Investeerders en oliestaten houden de Amerikaanse dollar stevig, terwijl het wereldwijde gebruik van de munt juist afkalft. Dat komt door hogere olieprijzen en recorduitgaven aan kunstmatige intelligentie bij bedrijven als Microsoft, Nvidia en Alphabet. In Europa voelen markten en overheden dit nu, met de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en inkoop daarbij als extra factor. De beweging speelt de afgelopen weken op beurzen in de VS en EU, omdat kapitaal richting AI en energie stroomt en handelspartners alternatieven voor de dollar zoeken.
AI-kapitaal stuwt dollar
Amerikaanse techreuzen verhogen hun investeringen in AI-infrastructuur. Microsoft, Amazon en Alphabet steken miljarden in datacenters en chips, vaak geleverd door Nvidiaās Blackwell B200-platform. Dat trekt wereldwijd beleggersgeld naar Amerikaanse aandelen en bedrijfsobligaties. De vraag naar dollars neemt dan toe.
Ook makers van modellen en software, zoals OpenAI met ChatGPT en GPT-4o, en Anthropic met Claude, halen kapitaal op in dollars. Hun contracten voor cloud en rekenkracht lopen via Azure, AWS en Google Cloud. Die stromen versterken de positie van de dollar op kapitaalmarkten. Het renteverschil met de eurozone maakt dollaractiva extra aantrekkelijk.
Europese beleggers doen mee. Grote fondsen en vermogensbeheerders verschuiven wegingen naar Amerikaanse AI- en halfgeleideraandelen. Dat betekent vaak euroās omwisselen in dollars. Het zet de EUR/USD-koers zichtbaar in beweging.
Olieprijs houdt vraag op peil
Olie wordt in de wereldhandel meestal in dollars afgerekend. Als de olieprijs stijgt, hebben importeurs meer dollars nodig, ook in de Europese Unie. Dat vergroot de structurele dollarbehoefte. OPEC+-beleid en geopolitiek houden die dynamiek gaande.
Exporteurs recyclen olie-inkomsten vaak naar Amerikaanse staatsleningen en andere dollaractiva. Dat zorgt voor extra vraag naar de munt en diepe, liquide markten. Europa merkt dit via energierekeningen in dollars. LNG-contracten zijn vaak in dollars, terwijl gas op de TTF-markt in euroās noteert.
Voor Nederland en andere EU-landen betekent dit wisselkoersrisico in energie en grondstoffen. Bedrijven moeten vaker afdekken, wat kosten verhoogt. De dollar blijft zo een schakel tussen energie en financiƫn. Dat versterkt de munt, zelfs als andere trends tegenwerken.
Dollargebruik krimpt langzaam
Tegelijk verschuift de wereldhandel stap voor stap naar meer valutaās. Sancties, geopolitieke blokvorming en nieuwe betaalsystemen duwen landen richting euro, yuan of dirham. Rusland handelt meer buiten het dollarsysteem om. Ook olie- en grondstoffenstromen worden vaker bilateraal gefactureerd.
Het aandeel van de dollar in officiƫle deviezenreserves ligt op het moment van schrijven rond 58%, tegen ruim 70% eind jaren negentig.
Projecten voor digitale centrale bankmunten (CBDCās) testen grensoverschrijdende betalingen zonder omweg via de dollar. Een CBDC is een digitale vorm van centrale bankgeld. Dat kan transacties tussen bijvoorbeeld AziĆ« en het Midden-Oosten goedkoper maken. De prikkel om dollars te gebruiken wordt zo kleiner.
Voor Europa is dit dubbel. Minder dollarafhankelijkheid kan energierisicoās verlagen. Maar versnipperde standaarden verhogen kosten en compliancerisico. Banken en exporteurs hebben dan meer systemen en contractvormen nodig.
AI-verordening raakt overheid
De Europese AI-verordening (AI Act) zet regels voor AI met risicoklassen en plichten als transparantie en toezicht. Overheden en publieke diensten vallen daar direct onder. Zij moeten bij inkoop van algoritmen en cloud extra checks doen. Dat beĆÆnvloedt timing en keuze van leveranciers.
Strengere regels helpen vertrouwen, maar brengen ook kosten en complexiteit. Europese start-ups en mkb kunnen daardoor trager opschalen dan Amerikaanse spelers met meer kapitaal. Dat kan kapitaalstromen verder richting de VS duwen. Het vergroot indirect de vraag naar dollars.
Nederland heeft tegelijk een sterke positie in de hardwareketen. ASML profiteert van vraag naar lithografiemachines voor AI-chips, en NXP van automotive en edge-toepassingen. Een groot deel van de omzet wordt in dollars geboekt. Schommelingen in EUR/USD werken daardoor door in resultaten en investeringen.
Balans verschuift stap voor stap
Op korte termijn houdt de combinatie van AI-investeringen bij Microsoft, Amazon en Alphabet en stevige olieprijzen de dollar overeind. Zolang de groei- en renteverschillen met de eurozone blijven, blijft de vraag naar dollaractiva groot. Dat geeft de munt steun, ook in Europa. Import en techcomponenten worden dan relatief duurder in euroās.
Op middellange termijn neemt de dominantie van de dollar waarschijnlijk geleidelijk af. Meer handel wordt in andere valuta afgerekend. Nieuwe betaalrails en CBDC-pilots verlagen fricties buiten het dollarsysteem. Het gevolg is een trager maar zichtbaar verlies aan marktaandeel.
Voor EU-overheden en instellingen betekent dit: let op valutarisicoās in AI-inkoop en data-infrastructuur onder de AI-verordening. Contracten met Amerikaanse clouds brengen zowel compliance- als wisselkoersvragen mee. Lokale opties verminderen die afhankelijkheid, maar vragen tijd en schaal. Europa balanceert zo tussen strategische autonomie en toegang tot snelle AI-innovatie.
Voor Nederlandse bedrijven en beleggers ontstaat een gemengd beeld. Kansen liggen in de halfgeleider- en datacenterketen, maar importkosten en valutavolatiliteit blijven. De kern blijft: olie en AI geven de dollar nu rugwind. Tegelijk schuift het mondiale gebruik van de munt gestaag omlaag.
