Unicoz Onderwijsgroep heeft nieuwe AI-richtlijnen vastgesteld voor zijn scholen in en rond Zoetermeer. Het beleid beschrijft hoe leraren en leerlingen generatieve AI, zoals ChatGPT, Microsoft Copilot en Google Gemini, veilig mogen gebruiken. De afspraken gelden op het moment van schrijven voor alle Unicoz-scholen en laten ruimte voor eigen invulling per locatie. Doel is didactische kansen benutten, met harde grenzen voor privacy, toetsing en wetgeving.
Kaders met schoolruimte
Unicoz kiest voor centrale principes met lokale keuzevrijheid. Het bestuur zet de hoofdlijnen neer: doelgericht gebruik, menselijk toezicht en transparantie richting ouders en leerlingen. Scholen mogen dit aanvullen met regels die passen bij hun onderwijspraktijk, zoals afspraken per vak of leerjaar.
De richtlijnen onderscheiden rollen voor docent, leerling en schoolleiding. Leraren mogen AI gebruiken voor voorbereiding en formatieve feedback, maar niet voor het automatisch becijferen van toetsen. Leerlingen mogen AI inzetten voor ideeën en taalhulp, mits zij hun eigen bronnen controleren en het gebruik vermelden.
Generatieve AI wordt uitgelegd als software die nieuwe tekst, beeld of code maakt op basis van voorbeelden. Fouten en vooroordelen blijven mogelijk, dus controle blijft verplicht. Eindbeoordelingen en examinering blijven een taak van de docent, niet van het algoritme.
Generatieve AI: systemen die op basis van grote hoeveelheden voorbeelden nieuwe inhoud maken, zoals teksten of afbeeldingen.
Strak op privacy en AVG
Het beleid verbiedt het invoeren van namen, cijferlijsten en andere persoonsgegevens in publieke chatbots. Dat past bij de AVG-eisen voor dataminimalisatie en doelbinding. Waar mogelijk werkt de school met enterprise-varianten met een verwerkersovereenkomst en uitgeschakelde trainingsoptie.
Voor nieuwe AI-toepassingen vraagt Unicoz om een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA). De functionaris gegevensbescherming beoordeelt risico’s en passende maatregelen. Versleuteling, beperkte bewaartermijnen en toegangsbeheer zijn vereisten bij verwerking van leerlinggegevens.
Leerlingen onder de 16 jaar krijgen extra bescherming, in lijn met de AVG. Scholen informeren ouders helder over doelen, gegevens en bewaartermijnen. Bij twijfel geldt: geen persoonsgegevens uploaden en kies voor lokaal of Europees gehoste oplossingen.
Docenten mogen experimenteren
Leraren krijgen ruimte om AI didactisch te verkennen, met kleine, afgebakende pilots. Elke proef heeft een helder leerdoel, een risico-check en terugkoppeling in het team. Goede voorbeelden worden gedeeld, zodat lessen schaalbaar en herbruikbaar worden.
Toegestane toepassingen zijn onder meer het maken van lesopzetten, voorbeeldantwoorden en rubrics voor feedback. Het beleid waarschuwt voor hallucinaties (verzonnen feiten) en scheve uitkomsten door vooroordelen in trainingsdata. Bronvermelding en controle door de docent zijn verplicht.
Unicoz ondersteunt met trainingen en korte handleidingen voor veilig prompten en toetsen. Docenten leren hoe zij AI-output kritisch beoordelen en didactisch inzetten. Zo ontstaat ruimte voor innovatie, zonder concessies aan kwaliteit en veiligheid.
Inkoop en toetsing van systemen
Bij de inkoop van AI-tools gelden eisen voor transparantie, beveiliging en dataopslag in de EU. Leveranciers moeten duidelijk maken welke data het systeem gebruikt en hoe besluiten tot stand komen. Afspraken over support, updates en het uitzetten van modeltraining worden vastgelegd in contracten.
Nieuwe systemen doorlopen een DPIA en, waar nodig, een technische en didactische toets. Unicoz sluit aan bij landelijk beschikbare kaders van partijen als SIVON en Kennisnet. Een intern register houdt bij welke AI-toepassingen per school worden gebruikt en met welk doel.
Systemen die bijdragen aan beoordeling of plaatsing van leerlingen krijgen extra aandacht. Onder de Europese AI-verordening vallen zulke toepassingen waarschijnlijk in de categorie ‘hoog risico’, met strengere plichten voor documentatie en menselijk toezicht. Het beleid borgt daarom altijd een menselijke eindbeslissing.
Vooruitlopen op Europese AI-verordening
De richtlijnen sluiten aan op de Europese AI-verordening (AI Act) en de AVG. Op het moment van schrijven worden verplichtingen uit de AI Act gefaseerd ingevoerd tot uiterlijk 2026. Unicoz bereidt zich daarop voor met documentatie, toezicht en duidelijke gebruikersinstructies.
Voor generatieve modellen zonder directe besluitvorming gelden vooral transparantie-eisen. Leerlingen moeten aangeven wanneer zij AI gebruiken, en eigen werk scheiden van AI-gegenereerde tekst. Detectietools zijn onbetrouwbaar, dus de nadruk ligt op didactiek en verantwoording in plaats van opsporing.
In de Nederlandse context haakt het beleid aan bij bestaande examenregels en schoolafspraken. Summatieve toetsen worden zonder AI-hulp gemaakt, tenzij expliciet toegestaan en gecontroleerd. Zo combineert Unicoz innovatie met naleving van wet- en regelgeving in het onderwijs.
Wat dit betekent voor scholen
Scholen krijgen houvast én bewegingsruimte: duidelijke no-go’s voor data en toetsing, met ruimte om didactiek te vernieuwen. Het bestuur stelt kaders, teams vullen ze concreet in per vak en leerjaar. Dat versnelt verantwoord gebruik en beperkt risico’s.
Voor ouders en leerlingen ontstaat meer duidelijkheid over wat mag en wat niet. Transparantie, bronvermelding en menselijke controle vormen de rode draad. Dit helpt verwachtingen managen en discussies over eerlijkheid te voorkomen.
De komende periode draait om uitvoering, training en evaluatie. Met feedback uit de praktijk kan het beleid worden aangescherpt. Zo blijven scholen wendbaar terwijl zij voldoen aan de AVG en de Europese AI-verordening.
