juridisch is een agent geen rechtspersoon. Aansprakelijkheid ligt bij de eigenaar, operator of opdrachtgever. Contracten en policies moeten dat expliciet maken. Audit‑trails en onveranderlijke logs helpen discussies achteraf te beslechten.
Tot slot tellen kosten en milieu mee. Ethereum’s overstap naar proof‑of‑stake verlaagt energiegebruik sterk, maar schaalproblemen blijven. Goedkope laag‑2’s en efficiënte netwerken zijn nodig voor brede inzet. Europese duurzaamheidsregels kunnen aanbieders dwingen hun voetafdruk inzichtelijk te maken.

