Start-ups als Figure AI en Agility Robotics, en grote spelers zoals Tesla en Boston Dynamics, bouwen haastig aan humanoïde robots met armen en benen. Zij presenteren dit als ‘fysieke AI’: software die besluit en direct beweegt in de echte wereld. De eerste proeven lopen dit jaar in fabrieken en magazijnen in de VS en Europa. De Europese AI-verordening bepaalt straks de spelregels, met gevolgen voor overheid en bedrijven.
Humanoïden keren terug in fabrieken
Humanoïde robots gaan vooral eenvoudige, maar wisselende taken doen. Denk aan dozen tillen, karren duwen en knoppen bedienen. Zulke klussen wisselen vaak per dag, waardoor vaste machines onhandig zijn. Een mensvormige robot kan daar wel mee omgaan.
Agility Robotics test zijn tweebenige Digit in Amerikaanse distributiecentra. Mercedes‑Benz bekijkt de inzet van Apptronik Apollo in de autoassemblage. Tesla toont Optimus‑prototypes in eigen fabrieken, maar die draaien nog geen volwaardige dienst. BMW werkt met Figure AI aan proeven in de productie, gericht op herhaalwerk dat lastig te automatiseren is.
Voor Europa ligt de kans in flexibele automatisering van bestaande lijnen. Fabrieken in Duitsland en Nederland veranderen producten snel en vaak. Een humanoïde robot kan meegaan met die verandering, zonder de hal om te bouwen. Dat verlaagt stilstand en kosten.
Investeringen groeien razendsnel
Grote techbedrijven schuiven geld en chips naar ‘fysieke AI’. OpenAI werkt met Figure AI aan besturing via taal en beelden. Nvidia lanceerde Project GR00T, een model en softwarepakket speciaal voor humanoïden. Daarmee wil het bedrijf één standaard bouwen voor simulatie, training en aansturing.
De bedragen zijn fors op het moment van schrijven. Figure AI haalde meer dan 600 miljoen dollar op bij investeerders, waaronder Microsoft en Nvidia. Agility Robotics en Sanctuary AI trokken ook grote rondes aan voor schaalvergroting. Het doel is duidelijk: snel van demo naar serieproductie.
Europa tekent mee. PAL Robotics uit Spanje levert al jaren mensachtige platforms aan labs. Het Duitse Neura Robotics timmert aan de weg met slimme cobots en kondigt humanoïde plannen aan. Europese maakindustrie en chipfabrikanten vormen een natuurlijke afzetmarkt.
Modellen sturen echte beweging
De nieuwste besturing koppelt zien, begrijpen en doen in één model. Dat heet vaak een vision‑language‑action model: software die beeldinformatie, taalopdrachten en motoraansturing samenbrengt. Google DeepMind liet dit eerder zien met RT‑2 en RT‑X op robotarmen. OpenAI traint vergelijkbare modellen met data uit echte en gesimuleerde taken.
Training gebeurt met nabootsing, simulatie en menselijk toezicht. Operators doen een taak voor; het model leert de stappen. Simulatiesoftware zoals Nvidia Isaac Sim levert miljoenen veilige oefensituaties. Daarna volgt fijnslijpen in de echte wereld, met strenge veiligheidslimieten.
Sensors zijn de ogen en oren van het systeem. Camera’s, dieptebeelden en krachtmeters in gewrichten geven continu feedback. Actuatoren, de ‘spieren’ van de robot, vertalen commando’s naar beweging. Hoe beter die keten, hoe soepeler en veiliger de robot werkt.
“Fysieke AI is software die besluitvorming koppelt aan beweging in de echte wereld.”
Wat nog niet goed werkt
Behendigheid van handen is een grote hobbel. Veel humanoïden kunnen grijpen, maar niet snel of fijn genoeg voor klein werk. Schakelaars, ritsen of kabels blijven lastig. Dat remt inzet buiten het magazijn.
Autonomie is nog beperkt. Robots kunnen takenlijstjes afwerken, maar missen vaak probleemoplossing in onverwachte situaties. Ze stoppen snel bij twijfel, wat goed is voor veiligheid maar slecht voor tempo. Tot die tijd zijn toezichthouders nodig op de vloer.
Ook de techniek rond energie en kosten is niet af. Batterijen gaan uren mee, geen diensten. Robots zijn duur in aanschaf en onderhoud. Schaalproductie moet de prijs omlaag brengen, maar dat kost tijd.
AI‑verordening stuurt inzet
De Europese AI‑verordening deelt AI‑systemen in risicoklassen in. Besturing van robots in fabrieken valt waarschijnlijk onder hoog risico als zij veiligheidsfuncties raken. Dan gelden extra eisen, zoals transparantie, risicobeheer en menselijk toezicht. Bedrijven moeten dit aantoonbaar inregelen voordat ze opschalen.
Daarnaast geldt de nieuwe Europese Machinerichtlijn‑opvolger, de Machinery Regulation, vanaf 2027. Fabrikanten moeten een uitgebreide risicobeoordeling doen en CE‑markering voeren. Normen zoals ISO 10218 (industriële robots) en ISO/TS 15066 (cobots) blijven richtinggevend. Dit bepaalt onder meer snelheid, krachtlimieten en noodstops.
Camera’s en microfoons brengen privacy onder de AVG in beeld. Werkgevers moeten dataminimalisatie toepassen en heldere informatie geven aan personeel en bezoekers. Versleuteling, beperkte opslag en duidelijke doelbinding zijn verplicht. In Nederland praat de ondernemingsraad mee over zulke wijzigingen op de werkvloer.
Nederlandse pilots en kansen
Nederland heeft een sterke testomgeving voor ‘fysieke AI’. Fieldlabs zoals RoboHouse (TU Delft) koppelen bedrijven aan onderzoekers. Logistieke knooppunten in Rotterdam en rond Schiphol vragen om flexibele automatisering. Dat maakt het land aantrekkelijk voor vroege proeven met humanoïden.
Toepassingen liggen eerst in magazijnen en lichte assemblage. Denk aan orderpicken, karren verplaatsen en machinebediening bij ombouwen. Daarna kunnen inspectie en eenvoudige service erbij komen. Zorg en openbaar vervoer vragen om strengere veiligheid en training, dus dat volgt later.
Financiering loopt via Horizon Europe, EIT Manufacturing en nationale regelingen van RVO. EuROBIN, een Europees netwerk voor AI en robotica, ondersteunt kennisdeling. Nederlandse toeleveranciers in actuatoren en overbrengingen, zoals high‑tech maakbedrijven rond Delft en Eindhoven, kunnen meeliften. Zo ontstaat een Europese keten voor ‘fysieke AI’ die niet alleen uit de VS hoeft te komen.
