Een nieuw rapport brengt de verborgen kosten van kunstmatige intelligentie in kaart. Het waarschuwt voor stijgend energieverbruik, CO2āuitstoot en watergebruik door grote datamodellen. De risicoās raken Europa en Nederland direct, door netcongestie en strengere duurzaamheidsregels. De auteurs pleiten voor zuinigere modellen en transparantie over de milieuāimpact.
AI kost meer stroom
Generatieve systemen zoals OpenAIās GPTā4, Google Gemini en Metaās Llama 3 vragen enorme rekenkracht. Dat gebeurt in datacenters met grafische processors (GPUās), die veel elektriciteit en koeling nodig hebben. Het rapport stelt dat de groei van deze modellen het energieverbruik van digitale diensten versnelt. Daarmee stijgt ook de druk op elektriciteitsnetten en waterbronnen.
Training is het aanleren van een model met grote hoeveelheden data. Dat kost in korte tijd veel stroom, vaak weken achter elkaar. Inference is het gebruiken van een getraind model om een antwoord te geven. Dat zorgt voor een constante energievraag zodra miljoenen mensen de dienst gebruiken.
De klimaatimpact hangt sterk af van de stroommix van een regio. In landen met veel zon en wind is de CO2āuitstoot per kilowattuur lager. In Nederland speelt bovendien netcongestie: het netwerk zit op veel plekken vol. Netbeheerder TenneT vraagt daarom om slim plannen en flexibiliteit van grote verbruikers, waaronder datacenters.
Naast stroom is er water nodig voor koeling, direct in het datacenter of indirect bij stroomopwekking. In periodes van droogte kan dit leiden tot spanningen met andere gebruikers, zoals landbouw en drinkwater. De auteurs benadrukken dat transparantie over watergebruik ontbreekt bij veel aanbieders. Zonder cijfers is gericht beleid moeilijk.
Inference is het moment waarop een getraind model een antwoord produceert; bij grootschalig gebruik veroorzaakt juist dit deel de meeste energieā en watervraag.
Inference weegt het zwaarst
Eenmalige trainingen vallen in het niet bij dagelijks gebruik door miljoenen mensen. Integratie van AI in zoeken en kantoorsoftware vergroot dit effect. Denk aan Microsoft Copilot in Windows en 365, Gemini in Google Search en Workspace, en AIāfuncties in Adobe. Elke extra prompt kost stroom; op schaal telt dat hard op.
Bedrijven beperken dit met technische trucs. Resultaten kunnen worden gecachet, zodat identieke vragen geen nieuwe berekening vragen. Ook sturen aanbieders vragen eerst naar kleine modellen (bijvoorbeeld Llama 3 8B) en alleen moeilijke vragen naar grote modellen. Dat heet modelrouting en kan het verbruik sterk verlagen.
Onādevice AI op telefoons en laptops verplaatst rekenwerk soms naar de rand. NPUās in chips van Apple, Intel en Qualcomm kunnen lichte modellen lokaal draaien. Dat vermindert datacenterverbruik en datatransport, wat ook gunstig is voor de AVG. Veel geavanceerde functies blijven echter in de cloud draaien.
Europese regels sturen bij
De Europese AIāverordening (AI Act) is in 2024 aangenomen en treedt gefaseerd in werking. De wet eist documentatie, risicobeheer en transparantie, vooral voor generieke modellen en hoogārisicosystemen. Energiegebruik is niet expliciet genormeerd, maar documentatie maakt rapporteren daarover eenvoudiger. Overheden kunnen dit vertalen naar eisen bij inkoop en toezicht.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht grote bedrijven om milieuāimpact te rapporteren. Dat omvat energieverbruik, emissies en water, inclusief uitbesteedde IT en cloud. Organisaties die veel AI gebruiken via Azure OpenAI Service, Google Cloud of AWS moeten die voetafdruk meenemen. Dit geldt voor boekjaren die op het moment van schrijven gefaseerd vanaf 2024/2025 starten.
De herziening van de Europese EnergieāefficiĆ«ntierichtlijn (EED) voegt een rapportageplicht toe voor datacenters. Exploitanten met een vermogen boven 500 kW moeten vanaf 2024 hun energie- en watercijfers aan een EUādatacenterdatabase doorgeven. Indicatoren als PUE (efficiĆ«ntie) en WUE (watergebruik) worden daarmee zichtbaar. Dat helpt toezichthouders en klanten om beter te sturen.
Voor Nederlandse overheden en zorginstellingen is dit direct relevant. De combinatie van de AIāverordening, CSRD en EED scherpt inkoop en verantwoording aan. Wie AIādiensten afneemt, moet niet alleen naar prestaties kijken, maar ook naar energie, water en hergebruik van warmte. Zoekterm: Europese AIāverordening gevolgen overheid.
Nederland zoekt balans
Nederland kampt met netcongestie en beperkte ruimte voor nieuwe aansluitingen. Dat legt beperkingen op aan hyperscale datacenters van bijvoorbeeld Microsoft en Google. Het Rijk en provincies hanteren strengere vestigingsregels en ruimtelijke randvoorwaarden. Vergunningen eisen steeds vaker zuinige koeling en inzet van restwarmte.
Warmteāuitkoppeling is een kans. Restwarmte van datacenters kan woningen en bedrijven verwarmen via een warmtenet. Gemeenten in Noordā en ZuidāHolland stimuleren zulke projecten met voorwaarden in vergunningen. Zo krijgt elektrisch verbruik een lokaal nut en daalt de totale CO2āuitstoot.
Watergebruik staat ook onder een vergrootglas. Overheden vragen om gesloten koelsystemen en alternatieve bronnen, zoals brakke of industriĆ«le waterstromen. Exploitanten moeten aantonen dat de levering in droge perioden is geborgd. Dat beperkt risicoās voor drinkwater en natuur.
Tot slot helpt flexibel plannen. Grote AIātrainingen kunnen worden ingepland op momenten met veel wind of zon. Dat vergt afspraken met netbeheerders en slimme sturing in de cloud. Het verlaagt de piekbelasting en maakt AI groener zonder functieverlies.
Slimme keuzes beperken schade
Modelkeuze is de eerste knop. Mixtureāofāexperts, sparsity en distillatie maken modellen lichter zonder veel kwaliteitsverlies. Bedrijven kunnen kleine modellen inzetten voor standaardtaken en grote alleen voor complexe vragen. Minder trainingsrondes en hergebruik van deelresultaten scheelt ook veel energie.
Daarnaast loont ācarbonāawareā draaien. Cloudregioās verschillen sterk in CO2āintensiteit; workloads kunnen naar schonere regioās worden verplaatst. Leveranciers als Google Cloud, Microsoft Azure en AWS bieden al tools om dit te sturen. Power purchase agreements (PPAās) vullen aan waar het net nog niet groen genoeg is.
Hardware en koeling maken het verschil op locatie. Moderne GPUās (zoals NVIDIA H100 of AMD Instinct MI300) leveren meer prestaties per watt. Vloeistofkoeling en warmteterugwinning verbeteren de PUE en verlagen het watergebruik. Dat past in de EEDārapportage en maakt vergunningverlening soepeler.
Tot slot vraagt het rapport om heldere rapportages. Publiceer modelkaarten met energie- en watercijfers per training en per 1.000 inferences. Veranker dit in aanbestedingen en SLAās, zodat cijfers vergelijkbaar worden. Dat maakt duurzame AI meetbaar en afdwingbaar, in Europa en in Nederland.
