In Den Haag draait de campagne om de zorg, maar het stemgedrag in de Tweede Kamer vertelt meer. Partijen stemden de afgelopen jaren over digitalisering, gegevensuitwisseling en inzet van algoritmen in ziekenhuizen en huisartsenpraktijken. Kiezers willen weten of beloften passen bij eerdere besluiten, juist nu de Europese AI-verordening gevolgen overheid en zorginstellingen heeft. Dit overzicht laat zien waar consensus is, waar twijfels blijven en wat dat betekent aan het bed van de patiënt.
Campagne en stemgedrag verschillen
In verkiezingstijd beloven partijen vaak minder administratie en meer tijd voor zorg. In de Kamer ging het debat intussen veel over digitale dossiervoering, data-uitwisseling en veilige software. Die onderwerpen bepalen hoeveel tijd zorgverleners echt aan patiënten kunnen besteden. Het verschil tussen woorden en daden zit dus in technische keuzes die het werkproces sturen.
Breed gedeeld is het doel om zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Daarbij komt technologie telkens in beeld als hulpmiddel tegen personeelstekorten en wachtlijsten. Tegelijk willen Kamerleden fouten en datalekken voorkomen. Dat zorgt voor stevige discussies over tempo en toezicht.
Het resultaat is vaak pragmatisch beleid in stapjes. Kleine verbeteringen kregen steun als risico’s beheersbaar waren. Grote sprongen zonder duidelijke waarborgen haalden zelden een meerderheid. Zo ontstaat een patroon van “zorgvuldig, maar langzaam”.
Draagvlak voor data-uitwisseling
Elektronische gegevensuitwisseling tussen zorgverleners kreeg in de Kamer doorgaans steun. De Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) legt stap voor stap vast welke gegevens digitaal en gestandaardiseerd moeten worden uitgewisseld. Dat moet fouten verminderen en dubbele handelingen voorkomen. Patiënten krijgen zo ook makkelijker toegang tot hun dossier via persoonlijke gezondheidsomgevingen.
De afspraken rondom MedMij en standaarden zoals HL7 FHIR, een afgesproken “taal” voor zorgdata, maken systemen beter uitwisselbaar. Toch kost invoering tijd en geld voor ziekenhuizen, huisartsen en leveranciers. Veel instellingen moeten systemen aanpassen en personeel trainen. Dat vertraagt het zichtbare effect aan de voorkant.
Politiek is er tegelijk aandacht voor regie op standaarden en inkoop. Zonder heldere eisen ontstaan eilandjes en leveranciersafhankelijkheid. Daarom vraagt de Kamer vaker om planning, toetsing en handhaving. Wegiz loopt gefaseerd door tot na 2025, met tussentijdse evaluaties.
Strengere regels voor zorg-AI
AI in de zorg valt onder Europese en nationale regels. Software die medische beslissingen ondersteunt is een medisch hulpmiddel en moet een CE-markering hebben volgens de EU Medical Device Regulation (MDR). De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op veiligheid en gebruik. Fabrikanten en ziekenhuizen moeten kunnen uitleggen hoe het algoritme werkt en wordt gecontroleerd.
De Europese AI-verordening (AI Act) voegt daar extra eisen aan toe. AI voor diagnose, triage of behandeling geldt als hoog risico. Er zijn verplichtingen voor risicobeheer, datakwaliteit, logregistratie en menselijk toezicht. Voor ontwikkelaars en zorginstellingen betekent dit meer documentatie en audits.
AI-systemen voor medische doeleinden vallen in de EU onder ‘hoog risico’ en moeten aantoonbaar veilig, transparant en onder menselijk toezicht functioneren.
In Nederland gebruiken ziekenhuizen al AI-toepassingen in radiologie en triage in kleinschalige vorm. Bedrijven als Philips en Pacmed leveren zulke systemen, vaak samen met umc’s. De Kamer steunde pilots, maar vraagt consequent om evaluaties op betrouwbaarheid en bias. Die lijn blijft belangrijk nu de AI Act gefaseerd ingaat op het moment van schrijven.
Privacy en datagebruik onder druk
Gezondheidsgegevens zijn extra beschermd door de AVG. Dat betekent dataverzameling beperken tot wat nodig is, goede versleuteling en duidelijke toestemming of een andere rechtsgrond. Voor secundair gebruik, zoals onderzoek of het trainen van modellen, gelden strikte voorwaarden. Zorginstellingen moeten kunnen uitleggen waarom data nodig is en hoe risico’s worden beperkt.
De politiek zoekt balans tussen innovatie en privacy. Er is steun voor onderzoek met waarborgen, zoals pseudonimisering en dataruimtes met toegang op basis van rollen. Federated learning, waarbij algoritmen lokaal leren zonder data te verplaatsen, krijgt aandacht als privacyvriendelijke optie. Maar het vraagt wel investeringen en afspraken over standaarden.
Europees beleid speelt hier mee. De voorgenomen European Health Data Space wil grensoverschrijdend datagebruik voor zorg en onderzoek vereenvoudigen, met sterke waarborgen. Dat kan ontwikkeling van AI versnellen, mits patiëntenrechten duidelijk blijven. De Kamer volgt dit dossier kritisch vanwege risico’s op herleidbaarheid en commerciële druk.
Financiering digitale zorg hapert
Digitale zorg, zoals telemonitoring en beeldbellen, is alleen duurzaam als bekostiging meebeweegt. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft prestaties voor zorg op afstand, maar toepassing verschilt per sector. Voor AI-beslisondersteuning is vergoeding vaak indirect, via reguliere zorgprestaties. Dat maakt opschaling moeilijk voor kleinere instellingen.
Zorgverzekeraars vragen terecht om bewijs van doelmatigheid. Zonder heldere uitkomsten blijft financiering soms tijdelijk of projectmatig. De Kamer dringt aan op evaluaties met harde cijfers over kwaliteit, veiligheid en kosten. Pas dan volgt structurele inkoop op grote schaal.
Implementatiekosten zijn ook een drempel. Training, aanpassing van werkprocessen en interoperabiliteit vragen middelen die niet altijd in het tarief zitten. Dit remt adoptie, juist terwijl personeelstekorten toenemen. Duidelijke kaders en meerjarige afspraken kunnen de impasse doorbreken.
Zo check je partijkeuzes
Kiezers kunnen stemgedrag over zorg en digitalisering terugvinden in Kamerstukken en stemmingslijsten. Let op moties over Wegiz, toezicht op medische software en waarborgen rond de AVG. Controleer ook hoe partijen zich uitspreken over de Europese AI-verordening en de gevolgen voor overheid en zorg. Consistentie tussen beloften en eerdere stemmen is een sterk signaal.
Let bij partijprogramma’s op drie concrete punten. Eén: hoe zij gegevensuitwisseling willen versnellen zonder privacy te schaden. Twee: hun lijn over AI in de zorg, inclusief veiligheid, uitlegbaarheid en menselijk toezicht. Drie: structurele bekostiging voor digitale zorg en evaluaties met meetbare uitkomsten.
Praktisch gezien zoeken zorgorganisaties naar duidelijkheid in juridische plichten en financiering. Burgers willen betrouwbaarheid, privacy en keuzevrijheid. Politieke keuzes over standaarden, toezicht en budgetten bepalen of algoritmen en datamodellen het werk in de spreekkamer echt verbeteren. Daar ligt de kern van de komende periode.
