Nederlandse wetenschappelijke redacties en begeleiders zien vaker spookreferenties in artikelen en scripties. De toename hangt samen met het gebruik van generatieve AI zoals ChatGPT van OpenAI, Google Gemini en Microsoft Copilot. Het speelt nu in universiteiten en hogescholen in heel Nederland. Dit raakt beleid, van de Europese AI-verordening (AI Act) tot universitaire regels voor wetenschappelijke integriteit.
AI-chatbots verzinnen bronnen
Generatieve AI-systemen voorspellen woorden op basis van patronen in data. Ze controleren niet altijd of een bron echt bestaat. Daardoor verzinnen ze soms titels, auteurs of DOI-codes die geloofwaardig lijken maar onvindbaar zijn.
Chatbots als ChatGPT, Gemini en Copilot werken soms met webzoekfuncties en tonen dan links. Toch kunnen die koppelingen onvolledig of misleidend zijn, vooral bij vakliteratuur achter betaalmuren. Het risico is groter bij complexe onderwerpen en zeldzame publicaties.
AI-tools die claimen te āciterenā, doen dat niet zoals een wetenschapper dat doet. Het model kiest tekst die past, niet per se feiten die kloppen. Zonder controle door de gebruiker kan een fout zich snel verspreiden in een manuscript.
āEen spookreferentie is een bronvermelding die er echt uitziet, maar niet bestaat.ā
Redacties melden stijgende druk
Beoordelaars in Nederland besteden meer tijd aan het controleren van literatuurlijsten. Ze stuiten op verwijzingen met niet-bestaande jaargangen, onjuiste paginanummers of valse DOIās. Dat vertraagt peerreview en verhoogt de werkdruk bij tijdschriften en opleidingen.
Ook begeleiders van scripties en theses merken vaker mismatch tussen tekst en bron. Een citaat in de lopende tekst komt dan niet terug in de literatuurlijst, of andersom. Soms bestaan de genoemde auteurs wel, maar niet het specifieke artikel.
Tijdschriften en redacties vragen daarom om duidelijkheid over AI-gebruik in het schrijfproces. Transparantie maakt het makkelijker om risicoās te beoordelen en correcties te vragen. Het vergroot ook het bewustzijn bij inzenders over hun eigen controleplicht.
Universiteiten scherpen regels aan
De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit verplicht tot controleerbare en juiste bronvermelding. Universiteiten en hogescholen verduidelijken dat dit ook geldt bij gebruik van AI-systemen. Wie AI gebruikt, blijft zelf verantwoordelijk voor elke verwijzing.
Onderzoeksfinanciers zoals NWO vragen al om datamanagement en transparantie over methoden. Daar past expliciete rapportage over AI-hulpmiddelen logisch bij. Tijdschriften van uitgevers als Elsevier en Springer Nature eisen op het moment van schrijven ook een verklaring over AI-gebruik.
Opleidingen nemen praktische richtlijnen op in vakinformatie en handleidingen. Studenten leren hoe ze bronnen verifiĆ«ren met DOIās en bibliografische databases. Sommige instellingen laten steekproeven uitvoeren op referentielijsten voor extra zekerheid.
EU-regels vragen transparantie
De Europese AI-verordening (AI Act) bevat plichten voor aanbieders van generatieve modellen. Ze moeten onder meer risicoās beperken en helder communiceren over beperkingen. Dat kan druk zetten op leveranciers om hallucinaties en valse citaties te verminderen.
Voor onderwijs en onderzoek betekent dit meer aandacht voor documentatie en uitleg bij AI-gebruik. Instellingen kunnen eisen dat auteurs aangeven welke tool en versie is gebruikt. Zo wordt het makkelijker om foutbronnen te herkennen en te corrigeren.
De AVG blijft intussen leidend bij het delen van manuscripten met online tools. Dat vraagt dataminimalisatie en zorgvuldige toestemming, zeker bij studentwerk. Uploaden naar externe diensten zonder afspraken kan privacyrisicoās geven.
Praktische checks voor auteurs
Controleer elke referentie in Crossref, Google Scholar, PubMed of de catalogus van de eigen universiteit. Een echte DOI leidt naar een landingspagina met uitgeversinformatie. Klopt die niet, dan is de kans groot dat de bron niet bestaat.
Gebruik referentiesoftware zoals Zotero of EndNote met officiƫle zoekkoppelingen. Daarmee voeg je publicaties toe met persistente identifiers. Dit verkleint de kans op typfouten en verzonnen titels.
Vraag AI-tools altijd om directe links en verifieer die handmatig. Let op jaargang, nummer, paginabereik en uitgever. Noteer in het methodedeel kort hoe je bronnen hebt gecontroleerd.
Leveranciers beperken hallucinaties
OpenAI, Google en Microsoft voegen steeds vaker zoek- en citatiefuncties toe aan hun systemen. ChatGPT kan bronnen tonen, Gemini linkt naar zoekresultaten, en Copilot verwijst naar Bing. Toch blijven hallucinaties mogelijk, vooral buiten veelbesproken onderwerpen.
Leveranciers testen retrieval-augmented generation, waarbij het model antwoorden baseert op opgehaalde documenten. Dit werkt beter als de bron echt wordt meegestuurd en zichtbaar is. Zonder die onderliggende tekst neemt de kans op verzinsels toe.
Op het moment van schrijven beloven bedrijven meer transparantie over trainingsdata en prestaties. De AI Act kan dat versnellen, maar lost het verificatieprobleem niet alleen op. Degelijke broncontrole door auteurs en redacties blijft noodzakelijk.
